Moderator: Rhiannon
Dat zit eigenlijk al een beetje in majstro's beginpost:Logisch onmogelijk of niet, is volmaaktheid niet hartstikke relatief?
Je kunt het hier genoemde pakket eisen aan het object, het doel van de volmaaktheid, ook lezen als "invulling" van het begrip volmaaktheid. En dus kun je je inderdaad afvragen of die invulling niet voor iedereen anders is. En als we het hebben over de vraag wat God als volmaakt zou beschouwen, dan lijkt me dat die vraag sowieso al niet te beantwoorden is?Ook zouden we ons de vraag kunnen stellen, voor welk doel is God dan volmaakt? Volmaaktheid zonder doel lijkt me een zinloos begrip. Ik kan een stuk klei in een willekeurige vorm kneden en beweren dat het zo ontstane object "volmaakt" is. Zolang ik niet aangeef aan welke eisen het object moet voldoen, is zo'n bewering onmogelijk te weerleggen!
Als ik je laat kiezen tussen een ijsje met vanille smaak en er eentje met aardbeien smaak en ik geef je daarbij de garantie dat ik je tot in de eeuwigheid zal martelen als je voor het aardbeienijsje kiest (maar dat niet doe als je voor het vanille-ijsje gaat), is er dan echt sprake van een vrije keus? Ik vind van niet.
Mooie analyse Veertje. Vooral in het laatste gedeelte - wat ik dan ook heb gequoted - kan ik mij vinden. Ik heb vroeger altijd het idee gehad: God, wat een onzin. Toen op een gegeven moment een radicale wijziging in mijn denkwijze, waardoor de mogelijkheid van een God (in welke vorm dan ook) steeds weer terugkwam. Door het ruimere denken, merkte ik dat er in veel gevallen in de geschiedenis (boeddha, jesus, plato, aristoteles, socrates enz enz.) mensen zijn geweest die op een gegeven moment zich op totaal nieuw en onbekend terrein bevonden. Maar tegelijkertijd word ikzelf (met een deel van die kennis) heen en weer geslingerd in mijn hoofd..Veertje schreef:Als je alles vanuit die doelgerichtheid gaat verklaren loop je er op een gegeven moment tegenaan dat je een doel tegenkomt dat je niet kunt formuleren omdat het niet verklaard kan worden zonder in circels te gaan redeneren (eindeloze regressie). Om dat te vermijden postuleert Aristoteles het bestaan van een wezen dat de oorzaak van al het andere, behalve zichzelf is: de "onbewogen beweger". Deze onbewogen beweger is eeuwig, onveranderlijk, onbewogen, oorzaak van het streven (en daardoor de beweging veroorzakend), volmaakt. Voor Aristoteles is het begrip "God" dus uiteindelijk noodzakelijk geweest als filosofisch basisprincipe, overigens niet in de christelijke zin van het woord (schepper van de wereld, of iets dat invloed uitoefent op de wereld).
In die Aristotelische zin is het logisch (vind ik) dat die God, dat wezen, volmaakt moet zijn. Als hij niet volmaakt zou zijn dan zou ook hijzelf verandering moeten ondergaan om een doel te verwezenlijken (ongeacht wat dat doel is) en daarmee zou hij dan niet onbewogen zijn. Als hij niet onbewogen is kan hij niet de oer-oorzaak van het streven zijn (en daarmee alle andere beweging veroorzaken).