Heel deze post gaat over een anisotrope heen-en-weer snelheid van het licht. Dit topic gaat over een anisotrope eenrichtingssnelheid.ukster schreef: ↑do 26 feb 2026, 18:55 Oei!![]()
De fysieke realiteit van een anisotrope lichtsnelheid zou een diepgaande impact hebben op ons huidige begrip van het universum, van de meest fundamentele natuurwetten tot de grootste kosmologische structuren.
Momenteel wordt de lichtsnelheid aanvaard als de constante c met een waarde van 299.792.458 m/s. Hierop zijn talrijke astrofysische berekeningen gebaseerd, evenals afstanden en posities van hemellichamen, de grootte van het waarneembare universum en meer.
Als de lichtsnelheid in verschillende richtingen zou verschillen, zou dit al deze berekeningen ter discussie kunnen stellen.
Wat betreft de astronomie: De afstanden tot sterren zouden onjuist zijn en ook de dopplerverschuiving zou variabel zijn afhankelijk van de richting.
Het bestaan en de voorspelde hoeveelheden donkere energie en donkere materie zijn gebaseerd op dopplerverschuiving, de snelheid en intensiteit van roterende sterrenstelsels, en deze worden allemaal berekend met c als constante.
Dit zou eveneens onze voorspellingen over de leeftijd van het universum kunnen beïnvloeden en meerdere onderzoeksgebieden raken.
Als fundamentele natuurwet geldt dat materie zich niet sneller kan voortbewegen dan licht.
Als de lichtsnelheid echter richting afhankelijk zou zijn, dan zouden technisch gezien talrijke objecten in de ruimte — die door zwarte gaten tot enorme snelheden zijn versneld — in sommige richtingen de lichtsnelheid kunnen overschrijden.
De Lorentztransformaties en daarmee ook, in het verlengde daarvan, Einsteins relativiteitstheorieën zouden mogelijk herzien moeten worden.
Meten van de eenwegsnelheid hoeft misschien niet eens als je met een proefje in staat bent om aan te tonen dat de snelheid altijd gelijk is in 2 richtingen. ik neem toch aan dat het wel uitmaakt hoe groot de lichtsnelheid is in de richting waaron je bv reist met een raket.
In een coördinatenstelsel waarin men een anisotrope éénrichtingssnelheid invoert, dus \( c_+ \neq c_- \), verschuiven tegelijk ook de tijdcoördinaten van de betrokken gebeurtenissen. Wat in het ene stelsel “gelijktijdig” is links en rechts, is dat in het andere niet. Maar de dynamica van de slinger wordt uitsluitend bepaald door lokale interacties: op het moment dat de slinger een duwmechanisme bereikt en dat mechanisme geactiveerd wordt, vinden beide gebeurtenissen op dezelfde plaats plaats. De eigen tijd langs die wereldlijn is onafhankelijk van de gekozen synchronisatie.Professor Puntje schreef: ↑do 26 feb 2026, 17:05 Bij het slingerproefje hoef je enkel te kijken of het onmogelijk blijkt met het geschetste toestel de slinger dusdanige duwtjes te geven dat die netjes symmetrisch blijft slingeren. Als dat niet lukt wijst dat erop dat de lichtsnelheid heen en terug verschillend is. Je kunt dan niet zowel links als rechts gelijk met de slinger oplopende duwtjes geven. Dus wordt de slingering bij een ongelijke heen en terug snelheid van het licht verstoord. De vaststelling of dat gebeurt zal lijkt mij niet van de gekozen kloksynchronisatie afhangen. Of wel...?
Het antwoord is nee. Het verste punt dat bereikt wordt is een fysische grootheid en kan worden uitgedrukt in termen van invariant gedefinieerde grootheden zoals de eigenversnelling \( a \) en de eigen tijd \( \tau \). Bij constante eigenversnelling in speciale relativiteit geldt voor de wereldlijn (in standaard Minkowski-coördinaten):
daar hebben we het volgens mij over. en over het feit dat het idee is dat je dat met geen enkele meting kunt detecteren. dus als jij nu zegt: 'wat experimenteel niet wordt waargenomen' dan zeg je dus dat er proefjes zijn waar je het wel mee zou kunnen detecteren, mits een echte fysische anisotropie er echt is.
We vertrekken in standaard Minkowski-coördinaten \( (t,x) \) met constante eigenversnelling \( a \). De wereldlijn is parametriseerd doorHansH schreef: ↑do 26 feb 2026, 21:34 dus met c=oneindig op de heenweg kom ik met 5g (50m/s/s) gedurende 1 jaar op 1/2*50*t^2=2.5 x 10^16 meter met c=300000km/s kom ik in een jaar nooit verder dan c x 1 jaar=9.4 x 10^15 maar in werkelijkheid nog minder omdat het al 100 dagen duurt om de halve lichtsnelheid te bereiken. maar er zou dus een verschil moete ontstaan als functie van kappa volgens mij.
Dat ga je toch zonder probleem opmerken in een Michelson–Morley-experiment. De faseverschuiving gaat dan afhangen van de oriëntatie van het toestel.HansH schreef: ↑do 26 feb 2026, 21:39daar hebben we het volgens mij over. en over het feit dat het idee is dat je dat met geen enkele meting kunt detecteren. dus als jij nu zegt: 'wat experimenteel niet wordt waargenomen' dan zeg je dus dat er proefjes zijn waar je het wel mee zou kunnen detecteren, mits een echte fysische anisotropie er echt is.
Ik heb het gelezen, maar zo een artikel is moeilijk te beoordelen als je niet vertrouwd bent met dit soort van experimenten, wat vermoedelijk voor de meesten op dit forum het geval is.vijv schreef: ↑do 26 feb 2026, 20:17 Ik heb het artikel maar diagonaal gelezen, maar wat hier beweerd wordt is dat je informatie (gelijkzetten van klokken) instantaan kan overbrengen. Er moet volgens mij een serieuze denkfout zitten binnen dit artikel.
Ik geraak er ook meer en meer van overtuigd dat alle experimenten voor het meten van eenwegssnelheid van het licht gaat falen op dit principe.
kun jij aangeven wat het fundamentele verschil is tussen het heen en weer kaatsen van magnetrongolven en het Michelson–Morley-experiment? voor het magnetron experiment heb ik aangetoond dat daarmee geen snelheidsverschillen tussen heen en teruggaande golven gemeten kunnen worden als die er zouden zijn. het Michelson–Morley-experiment is volgens mij een dubbele uitvoering daarvan waarbij de golven ook nog eens in de haakse richting heen en weer gestuurd worden, maar dat maakt denk ik voor het resultaat geen verschil
blijkbaar mijn bijlage niet bekekenwnvl1 schreef: ↑do 26 feb 2026, 22:14 Als de éénrichtingssnelheid van licht fysisch richtingafhankelijk zou zijn, en die anisotropie kan niet worden weggetransformeerd via een Edwards/Anderson-achtige synchronisatietransformatie, dan krijg je onvermijdelijk meetbare effecten. En die zouden inderdaad zichtbaar zijn in zowel een microgolfoven als in een Michelson–Morley-experiment.