Licht gaat altijd met de lichtsnelheid. dus hoe snel je zelf ook gaat, licht gaat altijd met de lichtsnelheid tov jou.
maar als je nu kijkt naar een lichtbundel met een bepaalde breedte, bv een laserstraal, dan gaat de ene kant van de laserstraal net zo snel als de andere kant. maar het moet ook zo zijn dan het licht van de linkerkant van de laserstraal gezien vanaf de rechterkant dus ook met de lichtsnelheid gaat. Dus dan zou de ene kant van de laserstraal nooit met dezelfde snelheid kunnen gaan dan de andere kant. dus zou de lichtstraal scheef moeten gaan uitbreiden als de ener kant met snelheid c gaat tov de andere kant. Maar dat kan dan weer niet wegens symmetrie tussen beide kanten.
Als je daarover nadenkt dan is er maar een oplossing, namelijk dat er geen tijd kan verstrijken gezien vanuit het licht zelf. Immers alleen dan kan de ene kant van de lichtstraal met snelheid c gaan tov de andere kant. Want als er geen tijd verloopt kan de ene kant van de lichtstraal zich niet verwijderen van de andere kant. Dus komt het licht exact op het moment dat het wordt uitgezonden ook aan op het punt waar het ontvangen wordt, maar kan de snelheid wel c zijn tov de andere kant van de bundel, immers als er geen tijd verloopt kun je niet zien dat de ene kant een andere snelheid heeft dan de andere kant.
Alleen als we naar die lichtstraal kijken dan meten we c als snelheid. Dat betekent dus dat de tijd voor de lichtstraal oneindig veel sneller loopt dan voor de waarnemer die ernaar kijkt. en dat is dan weer in overeenstemming met de SRT.
Wat vinden jullie van die redenatie?
Puzzels