Olympiade vragen zijn in het algemeen altijd vies moeilijk. Het is een wedstrijd he, ze willen niet teveel mensen die teveel vragen goed doen - dan kun je geen mooie ranglijsten meer maken.
In Nederland mogen er bij de biologie olympiade altijd zo'n 50 door naar de 2e ronde. Voor deze ronde krijg je dan een dictaat thuisgestuurd wat je uit je hoofd mag leren. De tweede toets is puur feitenkennis, bedoeld om mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om dat dictaat uit hun hoofd te leren genadeloos af te slachten. De beste 20, waarvan minimaal 5 uit VWO5, gaan dan door naar de landelijke competitie.
Hoe het in België precies werkt weet ik niet. Wel weet ik dat tijdens de internationale olympiade het niveau van België behoorlijk lager is dan van Nederland. Maar ik denk dat dit verschil voornamelijk zit in de training tijdens en na de Nederlandse eindronde, en niet in de voorrondes.
Puzzels