Het gaat over de tweelingparadox in (x,t)-vlak (dus niet in hogere dimensies). Ik zit met de gedachte dat het spacetime-interval heel handig kan zijn om de tweelingparadoxen op te lossen. De formule voor spacetime-interval is: Δs²=cΔt²-Δx²-Δy²-Δz²
Je ziet dat de MAXIMALE waarde voor Δt (de snelst tikkende klok) optreedt tussen twee gebeurtenissen die NIET in ruimte van elkaar gescheiden zijn. Dit is het geval voor de inertiaalwaarnemer tussen deze twee gebeurtenissen in het (x,t)-vlak. Voor hem geldt Δx²=Δy²=Δz²=0.
Maar voor twee gebeurtenissen die WEL in ruimte van elkaar gescheiden zijn, heb je een lagere waarde voor Δt. Zijn klok loopt DUS langzamer. Dit zou moeten gelden voor de helft van de tweeling die reist, halverwege de reis omkeert.
ik doe even een oude plaatje voor de visuele ondersteuning.
Puzzels