Rogier schreef:Gabriël schreef:Dat laatste is een filosofische god. Daar geloof ik niet in.
Ik geloof (vertrouw) op de Bijbelse God die zichtbaar wordt in Christus.
Moslim schreef:Ik zal jullie een hoofdstuk uit de koran hier plaatsen die meer informatie hierover geeft.
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
1. Zeg: "Allah is de Enige.
2. Allah is zichzelf genoeg, Eeuwig.
3. Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.
4. En niemand is Hem in enig opzicht gelijk."
Soerat Al-Ikhlaas
Dit soort opvattingen zijn precies de reden dat ik dit topic gestart ben

Hier staat namelijk
niets concreets over God.
Gabriël, je zegt niet in een filosofische God te geloven, maar in de Bijbelse God. Daarmee impliceer je dat God iets reëels, concreets is, en niet iets abstracts of slechts in gedachte. Kun je één concrete eigenschap van hem noemen? Vaak hoor ik van gelovigen meestal zaken als "hij is niet fysiek, hij staat buiten de tijd, hij staat buiten onze realiteit", allemaal abstract dus.
Welnu, laat ik voorop stellen dat in de Bijbel géén "losse" God bestaat, los van mensen bedoel ik, of een onafhankelijke god los boven menselijke relaties en verhoudingen. Het gaat niet om een 'wezen'of abstract wezen. Alle lof voor de middeleeuwse scholastici met hun Godsbewijzen, maar die zijn méér filosofisch van aard, niet Bijbels.
Hoe moet je het dan begrijpen, of beter "Hoe leest gij", versta je wat je leest??
Het gaat eerst om een goed verstaan van de Schrift.
Bij het goed verstaan van de Bijbel is het beter voor ogen te houden dat we niet over de teksten moeten heersen, maar dat we de tekst moeten dienen.
En dat betekent: luisteren naar het bijbelwoord en nog eens luisteren.
Mensen zouden goede
Hoorders moeten worden ("en een rechte hoorder is ook de dader"; (Kuitert))
De God van de Bijbel is Israëls exclusieve God.
De Bijbelse God is een God van Daden.
God is door heel de Schrift heen God in het doen van zijn daden.
D.w.z. er wordt
niet verklaard waarin Gods goddelijkheid bestaat (oneindig, eeuwig, eenvoudigheid) en vervolgens krijgen we dan te horen dat deze (oneindige, eeuwige....) God in zijn hoedanigheid van God óók iets gedaan heeft. Voor de bijbelschrijvers ligt dat juist in elkaar: God onthult Zijn hoedanigheid, zijn God-zijn, in Zijn grote Daden.
Vandaar doen de bijbelschrijvers niets anders dan ons verhalen vertellen, te beginnen bij de verhalen van Genesis en te eindigen bij het NT (Kuitert).
De God van de Bijbel is een God die Zijn God-zijn onthuld in Zijn daden.
Groet,
Gabriël