even een stukje tekst uit het boek van Feynmann QED.
Een belangrijke bijdrage aan het eindresultaat komt alleen van plaatsen op de spiegel waarvoor de pijltjes globaal in dezelfde richting wijzen.
Dit gebeurt daar , waar het licht bij de weerkaatsing ongeveer even lang onderweg is.
Volgens de grafiek geldt dit voor het midden van de spiegel.
Dat is ook de korste weg om van de bron via de spiegel bij de detector te komen.
Even voor de duidelijkheid:
men kan gewoon zeggen dat een foton met een waarschijnlijkheid wordt weerkaatst alleen is de hoek van inslag en uittreding niet zoals die van een bal.
Hij kan zelfs 'terugkaatsen' een in precies dezelfde hoek.
Het foton heeft in de qed een virtuele stopwatch die draait als het foton de bron verlaat.
De stand van de wijzer bepaalt de richting van het pijltje.
Het zien van licht is het optellen van pijltjes.
Pijltjes kunnen tegen elkaar wegvallen zodat iets niet zichtbaar wordt.
De interferentie!!!
Bij Phosfor wordt de energie van de fotonen eerste opgenomen en pas naderhand weer uitgestraalt.
Principe van de beeldbuis alleen zijn de fotonen nu electronen met energie.
Of de cijfertjes van die oude polshorloges.
Puzzels