Zoals ik in de eerste post stelde, is de publicatie van het Judasevangelie een mogelijk eerste stap in de richting van een doorbraak.
Doorbraak die alle gekende en ongekende teksten i.v.m. de figuur Jezus en diens perikelen, naar de openbaarheid moet brengen.
De geschiedenis van de Dodezeerollen is symptomatisch voor de paniek die blijkbaar toeslaat, telkens originele teksten opduiken en/of aan de controle van bepaalde instanties ontsnappen.
Die paniek proef ik ook in enkele postings hier.
Die houding is, merkwaardig genoeg doorheen de geschiedenis waar te nemen.
Roger-Xavier Lantéri beschrijft in 'Brunehilde, la première reine de France'(ISBN 2.262.01125-7), hoe de monnik Colombanus, nochtans een heilige van de roomse kerk, met verbetenheid en met inzet van alle middelen, tot omkoping en verraad toe, de bibliotheek van Brunehilde in handen tracht te krijgen. Het lukt hem en alle boeken worden vernield.
We schrijven het jaar 613.
Het evangelie van Judas is inderdaad een gnostisch verhaal, waar de schrijver ervan uitgaat dat het lichaam slechts een omhulsel is voor een hogere spiritualiteit en i.c. Jesu, van goddelijkheid.
Niets nieuws en zeker niet relevant.
Het enige relevante ligt in het feit van de wetenschappelijke publicatie zelf. Het is, zoals gezegd, een teken van hoop. Hoop op openheid. Openheid die er al 16 eeuwen had moeten zijn.
Puzzels