Gravitationele roodverschuiving volgt uit de Algemene Relativiteits theorie, maar ook zonder kennis van deze theorie is gemakkelijk in te zien dat dergelijk fenomeen moet bestaan.
Stel dat er geen gravitationele roodverschuiving zou zijn. Een lichtstraal die vanaf het aardoppervlak wordt uitgezonden, zal 100 km hoger nog altijd dezelfde energie bevatten. Als we nu op deze hoogte al deze energie omzetten in massa (bv met zonnecellen) en we laten deze massa naar beneden vallen, dan hebben we een perpetuum mobile gemaakt. Conclusie is dat er wel gravitationele roodverschuiving moet zijn.
Gravitationele roodverschuiving volgt dus eigenlijk uit de wet van behoud van energie.
Mijn vraag is nu de volgende:
Stel dat een massa 1 enkele foton uitzendt met energie E=pc . Wegens behoud van impuls zal de massa een tegengestelde impuls krijgen. Na een bepaalde tijd zal het foton gravitationeel roodverschoven zijn en dus nog energie E' hebben die kleiner is dan E met E'=p'c waarbij p' < p
Aangezien het foton massaloos is, zal deze geen invloed hebben op de impuls van da massa. De vraag is dus hoe het komt dat er geen behoud van impuls is?
Puzzels