Ik zal eens een poging te doen om een aantal gebruikte termen te koppelen aan de wetenschappelijke benamingen ervoor en/of de juiste benamingen voor de gebruikte hersendelen. De meeste termen zijn ook voor mij nieuw, dus ik ga puur uit van de beschrijving zoals deze bijvoorbeeld terug te vinden is op Wikipedia.
Verder maak ik gebruik van het volgende artikel:
http://www.newscientist.com/popuparticle.ns?id=in120 aangezien de artikelen op Wikipedia m.b.t. de hersenen nogal beperkt zijn.
Het lijkt me het beste als Sjors en ik ieder eerst onze eigen theorie in verder detail uitwerken, zodat eventuele problemen hier al opgevangen kunnen worden.
Als we daarna nog steeds een theorie hebben die overeind blijft staan, kunnen we deze met elkaar gaan vergelijken en kijken of deze 2 tot 1 nieuwe zijn samen te brengen. Omdat we nu op de 2e pagina van het topic zijn beland maak ik even een nieuwe koppelingen naar het schema dat ik ook al op pag 1 gelinkt had:
Bij de theorie van Arn0 vraag ik me bijvoorbeeld af op basis waarvan de intuïtie/ het gevoel dan de zintuiglijke informatie filtert en of binnenkomende informatie altijd eerst intuïtief wordt gefilterd voordat het wordt opgenomen in het onderbewustzijn. En wat bepaalt welke informatie uit het onderbewustzijn het bewustzijn bereikt?
Het lichaam geeft meer zintuigelijke informatie door aan de hersenen dan dat deze
kunnen verwerken. Dit betekent dat er gefilterd moet worden. In eerste instantie is dit fysiek bepaald en vind deze plaats in de
thalamus. De thalamus is het deel van de hersenen dat ik koppel aan de term 'intuïtie'; de meest pure essentiele vorm van je, die bepaalt wat belangrijk voor je is.
Vanuit de thalamus gaat de informatie verder naar de
cortex. Het deel dat hier van belang is, zijn de associatie-gebieden. Om het gedeelte aan te duiden dat ik met het onderbewustzijn in verband breng, heb ik hieronder een stukje van de pagina op Wikipedia gecopieerd:
Association areas comprise three major groups:
1. Parietal, temporal, and occipital lobes - involved in producing our perceptions resulting from what our eyes see, ears hear, and other sensory organs inform us about the position of different parts of our body and relate them to the position of other objects in the environment
Wat ik in principe wil aanduiden met het onderbewustzijn, zijn de neuronen die geactiveerd worden en de patronen waarin deze met elkaar gekoppeld, als gevolg van de aangekomen zintuigelijke informatie in de cortex. Oftewel associatie op puur lichamelijk niveau, voordat deze beïnvloed/bewerkt wordt door ons bewustzijn.
Vanaf hier komen we bij het bewustzijn.
Het deel van de hersenen die ik in mijn theorie hieraan koppel is het
limbisch systeem
Hier worden de activiteiten in het onderbewustzijn ingedeeld/geïndexeerd.
Het deel dat als belangrijk wordt ervaren, bijvoorbeeld door de intensiteit of de herhaling van de activiteiten in het onderbewustzijn, worden hier gecategoriseerd opgeslagen in een multidimensionaal indexsysteem.
Zie het als de landkaart/routebeschrijving/bouwplan van het onderbewustzijn.
Vanaf hier wordt de informatie met de referenties naar de posities in het indexsysteem doorgestuurd voor beredenatie.
De beredenatie bestaat uit een serie regels die bepalen wat er met de informatie moet gebeuren, zoals bijvoorbeeld:
-overgaan tot een lichamelijke handeling
-aanpassen van de beredenatie-regels
-aanpassen van de intuïtie-filters
-opnieuw analyserern van de (ondertussen aangevulde) informatie
-verwerpen van de informatie
Er vindt dus weer een filtering plaats.
De regels van de beredenatie zelf vormen onze persoonlijkheid en perceptie van de werkelijkheid.
Het is de ervaring die bepaald hoe belangrijk sommige regels voor ons zijn.
Hoe jonger we zijn, hoe minder regels we hebben en des te minder ze zijn toegepast. Er is nog geen hierarchie ontstaan in de regels. De regels zijn nog niet strict.
Tijdens ons leven leren we vanalles en wordt ons vanalles aangeleerd, wat in principe onze fantasie beperkt.
Er ontstaat een perceptie van werkelijkheid die steeds sterker wordt en afwijkingen hiervan naar de achtergrond dringt of in het ergste geval helemaal niet meer toestaat.
Op het moment dat onze perceptie van werkelijkheid te strict/te beperkt wordt kunnen we ons niet inleven in de gedachten van anderen als deze niet overeenkomen met het onstane beeld van de werkelijkheid.
Het andere uiterste is dat de perceptie van werkelijkheid zo groot is, dat deze buiten de grenzen valt van de gevormde werkelijkheid van anderen, waardoor een sterke vervreemding optreedt.
Bovendien is een bepaalde beperking nodig om tot een actie over te kunnen gaan.
Fantasie is dus een versoepeling/uitbreiding van de regels van onze perceptie van de werkelijkheid en misschien wel het meest essentiële voor persoonlijke ontwikkeling. Voor een goede sociale ontwikkeling is het belangrijk een collectief beeld van de werkelijkheid op te kunnen bouwen of te kunnen aanvaarden.