waar haal jij vandaan dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen?
Ik zeg niet dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen maar dat er een soort evenwicht is tussen de voor en nadelen.
Op populatieniveau wel ja, anders sterven de zalmen snel uit of neemt de populatie explosief toe. Maar op individueel niveau moet de opvallende kleur ooit een netto voordeel hebben gehad, anders was de mutatie nooit door de populatie gepropageerd.
Het mannetje heeft er meer nadelen van en het vrouwtje heeft het voordeel van de geboden bescherming tijdens de tocht. Echt paarvorming is daarbij niet nodig, als het vrouwtje of een aantal vrouwtjes er achter aan zwemt (waarbij ze ook meerdere mannetjes tegelijk in het oog houden) - is het al klaar.
Er hoeft ook geen "bewuste" bescherming van het mannetje bij te komen. De zalmen vinden hun bescherming al in het feit dat ze in grote scholen de rivieren optrekken. Als de iets feller gekleurde mannetjes netto een iets grotere kans hebben om er door een beer uitgevist te worden, betekent dat automatisch dat alle minder fel gekleurde zalmen (mannetjes en vrouwtjes) netto een iets kleinere kans hebben om eruit gevist te worden ivm een school van uniforme zalmen. Maar het blijft een school van egoisten, die ieder voor hun eigen kans gaan. Net als bij ieder ander dier dat zich in scholen verzamelt ter bescherming.
Het uiteindelijke voordeel voor het mannetje kan nu trouwens zijn dat het vrouwtje inderdaad "beseft" (zonder woorden vandaar de aanhalingstekens) dat als het mannetje ondanks zijn kwetsbaarheid toch het einddoel bereikt heeft dat dit haar overtuigd van zijn fitheid en kracht juist door de combinatie met kwetsbaarheid. De hele tocht naar boven wordt zo ahw één groot paringsritueel. De selectie vind dan niet plaats op basis van kracht en fitheid maar op de combinatie hiervan met kwetsbaarheid en gelopen risico's.
Ik weet vrijwel zeker dat de paringsrituelen pas plaatsvinden op het moment dat de paaigronden bereikt worden. De vrouwtjes beginnen dan met het maken van het 'nest' en de mannetjes beginnen hun strijd om de vrouwtjes.
Hoe weet het vrouwtje dat ze dat doen moet is dan een terechte vraag. Ik denk dat het mogelijk is dat hetzelfde instinct (toch ook deel van bewustzijn) waarmee ze jagen plus ervaring (elke visser - en ik vis wel eens -weet dat de kleur rood vaak effectief is voor aas of kunstaas omdat vissen het of goed onderscheiden of misschien omdat het de agressie aanwakkert) hen daarbij leidt misschien met de intuitie dat het mannetje als potentiele prooi meer risico loopt dan zijzelf. In ieder geval verhoogt zoiets de overlevingskansen van haar genen en kan dit vermogen zich daardoor ontwikkeld hebben.
Een voorkeur voor opvallendheid (of dat nou van uiterlijke kenmerken is of van gedrag) is wijdverspreid, zo niet universeel, onder de gewervelde dieren. Je vindt het zowel bij jagers als bij de gejaagden. Dit instinct zal dus waarschijnlijk al heel oud zijn, in ieder geval veel ouder dan de zalm. Maar goed, dan zit je nog steeds met de vraag hoe dat instinct er in de eerste plaats is gekomen. Omdat men niet weet waar en wanneer het voor het eerst onstaan is, is daar moeilijk iets over te zeggen. Misschien is het inderdaad zo dat het instinct is ge-evolueerd uit het jachtinstinct van een verre voorouder, dat is speculatief maar geen gekke gedachte.
Wijzelf geven jaarlijks miljarden uit aan reclame. Vaak letten we daarbij niet eens op de kwaliteit van wat er aangeboden wordt. Zelf als ons bewustzijn de kwaliteit niet erkent, gaat ons onderbewustzijn ('instinct') er blijkbaar van uit dat die link wel bestaat, want reclame maken werkt echt. In de natuur echter bestaat er wel degelijk een echt verband tussen opvallendheid en fitheid/gezondheid (itt onze reclame). In eerste instantie zal dat een heel klein effect geweest zijn. Maar een mutatie die bij het paargedrag tot een voorkeur voor opvallendheid leidt zal het effect ervan versterken en daardoor ook doorgegeven worden. Zonder dat er enige bewustwording bij te pas komt groeit het instinct voor een voorkeur voor opvallendheid er zo vanzelf in, en zal doorgegeven worden aan alle soorten die uit de oorspronkelijke zijn ge-evolueerd.
Nee, elke generatie is een klein beetje fitter dan de volgende.
Er moet al onmiddelijk een voordeel zijn bij de eerste generatie.
Stel de fitheid van de mannetjeszalmen neemt heel snel toe (bijvoorbeeld 20 %) dan betekent dat ook meteen dat de beren enorm huishouden onder de roodgekleurde mannetjes en die verliezen het dan procentueel van de mannetjes die voor de beren minder opvallend zijn.
Maar evolutie werkt dan ook niet in grote stappen. Een albinozalm zou ook enorm opvallen in een rode school. Zo veel zelfs dat zijn kansen vrijwel nihil zijn om de tocht te overleven. Maar om in een school van duizenden rode vissen er net die paar uit te vissen die net een klein beetje roder zijn is niet zo makkelijk. Het kleurverschil tussen mannetjes en vrouwtjes zoals het nu bestaat is het evenwicht tussen overlevingskans en kans tot paren. Althans, zolang er niets aan de berenpopulatie verandert. Het zou wel interessant zijn om verschillende zalmpopulaties gedurende lange tijd te volgen (met name in gebieden waar de berenpopulatie is uitgedund door menselijke invloeden), maar ik vrees dat zalmen niet snel genoeg reproduceren om daar binnen afzienbare tijd effecten te zien.