Het leek me een leuk thuisexperiment om de lichtsnelheid in perspex te bepalen met een laserafstandsmeter. Die is tegenwoordig goedkoop verkrijgbaar op bouwmarkten en websites. Hij zendt een laserpuls uit en hij meet de tijdsduur t tot de terugkeer van de reflectie ("time of flight", ToF). Het apparaat berekent de afstand tot de reflecterende wand met d = ct/2, waar c de lichtsnelheid in vacuum is. Die berekende afstand laat hij zien op het beeldscherm.
De kleinste afstand die hij kan meten is 50 mm, en de meetnauwkeurigheid is 2 mm. Daaruit concludeer ik dat de pulsduur kleiner is dan 2∙0,050/c ≈ 300 picoseconde, en dat de nauwkeurigheid waarmee hij de reistijd bepaalt 2∙0,002/c ≈ 10 picoseconde is, wat ongelooflijk is voor goedkope elektronica.
Meting 1 is de normale afstandsmeting in lucht. Bij meting 2 ligt er een blokje perspex in de baan van de laserstraal, het licht gaat er heen en terug doorheen. Afstandsmeting 2 zal hoger uitkomen dan meting 1, omdat de lichtsnelheid in perspex lager is dan in lucht. Dan is d2-d1 = (n-1)⋅s, waarbij n de brekingsindex van perspex is (n = cvacuum/cperspex), en s de lengte van het blok (in de richting van de laserstraal). Dus n = (d2-d1)/s + 1.
Mijn meting is d2-d1 = 42 mm, en s = 81 mm, dus n = 1,52. Dat komt aardig in de buurt van de waarde in het tabellenboek, 1,49.
De methode berekent uiteindelijk dus niet echt de lichtsnelheid in perspex, maar wel de brekingsindex.
Puzzels