Diadem schreef:Misschien is het illustratief om te kijken naar dingen die wél sneller dan het licht kunnen.
Twee voorbeelden:
Pak een laser, schijn daarmee op een muur. Beweeg nu deze laser, de lichtspot op de muur zal meebewegen. Als de muur nu heel ver weg is (en de laser krachting genoeg) dan kun je door de laser een klein stukje te bewegen, de lichtspot op de muur heel veel bewegen. Beweeg je de laser nu heel snel, dan beweegt de lichtspot nog veel sneller. Deze snelheid kan hoger worden dan de lichtsnelheid.
Schendt dit de SRT? Nee. Immers, de lichtspot is niet 'iets', het bevat geen informatie. Er is dus geen probleem dat hij sneller dan het licht beweegt.
Volgende voorbeeld: Het universum dijt uit. Alle sterrenclusters in het universum vliegen van elkaar vandaan, en hoe verder weg hoe sneller ze van elkaar vandaan bewegen. Het universum is zo'n 14 miljard jaar oud, en dus kunnen we ook zo'n 14 miljard jaar ver weg kijken (Van objecten die verder weg staan heeft het licht ons nog niet bereikt). Alle kanten op zien we zo ver als we kunnen kijken ongeveer dezelfde verdeling en hoeveelheid sterren. Maar vroeger zaten ze allemaal toch in 1 punt, hebben ze dan al die tijd met precies de lichtsnelheid van ons af bewogen? Ze gaan nu veel langerzamer dan het licht, bewogen ze dan vroeger sneller? Dat kan toch niet?
Toch wel. Het zijn namelijk niet de sterrenclusters die van elkaar vandaan bewegen bij de uitdijing van het universum. Het is het universum zelf, de ruimte zelf, die uitdijt. Stel je een ballon met stippen erop voor. Als je de ballon opblaast bewegen de stippen uit elkaar, maar geen van de stippen op zich beweegt.
De uitdijings snelheid van het heelal is dan ook niet gebonden aan de lichtsnelheid. Er wordt geen materia, of energie, of informatie uitgewisseld via de uitdijing.
Hoewel ik je effeort apricieer, is er met bijde gevallen iets fout:
in je eerste geval zeg je dat de stil op de muur sneller dan het licht zal bewegen, maar daar het ligt er een tij over doet om op een plek te komen... het is niet instantaan, zal de vlek bij zeer grote afstanden niet sneller dan het licht gaan, nmaar afbuigen.
in je tweede geval is het ook niet helamaal waar: de uitdeinig van het helal is wel degelijk ana een constante geboden: de cosmologische contante, een soort vacuum energie.
Cheers,
atanhel