Ze zoeken wél naar betere verklaringen in de zwaartekracht, maar "donkere materie" verklaart simpelweg veel meer fenomenen tegelijkertijd dan de alternatieven. Als het alleen om de rotatiesnelheid van sterrenstelsels ging, dan had een aangepaste zwaartekrachttheorie allang gewonnen. Maar donkere materie lost een hele reeks andere kosmologische puzzels op waar zwaartekrachttheorieën over struikelen.
- De Kosmische Achtergrondstraling (CMB): Dit is het "baby-foto" van het vroege heelal, de straling die kort na de oerknal is vrijgekomen. De minieme temperatuurschommelingen daarin laten zich perfect voorspellen als er exact vijf keer zoveel niet-baryonische (donkere) materie is als normale materie. Een aangepaste zwaartekrachttheorie krijgt dit patroon statistisch gezien bijna niet sluitend.
- Zwaartekrachtlenzen (Gravitational Lensing): Massa buigt licht af. Als we naar clusters van sterrenstelsels kijken, zien we dat het licht veel sterker wordt afgebogen dan de zichtbare materie kan verklaren. Er móét daar een enorme hoeveelheid onzichtbare massa liggen.
- De Bullet Cluster: Dit is het ultieme "smoking gun"-bewijs. Twee clusters van sterrenstelsels zijn door elkaar heen gecrasht. Het normale gas (dat botst en opwarmt) bleef in het midden hangen. Maar de zwaartekrachtlenzen laten zien dat de massa gewoon is doorgelopen, alsof twee spooklegers door elkaar heen liepen. Dit bewijst dat de bron van de extra zwaartekracht zich fysiek kan scheiden van normale materie. Dat kun je met een aangepaste zwaartekrachtwet (die immers altijd gelinkt is aan waar de normale materie zich bevindt) extreem moeilijk verklaren.
Er is een grote, actieve tak van de theoretische fysica die zoekt naar betere modellen. De bekendste is MOND (Modified Newtonian Dynamics), en er zijn modernere, relativistische varianten van (zoals TeVeS of f(R)-zwaartekracht).
Deze theorieën stellen dat de zwaartekracht op extreem grote schalen (of bij heel lage versnellingen, zoals aan de rand van een sterrenstelsel) anders werkt dan Newton en Einstein voorspelden. MOND is fantastisch in het verklaren van de rotatiecurven van sterrenstelsels — vaak zelfs nauwkeuriger en eleganter dan donkere materie, omdat donkere materie daarvoor heel specifiek "verdeeld" moet zijn (het halo core-cusp probleem).
Het probleem is dat zodra je MOND toepast op de grotere schaal van het hele heelal (zoals de CMB of de Bullet Cluster), de theorie de mist in gaat of alsnog een vorm van "onzichtbare massa" (zoals zware neutrino's) moet introduceren om de boel kloppend te krijgen.
Het voelt intuïtief onbevredigend om een "onzichtbare entiteit" te introduceren om een theorie te redden. Het doet een beetje denken aan de "ether" uit de 19e eeuw.
Maar in de deeltjesfysica is dit historisch gezien vaker de juiste route gebleken:
Het Neutrino: Wolfgang Pauli postuleerde in 1930 een onzichtbaar, massaloos deeltje dat geen wisselwerking aanging met materie, puur en alleen omdat de wet van behoud van energie anders niet klopte bij bèta-verval. Het leek een wanhopige 'truc'. Het duurde 26 jaar voordat het neutrino daadwerkelijk werd gedetecteerd.
Het Higgs-boson: Werd in de jaren '60 voorspeld om de wiskunde van het Standaardmodel te redden. Het duurde bijna 50 jaar (tot 2012) om het te vinden.
Het "geloof" in donkere materie is dus geen blind geloof, maar een pragmatische werkhypothese. Het is op dit moment simpelweg de minst slechte verklaring die we hebben voor alle waarnemingen samen. Mocht er de komende jaren een zwaartekrachttheorie worden geformuleerd die én de rotatiecurven én de Bullet Cluster én de kosmische achtergrondstraling perfect verklaart zonder extra deeltjes, dan switcht de wetenschappelijke gemeenschap waarschijnlijk heel snel. Zo'n allesomvattende zwaartekrachttheorie heeft tot nu toe echter niemand kunnen kraken. Ik acht de kans heel groot dat wij dat niet gaan meemaken in ons leven.