Puzzel Puzzels
rudeonline
Artikelen: 0
Berichten: 252
Lid geworden op: di 27 apr 2004, 16:42

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Erwin schreef:Wat is tijd? Man!, heb je niks moeilijkers   :shock: . Maar goed... ik zal een poging wagen een aantal dingen te verhelderen.

Ik heb twee opmerkingen bij de discussie. Ik lees een hierboven een aantal bijdragen over het begin van de tijd en over het idee dat tijd een constructie zou zijn van het menselijk denken. De eerste helft van de bovenste zin is volgens mij zinloos (hoewel het een stukje zin is  :wink: ). Het tweede deel lijkt me interessanter. Je kunt volgens mij namelijk begrijpen dat denken over hetgeen dat voor het ontstaan van tijd bestond onmogelijk is door je te beseffen dat tijd een constructie is van het menselijk denken. Het zit zo...

Elders heb ik al proberen uit te leggen dat in feite de hele wereld om ons heen een constructie is van menselijk denken (zie topic: wat is een feit?). Het is mogelijk dat er een wereld is die onafhankelijk bestaat van het menselijke denken, maar deze wereld kunnen we niet waarnemen. We kunnen dus niet weten dat deze wereld bestaat. Om iets waar te kunnen nemen moet je dat 'iets' namelijk kunnen omzetten in gedachten/woorden. Je moet het met andere woorden kunnen plaatsen in een begrippen kader. De door ons waargenomen wereld bevat dus altijd een subjectief element van dit begrippenkader. Gelukkig kunnen we de wereld ook niet helemaal subjectief bekijken. Onze theorieen over de wereld worden immers beinvloed door de wereld om ons heen. Theorieen van andere mensen zijn een belangrijke bron van invloed. Maar bv. stenen, waaraan we ons stoten als we er tegenaan lopen zijn net zo goed van invloed. Hieruit volgt dat uiteindelijk ALLES in feite (en ja... ik bedoel 'in feite') een menselijke constructie is. We kunnen nooit zeker weten of we de 'werkelijke' wereld waarnemen (hoewel dit bij toeval wel zo kan zijn), maar we weten wel dat we bepaalde zaken allemaal ongeveer het zelfde ervaren.

Tijd lijkt me bij uitstek een begrip dat alle mensen (zelfs ongeacht culturele, geografische of historische verschillen) ongeveer op de zelfde manier ervaren. Sommigen denken dat de tijd zich in een circel beweegt, sommigen denken dat dit in een rechte lijn gebeurt en anderen zijn van mening dat het een dimensie is, waarin wij ons bewegen. Maar we zijn het allemaal eens over het feit, dat tijd bestaat (of 'is' als dat al een verschil aangeeft) en dat het iets met verandering te maken heeft.

Bovendien is 'tijd' een essentieel element van onze logica; de manier waarop we onze gedachten ordenen. Het concept 'tijd' zit via de logica in alle denkbare begrippenkaders opgesloten, zoals we ons de wereld ook niet voor kunnen stellen zonder de 3 dimensies die 'vorm' geven aan de wereld, is het ook niet mogelijk om over de wereld te denken in tijdloze termen.

Dit betekent nu, dat het geen zin heeft om te proberen te denken over een 'periode' (deze term impliceert tijd en is daarom onjuist, maar ik weet geen betere) voordat tijd bestond. Het menselijk denken slaat gewoon niet om een tijdloze periode.

De tweede opmerking heeft te maken met de term 'verandering'. Deze term wordt hierboven op twee verschillende manieren gebruikt. Verandering wordt door sommigen verstaan als beweging en door anderen als mutatie. Natuurkundigen zijn geneigd om over verandering te denken in termen van beweging. Voor hen betekent het niet-bewegen van het meest fundamentele deeltje (wat dit dan ook moge zijn... ik ben geen natuurkundige en weet hier weinig van) dat er geen verandering zou bestaan en dat de tijd dan zou stil staan. Sociale wetenschappers (sociaal is niet perse aardig of gezellig he... voordat ik dalijk de naam krijg natuurwetenschappers onaardig te vinden of zo  :wink: ) zijn echter geneigd om over verandering te denken in termen van mutatie. Verandering is bij hen niet zo zeer het bewegen van elementaire deeltjes, maar het intrinsiek 'anders' worden van een object. Het maakt dan geen barst meer uit of er beweging is in het heelal of niet... de tijd gaat gewoon vrolijk door.

Je zou tijd zelfs kunnen opvatten als kenmerk van een object/subject (een subject is een interpreterend object)*. Het verstijken (in de zin van het 'zich ontwikkelen') van de tijd zou dan betekenen, dat objecten/subjecten ALtijd onderhevig zijn aan verandering. Sterker nog... subjecten zijn instaat om het verstrijken van de tijd te interpreteren en zich aan te passen aan hun bevindingen. Ze zijn daarmee in staat om zelf veranderingen te doen ontketenen als gevolg van het verstrijken van tijd. Dit gebeurt in de praktijk ook regelmatig. We vinden bepaalde dingen 'niet van deze tijd' en willen die daarom veranderen.   ;)

*Natuurkundigen... is deze bewering te rijmen met de speciale relativiteitstheorie?
Tja, ik ben geen natuurkunige maar mijn eigen theorie over ruimte en tijd zou volgens mij een hoop kunnen verklaren. Ik probeer dat dus duidelijk te maken in mijn theorie over lichtsnelheid. Die is dus volgens mij nul. Misschien ook dat onderwerp even lezen. Ik probeer een discusie op gang te krijgen die tegen een aantal regels ingaat waarbij niet zomaar bestaande wiskunde niet meer zou gelden maar waarbij er rekening wordt gehouden wat ruimte en tijd met elkaar te doen hebben. Volgens mij kan ik bewijzen dat tijd en ruimte met elkaar wel degenlijk verbonden zijn. Waarbij de lichtsnelheid dus 0 is en wij ons bewegen met lichtsnelheid.

ads

Steun Sciencetalk Canon SELPHY QX20 - Mobiele Fotoprinter - Draadloos - Terracotta Rood

Canon SELPHY QX20 - Mobiele Fotoprinter - Draadloos - Terracotta Rood

Bekijk product

Steun Sciencetalk HP Sprocket - Zelfklevend fotopapier - 5 x 7,6 cm - 50 vel

HP Sprocket - Zelfklevend fotopapier - 5 x 7,6 cm - 50 vel

Bekijk product

Steun Sciencetalk Kobo Clara Colour - E-reader - 6 inch kleurenscherm - 16GB - Luisterboeken - Wit

Kobo Clara Colour - E-reader - 6 inch kleurenscherm - 16GB - Luisterboeken - Wit

Bekijk product

Anonymous
Artikelen: 0

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Tja, wat Erwin daar schrijft ben ik het voor een heel groot deel mee eens.

Het komt er volgens mij inderdaad op neer dat de mens van nature alles opvat in het perspectief van Tijd (en Ruimte zoals Kant al zei), dat deze begrippen in de rede dus al besloten liggen als zijnde richtlijnen voor het ervaren van de wereld om ons heen. Dat is dan toch ook meteen wat Tijd en Ruimte met elkaar verbindt?

-$tijn
Scispace Scispace

Scispace is dé ai voor wetenschappers en onderzoekers. Ga naar SciSpace en profiteer van één van de beste ai's.

Scispace

Erwin
Artikelen: 0
Berichten: 11
Lid geworden op: za 22 mei 2004, 16:29

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Rudeonline schrijft dat hij een aantal dingen denkt te kunnen bewijzen, zoals het feit dat de lichtsnelheid nul zou zijn en dat ruimte en tijd met elkaar verbonden zijn. Ik vind dit prima. Althans... als Rudeonline de juiste conceptie van 'bewijzen' heeft. Ik ben alleen bang dat dat niet zo is.

Je hebt twee soorten van 'bewijzen'. Je kunt iets wiskundig bewijzen of je kunt een sluitende, causale verklaring geven. Hume maakte in dit verband een onderscheid tussen synthetische en analytische uitspraken. Analytische uitspraken zijn waar, omdat het volgt uit de essentie – de idee – van de objecten waarover de uitspraak gedaan wordt, dat het zo is. Dit is zo in de wiskunde. Synthetische uitspraken daarentegen zijn niet gebaseerd op a priori kenmerken van de objecten en zijn dus niet meer dan claims. Causale relaties worden gelegd in synthetische uitspraken. Hume zegt hierover het volgende: (…) indeed there is nothing existent (…) which is not to be considere’d either as a cause or an effect; tho’ ‘tis plain there is no one quality, which universally belongs to all beings, and gives them a title to that denomination. The relation, then, of causation must be deriv’d from some relation among objects (Hume (1985e.), 123.). Hier staat met andere woorden, dat een causale relatie nooit voort kan komen uit de objecten van studie, maar afhankelijk is van ‘the eye of the beholder’. De relatie wordt door iemand gelegd en volgt niet uit de objecten zelf. Een synthetische uitspraak over een relatie - zoals een causale relatie – is dus afhankelijk van een theorie over deze relatie. Zonder deze theorie bestaat de relatie niet als zodanig. Voor een analytische uitspraak is dit niet noodzakelijk.

Met de wiskundige manier van bewijzen heb ik geen enkel probleem. Een wiskundig bewijs kan direkt worden afgeleid uit een aantal axioma's (ik geloof vijf of zoiets).

Axioma's zijn voor de duidelijkheid stellingen die op zich niet bewezen zijn, maar worden gebruikt om andere stellingen op te funderen. Ik neem aan dat die axioma's zoiets zullen inhouden dat 'de afstand tussen twee gehele getallen 1' is of zoiets. In ieder geval gaat het om dergelijke basale uitspraken.

Die axioma's schijnen onderling elkaar niet tegen te spreken. Als je je dan maar houdt aan die axioma's (afspraken) kun je een daadwerkelijk sluitend bewijs geven voor een bepaalde stelling BINNEN DE WISKUNDE.

Op het moment dat je de wiskunde echter gaat toepassen op een niet-wiskundig systeem valt deze zekerheid weg. De natuur is zo'n systeem. De objecten in de natuur hebben een intrinsieke ontologische waarde (nb.: ik ontken het bestaan van een 'echte' wereld dus zeker niet!). Dit houdt in dat ze, in tegenstelling tot wiskundige objecten zoals getallen, niet enkel bestaan OMDAT we ze gedefinieerd hebben. De natuurkunde doet uitspraken over deze wereld en doet dus synthetische uitspraken en geen analytische uitspraken.

De natuurkunde gebruikt de wiskunde om hun stellingen te 'bewijzen', maar kunnen dit niet doen met de zelfde zekerheid als wiskundigen. Synthetische uitspraken kunnen nooit worden bewezen op een analytische manier, omdat sythetische uitspraken, uitspraken zijn over een wereld met een intrinsieke ontologische waarde en niet over een vooraf door mensen gedefinieerd systeem. (Zie in deze ook m'n bijdrage hierboven over de problemen van het direkt waarnemen van de wereld).

Er is nog een tweede reden, waarom synthetische uitspraken niet kunnen worden bewezen op een wiskundige manier. Een bewijs in termen van een sluitende causale redenering houdt namelijk een WET in, waarnaar kan worden verwezen. Juist natuurkundigen zouden dit toch moeten beamen? Wetten dienen in de sociale en natuurwetenschappen als axioma's. Zo is er bijvoorbeeld de wet van de zwaartekracht. Door naar deze wet te verwijzen kan ik aannemelijk maken dat wanneer ik een appel laat vallen, deze naar beneden zal pleuren.

Hierboven heb ik geprobeerd duidelijk te maken, dat het echter niet zeker is dat dit ALTIJD zo zal gebeuren, omdat de appel zich niet HOEFT te houden aan door ONS bedachte wetten. De appel heeft m.a.w. een intrinsieke ontologische waarde. De wetten die natuurkundigen en sociale wetenschappers (i.t.t. wiskundigen) gebruiken zijn dus NIET sluitend. Het zijn geen wetten VOORschrijven hoe de appel zich moet gedragen, maar BEschrijven hoe de appel zich in het verleden altijd heeft gedragen en (naar wij aannemen) daarom in de toekomst ook wel zal doen.

De tweede vorm van 'bewijzen' (de niet-wiskundige, synthetische manier) biedt dus nooit absolute zekerheid. Een natuurkundige moet zich daarom niet bezig houden met het bewijzen van zijn stellingen, maar moet JUIST proberen zijn stellingen te verwerpen. Hoe vaker namelijk een natuurkundige stelling (wet) wordt onderworpen aan een test met als doel deze stelling te verwerpen, hoe sterker het bewijs dat de stelling klopt als het niet lukt om deze te verwerpen. Op deze manier kunnen ook zwakheden in een stelsel van stellingen (een theorie) worden gevonden en wellicht verbeterd. Op deze manier worden onze theorieën dus beter. Hoe beter onze theorieën over de wereld, hoe beter we ons eraan kunnen aanpassen, hoe meer invloed we weer op de wereld kunnen uitoefenen.

Op deze manier voorkom je dat je er (als mensheid) onjuiste theorieën op nahoudt, die je wellicht ten onrechte als 'waar' aanneemt, omdat je ze constant blijft testen. Wellicht zijn onze theorieën wel waar. De kans is zelf best groot dat ze vrij aardig kloppen. We zijn immers als sinds mensenheugenis aan 't testen en aan 't vogelen aan onze theorieën. Met name de laatste paar honderd jaar zijn we (de natuurkundigen voorop) erg goed bezig lijkt me.

Ik vind het daarom prima als Rudeonline kritiek levert op wat ik heb geschreven en helemaal als hij dat wil doen op basis van natuurkundige inzichten (aangezien de natuurkunde een van de best ontwikkelde wetenschappen is). Hij moet zich echter wel beseffen, dat hij zijn stellingen nooit kan bewijzen op een synthetische manier.
rudeonline
Artikelen: 0
Berichten: 252
Lid geworden op: di 27 apr 2004, 16:42

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

@Erwin

Wat er bij mij niet ingaat is dat 2xlichtsnelheid=lichtsnelheid. dus gewoon kort gezegt 1+1=1 je kan wel heel ingewikkelde formules bedenken om het toch passend te maken maar alleen 2x0=0. Waarom iets ingewikkelt maken als het makkelijk kan.
Gebruikersavatar
doemdenker
Artikelen: 0
Berichten: 589
Lid geworden op: ma 29 mar 2004, 16:27

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Speciaal voor Rudeonline. Snelheden optellen volgens de SRT.

0,6c + 0,6c = 0,88c ! Misschien gaat het er met een plaatje wel in. En zo moeilijk is het niet... als je het maar weet. :shock:

http://picserver.student.utwente.nl/view_i...V6DJAN49/p.jpeg
How will it end?
Mafkees
Artikelen: 0
Berichten: 338
Lid geworden op: ma 02 aug 2004, 13:19

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

roeltje40d schreef:Misschien is dit ook wel wat jij bedoelt


Uhmm.... Ik weet niet of we het nu over het zelfde hebben. Wat ik in ieder geval bedoel is dat ik denk dat tijd niet sneller of langzamer KAN verlopen. Tijd verloopt / beweegt helemaal niet, wij verplaatsen ons er alleen door.


Waarom heb je in Godsnaam een avator van Einstein als tijd volgens jou niet sneller of langzamer kan? :shock:
Mafkees
Artikelen: 0
Berichten: 338
Lid geworden op: ma 02 aug 2004, 13:19

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Ik heb misschien een interessante link, die eventueel voor wat opheldering kan zorgen omtrent tijd:

http://users.pandora.be/ahmadi/html/pijl_v...an_de_tijd.html

Edit: (Bij mij doet deze link het niet, dus heb ik hem ff uit m'n cache).

De pijl van de tijd:

In de loop van de jaren zijn de opvattingen over de aard van de tijd opmerkelijk veranderd. Tot het begin van deze eeuw geloofde men in een absolute tijd. Dat wil zeggen dat we op iedere gebeurtenis een uniek etiket kunnen plakken met daarop de waarde van de grootheid ‘tijd’ en dat alle nauwkeurige klokken zullen overeenstemmen over het tijdsverloop tussen twee gebeurtenissen. De ontdekking dat de lichtsnelheid voor iedere waarnemer gelijk leek te zijn, ongeacht zijn beweging, leidde echter tot de speciale relativiteitstheorie; en volgens die theorie moesten we de voorstelling dat er een unieke absolute tijd bestond laten varen. In plaats daarvan had iedere waarnemer zijn eigen tijdsmaat, volgens de klok die hij bij zich had: klokken die door verschillende waarnemers werden meegevoerd hoefden niet per se met elkaar overeen te stemmen. Tijd werd een persoonlijke begrip, afhankelijk van de waarnemer die het mat. Bij de pogingen om de zwaartekracht te verenigen met de kwantummechanica moest men het begrip ‘imaginaire’ tijd invoeren. Imaginaire tijd onderscheidt zich niet van de richtingen in de ruimte. We kunnen naar het noorden lopen, omkeren en dan in zuidelijke richting lopen. Zo ook zullen we, als we in de imaginaire tijd vooruit kunnen gaan, moeten kunnen omkeren en in de tijd teruggaan. Dit betekent dat er geen wezenlijk verschil kan zijn tussen de voorwaartse en terugwaartse richting; dat weet iedereen, maar waaraan ligt dit verschil tussen verleden en toekomst? Waarom herinneren wij ons het verleden, maar niet de toekomst? De natuurwetten maken geen verschil tussen verleden en toekomst. Of, zoals eerder gezegd, de natuurwetten ondergaan gaan verandering onder de combinatie van de bewerkingen (of symmetrieën) die we kennen onder de afkortingen C, P en T. (C –voor ’charge’, lading - betekent het verwisselen van deeltjes door antideeltjes; P – voor pariteit – betekent het nemen van het spiegelbeeld, zodat links en rechts onderling worden verwisseld; en T – voor tijd – betekent het omkeren van de bewegingsrichting van alle deeltjes, wat erop neerkomt dat alle beweging terug in de tijd verloopt.) De natuurwetten die het gedrag van materie onder alle normale omstandigheden beheersen, blijven ongewijzigd onder de combinatie van de twee bewerkingen C en P op zich. Het leven zal voor de inwoners van een andere planeet, die zowel ons spiegelbeeld zijn als uit antimaterie zijn samengesteld in plaats van uit materie, dus precies hetzelfde verlopen als bij ons. Wanneer de natuurwetten ongewijzigd blijven bij de combinatie van de bewerkingen C en P en ook door de combinatie C, P en T, moeten ze ook ongewijzigd blijven onder de bewerking T alleen. Toch bestaat er in het dagelijks leven een groot verschil tussen de voorwaartse en terugwaartse richting van de reële tijd. Stelt u eens voor dat er een kopje met water van tafel valt en op de grond in stukken breekt. Als we hier een film van maken kunnen we makkelijk bepalen of de film voorwaarts of achterwaarts afgespeeld wordt. Wanneer we hem achterwaarts afspelen zien we de scherven op de grond snel naar elkaar toegaan en omhoogspringen om op tafel een kopje te vormen. Zulk gedrag wordt in het dagelijks leven beslist nooit waargenomen. De verklaring die meestal wordt gegeven voor het feit dat we geen scherven op de grond naar elkaar zien toegaan om als een heel kopje op tafel terug te springen, is dat dit gedrag in strijd is met de tweede hoofdwet van de thermodynamica. Deze bepaalt dat in ieder gesloten systeem wanorde, of ook wel entropie genoemd, altijd met het verstrijken van de tijd toeneemt. Het is een soort wet van Murphy: alles gaat altijd verkeerd! Een ongebroken kopje op tafel is een toestand met een hoge mate van orde, maar een kopje scherven op de grond is een wanordelijke toestand. De stap van het kopje op tafel in het verleden naar het gebroken kopje op de grond in de toekomst is snel afgelegd, maar andersom gaat niet. De toename van de wanorde met het verstrijken van de tijd is een voorbeeld van wat we een pijl van de tijd noemen, iets wat het verleden van de toekomst onderscheidt, de tijd richting geeft. Er zijn ten minste drie tijdpijlen. In de eerste plaats is er de thermodynamische pijl van de tijd, de richting van de tijd waarin de wanorde toeneemt. Dan is er ook de psychologische pijl van de tijd. Dit is de richting waarin de tijd voor ons gevoel verstrijkt, de richting waarin we ons het verleden, maar niet de toekomst, herinneren. Ten slotte is er nog de kosmologische pijl van de tijd waarin het heelal uitdijt en niet samentrekt. Ik zal proberen te bewijzen dat de voorwaarde van de onbegrensdheid voor het heelal, samen met het zwakke antropische principe, kan verklaren waarom alle drie de tijdpijlen dezelfde kant opwijzen – en bovendien waarom er inderdaad een vastomschreven pijl van de tijd moet bestaan. Ik zal aantonen dat de psychologische pijl wordt bepaald door de thermodynamisch pijl en dat deze pijlen altijd onvermijdelijk in dezelfde richting wijzen. Wanneer we uitgaan van de voorwaarde dat het heelal onbegrensd is, zullen we zien dat daaruit twee welgedefinieerde thermodynamische en kosmologische tijdpijlen volgen, die evenwel niet gedurende de hele geschiedenis van het heelal dezelfde kant opwijzen. Ik zal ook bewijzen dat alleen wanneer ze in dezelfde richting wijzen de omstandigheden zodanig zullen zijn dat er zich intelligente wezens kunnen ontwikkelen die de vraag kunnen stellen: waarom neemt de wanorde toe in dezelfde tijdsrichting als die waarin het heelal uitdijt. Als eerste komt de thermodynamische pijl van de tijd aan de orde. De tweede hoofdwet van de thermodynamica is het gevolg van het gegeven dat er altijd meer ongeordende toestanden zijn dan geordende. Neem bijvoorbeeld een doos met puzzelstukjes. Er bestaat één maar ook slechts één rangschikking waarin de stukjes een complete afbeelding vormen. Aan de andere kant zijn er enorm veel rangschikkingen mogelijk waarin de stukjes wanordelijk door elkaar liggen en geen afbeelding vormen. Stel dat een systeem begint met een van de weinige mogelijke geordende toestanden. Met het verstrijken van de tijd zal het systeem zich volgens de natuurwetten ontwikkelen en zal de toestand ervan veranderen. Op elk later tijdstip is het veel waarschijnlijker dat het systeem zich in een ongeordende toestand zal bevinden dan in een geordende, want er zijn veel meer ongeordende toestanden. Wanneer een systeem aanvankelijk een toestand met een hoge graad aan ordening heeft, zal na verloop van de tijd de wanorde zo goed als zeker zijn toegenomen. Stel dat de stukjes van de legpuzzel beginnen in de geordende rangschikking waarin ze samen een afbeelding vormen. Wanneer we de ondergrond schudden zullen de stukjes een andere rangschikking aannemen. Dit is vermoedelijk een ongeordende rangschikking waarbij de stukjes niet de bedoelde afbeelding vormen, omdat er zoveel meer ongeordende rangschikkingen mogelijk zijn. Sommige groepen stukjes kunnen nog altijd een deel van het plaatje vormen, maar hoe meer we schudden, des te waarschijnlijker is het dat ook deze groepen uiteen vallen en dat de stukjes kriskras door elkaar komen te liggen, zodat ze helemaal geen plaatje meer vormen. De wanorde van de stukjes zal dus vermoedelijk met het verlopen van de tijd toenemen, mits de begintoestand er een is met een grote mate van orde. Stel nu dat het heelal zal eindigen in een zeer geordende toestand, maar dat het er niet toe doet in welke toestand het begon. In de vroegste tijd zal het heelal zich dan vermoedelijk in een ongeordende toestand hebben gevonden. Dit betekent dat de wanorde met het verlopen van de tijd AFNEEMT. We zien scherven naar elkaar toegaan en als kopje terug op tafel springen. Maar ook de mensen die dit verschijnsel waarnemen leven dan in een heelal waarin de wanorde met het verloop van tijd afneemt. Ik zal aantonen dat zulke wezens een psychologische tijdpijl hebben die terugwijst: ze zullen zich gebeurtenissen in de toekomst herinneren, maar geen gebeurtenissen in hun verleden. Toen het kopje brak, herinnerden ze zich het tafel, maar toen het op tafel stond, herinnerden ze zich niet de scherven op de grond. Het is lastig iets over het geheugen van de mens te zeggen, want we weten niet precies hoe de menselijke hersenen functioneren. Van de computergeheugens daarentegen weten we alles af. Ik zal daarom de psychologische tijdpijl voor computers behandelen. Ik denk dat we in alle redelijkheid mogen aannemen dat de pijl voor computers hetzelfde is als voor de mensen. Als dat niet zo was, zouden de computers zich bestanden van de toekomst herinneren; wat niet het geval is Een computergeheugen is in wezen een apparaat dat is opgebouwd uit elementen die elk in een van twee mogelijke toestanden kunnen verkeren. Een eenvoudig voorbeeld is het telraam, of abacus. In zijn eenvoudigste vorm bestaat dit uit een aantal spijlen, en op iedere spijl bevindt zich een kraal die in één van twee mogelijke posities kan worden geschoven. Voordat er een gegeven in het computergeheugen wordt opgeslagen verkeert het geheugen in een ongeordende toestand, waarin voor elke kraal beide mogelijke posities even waarschijnlijk zijn. (De kralen van de abacus zijn met andere woorden op alle spijlen willekeurig verdeeld.) Nadat het geheugen een wisselwerking is aangegaan met het te onthouden systeem, zal het uiteindelijk in één welbepaalde toestand verkeren, afhankelijk van de toestand van het systeem. (Elke kraal zal zich ofwel links ofwel rechts op de spijl van de abacus bevinden.) Het geheugen is dan overgegaan van een ongeordende toestand in een geordende. Om er zeker van te zijn dat het geheugen in de juiste toestand komt te verkeren moet er echter een bepaalde hoeveelheid energie verbruikt worden om de kraal te verschuiven, of de computer van stroom te voorzien, bijvoorbeeld.) Deze energie verdwijnt in de vorm van warmte en verhoogt de hoeveelheid wanorde van het heelal. We kunnen aantonen dat deze verhoging van wanorde altijd groter is dan de toename van de orde in het geheugen. De warmte die door de ventilator van de computer wordt afgegeven zorgt ervoor dat de totale hoeveelheid wanorde in het heelal groter wordt wanneer een computer een gegeven in het geheugen opslaat. De richting van de tijd waarin de computer het verleden herinnert, is gelijk aan die waarin de wanorde toeneemt. Ons subjectieve besef van de richting van de tijd, de psychologische tijdpijl, wordt daarom in onze hersenen bepaald door de thermodynamische tijdpijl. Evenals een computer moeten wij onze dingen herinneren in de volgorde waarin de entropie toeneemt. Dit maakt de tweede hoofdwet van de thermodynamica tot bijna een triviale wet. Anorde neemt toe met het verstrijken van de tijd, omdat we de tijd meten in de richting waarin de wanorde toeneemt. Daar is niets meer tegen in te brengen. Waarom moet er eigenlijk een thermodynamische pijl bestaan? Of, waarom moet het heelal aan één uiteinde van de tijd in een zeer geordende toestand verkeren, aan de kant die wij verleden noemen? Waarom verkeert het niet altijd in een totaal wanordelijke toestand? Dat laatste lijkt toch veel waarschijnlijker. En waarom is de richting van de tijd waarin de wanorde toeneemt gelijk aan die waarin het heelal uitdijt? Volgens de klassiek algemene relativiteitstheorie kunnen we niet voorspellen hoe het heelal is begonnen, omdat alle bekende natuurwetten tijdens de oerknal-singulariteit hun geldigheid verliezen. Het heelal kan heel goed in een zeer egale en geordende toestand zijn begonnen. Dit heeft geleid tot vastomgeschreven thermodynamische en kosmologische tijdpijlen, zoals we kunnen waarnemen. Maar het heelal zou evengoed begonnen kunnen zijn in een zeer klonterige en wanordelijke toestand. In dat geval was het heelal van begin af aan in een toestand van totale wanorde, zodat de wanorde niet met het verstrijken van de tijd zou kunnen toenemen. Deze zou ofwel constant blijven, en in dat geval bestond er geen vastomschreven thermodynamische pijl van de tijd, of afnemen, en in dat geval zou de thermodynamische tijdpijl in de omgekeerde richting wijzen van de kosmologische pijl. Geen van deze beide mogelijkheden komt overeen met onze waarnemingen. Maar we zagen reeds dat de klassiek relativiteitstheorie haar eigen ondergang voorspelt. Wanneer de kromming van de ruimte groot wordt, zullen kwantumgravitatie-effecten een belangrijke rol spelen en houdt de klassieke theorie op een goede beschrijving van het heelal te leveren. We moeten uitgaan van een kwantumtheorie van de zwaartekracht om te begrijpen hoe het heelal begin. We weten dat om in een kwantumtheorie van de zwaartekracht de toestand van het heelal zich zouden gedragen op de grens van de ruimte-tijd in het verleden. We zouden dit probleem, dat we iets moeten beschrijven wat we weten en niet kunnen weten, alleen kunnen omzeilen indien de voorgeschiedenissen voldoen aan de voorwaarde van de onbegrensdheid: ze zijn eindig in hun omvang, maar ze hebben geen grenzen, randen of singulariteiten. In dat geval zal het begin van de tijd regelmatig, egaal punt van de ruimte-tijd zijn en zal het heelal met uitdijen zijn begonnen vanuit een zeer egale en geordende toestand. Het kon niet volkomen gelijkvormig zijn, want dat zou het onzekerheidsprincipe van de kwantumtheorie schenden. Er moeten kleine fluctuaties in de dichtheid en snelheid van de deeltjes zijn geweest. De voorwaarde van de onbegrensdheid impliceerde echter dat deze fluctuaties zo klein waren als het onzekerheidsprincipe nog net toeliet. Het heelal zal dan begonnen zijn met een periode van exponentiele of inflatoire expansie, waarin de omvang ervan binnen korte tijd met een groot factor is toegenomen. Tijdens deze expansie zullen de fluctuaties in dichtheid aanvankelijk nog klein gebleven, maar later zullen ze groter zijn geworden. In de gebieden waarin de dichtheid even boven het gemiddelde lag, zal de uitdijing vertraging hebben ondervonden door de zwaartekracht van de extra massa. Uiteindelijk hielden zulke gebieden dus op uit te dijen en stortten ze in om sterrenstelsels te vormen, en sterren en wezens zoals wij. Het heelal zal begonnen zijn vanuit een egale en geordende toestand en vervolgens met het verstrijken van de tijd klonterig en wanordelijk zijn geworden. Dit vormt een verklaring voor het feit dat de thermodynamische pijl van de tijd bestaat. Maar wat zou er gebeuren wanneer heelal niet meer uitdijde en zou beginnen samen te trekken? Zou dan de thermodynamische pijl omkeren en de wanorde en de wandorde met het verstrijken van de tijd afnemen? Dit zorgt natuurlijk voor allerlei sciencefictionachtige mogelijkheden voor mensen de de overgang van de uitdijende fase naar de samentrekkende fase meemaken. Zullen zij de scherven van gebroken kopjes op de grond naar elkaar zien toegaan en weer als een kopje op tafel zien springen? Zullen zij zich de koersen van morgen herinneren en enorme kapitalen verdienen? Het is louter een academische vraag wat er zou gebeuren als het heelal weer instort, want dat zal de eerste tien miljard jaar niet gebeuren. Er is niettemin een snellere methode om erachter te komen wat er gebeurt wanneer het heelal samentrekt: spring maar eens in een zwart gat. Het instorten van een ster om een zwart gat te vormen lijkt sterk op de latere fase van het instorten van het heelal in zijn totaliteit. Als de wanorde dus zal afnemen tijdens de samentrekkingsfase van het heelal, mogen we ook verwachten dat ze in een zwart gat afneemt. Misschien dat een astronaut die in een zwart gat valt veel geld kan verdienden in het casino, door zich te herinneren waar het balletje terechtkwam voordat hij zijn fiches plaatste. (Helaas zal hij niet zolang meer kunnen spelen voor hij tot spaghetti wordt uitgerekt, en evenmin zal hij verslag kunnen uitbrengen over de omkering van de thermodynamische pijl, of zelfs maar zijn winst incasseren, omdat hij gevangen zit achter de waarnemingshorizon van het zwart gat. Bij de pijl van de tijd blijft nog één vraag open: waarom nemen wij waar dat de thermodynamische en de kosmologische pijlen in dezelfde richting wijzen? Of, waarom neemt de wanorde toe in dezelfde richting van de tijd waarin ook het heelal uitdijt en vervolgens weer zal samentrekken, zoals uit de voorwaarden van onbegrensdheid lijkt te volgen, moet deze vraag eigenlijk luiden: waarom bevinden we ons in een uitdijingfase en niet in de samentrekkingsfase? We kunnen deze vraag beantwoorden op grond van het zwakke antropische principe. In de samentrekkingsfase zouden de omstandigheden niet erg geschikt zijn voor het bestaan van intelligente wezens die de vraag kunnen stellen: waarom neemt de wanorde in dezelfde richting toe als de richting waarin het heelal uitdijt? De inflatie in de vroegste fase van het heelal, die het voorstel van onbegrensdheid voorspelt, betekent dat de uitdijing van het heelal zich voltrekt met een snelheid die vlak bij de kritische waarde ligt waarbij een hernieuwd instorten juist kan worden voorkomen, en dat het dus nog erg lang zal duren voor het heelal weer zal instorten. Tegen die tijd zullen alle sterren zijn opgebrand en de protonen en neutronen in die sterren zullen vermoedelijk tot lichtdeeltjes zijn vervallen. Het heelal zal op dat moment in een toestand van bijna totale wanorde verkeren. Er is geen uitgesproken thermodynamische tijdpijl meer. De wanorde neemt niet toe, omdat het heelal al in een toestand van vrijwel totale wanorde verkeert. Een duidelijk thermodynamische pijl is echter wel een noodzakelijke voorwaarde voor de bestaanskansen van intelligent leven. Om te overleven moeten mensen voedsel nuttigen, een geordende vorm van energie, dat ze omzetten in warmte, een ongeordende vorm van energie. Intelligent leven zal dus niet bestaan in de samentrekkingsfase van het heelal. Dit is een verklaring waarom volgens onze waarneming de thermodynamische en de kosmologische tijdpijlen in dezelfde richting wijzen. Niet omdat het uitdijen van het heelal een toename van wanorde veroorzaakt, maar veeleer omdat de voorwaarde van onbegrensdheid de wanorde doet toenemen en ervoor zorgt dat de omstandigheden alleen in de uitdijende fase geschikt zijn voor intelligent leven. Samenvattend kunnen we zeggen dat de natuurwetten geen verschil maken tussen de voorwaartse en terugwaartse richting van de tijd. Er zijn echter ten minste drie tijdpijlen die het verleden van de toekomst onderscheiden. Dat zijn de thermodynamische pijl, de richting van de tijd waarin de wanorde toeneemt, de psychologische pijl, de richting van de tijd waarin we ons het verleden herinneren, maar niet de toekomst, en de kosmologische ijl, de richting van de tijd waarin het heelal uitdijt in plaats van samen te trekken. Ik heb laten zien dat de psychologische pijl eigenlijk dezelfde is als de thermodynamische pijl, zodat deze twee altijd in dezelfde richting wijzen. Het uitgangspunt van onbegrensdheid voor het heelal voorspelt het bestaan van een vastomschreven thermodynamische tijdpijl, omdat et heelal in een egale en geordende toestand moet zijn begonnen. Dat wij waarnemen dat deze thermodynamische pijl overeenstemt met de kosmologische pijl komt vervolgens doordat intelligente wezens alleen in de uitdijingfase kunnen bestaan. De samentrekkingsfase is niet geschikt omdat ze geen duidelijke thermodynamische pijl heeft. Wanneer u zich ieder woord van dit website herinnert, heeft uw geheugen ongeveer 200000 stukjes opgenomen.: de orde in uw hersenen is dan met 200000 eenheden toegenomen. Maar tijdens surfen en lezen van het website heeft u tenminste duizend calorieën geordende energie, in de vorm van voedsel, omgezet in ongeordende energie, in de vorm van warmte, die u aan de lucht om u heen afstaat door warmte-uitwisseling en transpiratie. Dit vergroot de wanorde van het heelal met ongeveer 2 maal 10^25 eenheden. Dat is 10^19 keer de toename van de orde in uw hersenen (en dat alleen als u ALLES in dit boek herinnert). De warmte die door uw lichaam wordt uitgestraald heeft een veel grotere invloed op de toename van de wanorde in de rest van het heelal. Daarom stel ik voor dat u nu ophoudt met lezen.
Anonymous
Artikelen: 0

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Wat een mafkees!

:shock:

-$tijn
peterdevis
Artikelen: 0
Berichten: 1.404
Lid geworden op: ma 05 apr 2004, 15:52

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Reactie op mafkees:
In plaats daarvan had iedere waarnemer zijn eigen tijdsmaat, volgens de klok die hij bij zich had: klokken die door verschillende waarnemers werden meegevoerd hoefden niet per se met elkaar overeen te stemmen. Tijd werd een persoonlijke begrip, afhankelijk van de waarnemer die het mat
Ofschoon er in bovenstaand stukje geen onwaarheden worden verteld, wil ik toch enkele begrippen nuanceren. In de natuurkunde is het begrip 'waarnemer' een abstracte constructie die men gelijk kan stellen met een referentiesysteem. Zelden (zeker niet in de context van de RT ) bedoeld men hier een fysisch persoon mee.

Door de RT wordt tijd geen persoonlijk begrip maar wel een relatief begrip. Elke tijdsbeleving zal immers in alle referentiesystemen hetzelfde zijn. Een waarnemer zal wel kunnen concluderen dat de tijd in andere referentiesystemen anders loopt.
De natuurwetten maken geen verschil tussen verleden en toekomst
In deze zin moet 'natuurwetten' vervangen worden door 'fysische theorieën'

Natuurwetten is immers een synoniem voor de natuur zelf. Als mensen kunnen we de natuur enkel maar beschrijven via theoriën. Begrippen die wij in deze theorien hanteren zoals atomen, velden,straling... en tijd hoeven geen werkelijke fysische entiteiten te zijn. Het is dus de vraag of tijd (en daarbij verleden en toekomst) wel werkelijk bestaan of maar een begrip zijn als bv temperatuur (dat geen fysische entiteit is).
Bij de pogingen om de zwaartekracht te verenigen met de kwantummechanica moest men het begrip ‘imaginaire’ tijd invoeren
Tot op heden zijn deze pogingen mislukt. Imaginaire tijd is en zuiver wiskundig begrip.
Er zijn ten minste drie tijdpijlen. In de eerste plaats is er de thermodynamische pijl van de tijd, de richting van de tijd waarin de wanorde toeneemt. Dan is er ook de psychologische pijl van de tijd. Dit is de richting waarin de tijd voor ons gevoel verstrijkt, de richting waarin we ons het verleden, maar niet de toekomst, herinneren. Ten slotte is er nog de kosmologische pijl van de tijd waarin het heelal uitdijt en niet samentrekt
Deze pijlen zijn in weze arbitrair en vertellen meer over de wetten die deze pijlen definieren dan over de tijd zelf.

De verdere uiteenzetting klopt wel binnen de aangenomen aannames (inkrimen = afname entropie) maar de conclusies kunnen ook getrokken worden zonder invoeren van de tijdspijlen.

Verder zou een bronvermelding niet misstaan in dit stukje.
mikev
Artikelen: 0
Berichten: 1
Lid geworden op: za 28 aug 2004, 10:46

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

BBL
zeveraar
Artikelen: 0
Berichten: 79
Lid geworden op: zo 11 jul 2004, 22:31

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Eerst was er orde, de bigbang opende de tijdsdementie waar materie onstaan is en in die dementie kon het bewegen (chaos).

Chaos = trillen van atomen = WARMTE, want ORDE = absolute nulpunt

Chaos = tijd

Warmte = tijd ?
Nils Bohr - "Who isn't shocked by the kwantum meganics, hasn't understood it..."
Mafkees
Artikelen: 0
Berichten: 338
Lid geworden op: ma 02 aug 2004, 13:19

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

doemdenker schreef:Speciaal voor Rudeonline. Snelheden optellen volgens de SRT.

0,6c + 0,6c = 0,88c ! Misschien gaat het er met een plaatje wel in. En zo moeilijk is het niet... als je het maar weet.   ;)

http://picserver.student.utwente.nl/view_i...V6DJAN49/p.jpeg


Je link werkt niet. :shock:
Gebruikersavatar
doemdenker
Artikelen: 0
Berichten: 589
Lid geworden op: ma 29 mar 2004, 16:27

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

Nit meer, maar ik zet hem er wel ff opnieuw op.

http://picserver.student.utwente.nl/view_i.../picserver.jpeg

horizontaal = ruimteachtig.

vertikaal = tijdachtig.

rechte lijnen = stelsel in rust.

schuine lijnen = stelsel met 0,6c t.o.v. stelsel in rust.

dikke lijn = deeltje met 0,6c t.o.v. stelsel met 0,6c en 0,88c t.o.v. stelsel in rust.

diagonale lijn = licht (lichtkegel).
How will it end?
Anonymous
Artikelen: 0

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

zeveraar schreef:Eerst was er orde, de bigbang opende de tijdsdementie waar materie onstaan is en in die dementie kon het bewegen (chaos).

Chaos = trillen van atomen = WARMTE, want ORDE = absolute nulpunt

Chaos = tijd

Warmte = tijd ?
DIMENTIE, dementie is zegmaar Alzheimer enzo.. maar goed, wat er fout is aan jouw logica is dat het helemaal niet zeker is dat de big bang de tijd liet starten (tijd in welke zin? absolute tijd? relatieve tijd t.o.v. de big bang). Verder kan er ook orde zitten in trillen van atomen (zoals bv. met de stringtheory) dus klopt dat niet. Verder klopt het niet dat orde het absolute nulpunt is (welke dan eigenlijk) om diezelfde reden. Dus kan je niet zeggen dat chaos tijd is.

Als je het al kon zeggen krijg je logisch gezien

P = Q

P = X

Dus:

Q = X

Logisch gezien is dat juist, maar ze alle premissen kloppen niet :shock:

ads

Steun Sciencetalk bol cadeaukaart - 100 euro - HiepHiep

bol cadeaukaart - 100 euro - HiepHiep

Bekijk product

Steun Sciencetalk bol cadeaukaart - 25 euro - Bedankt!

bol cadeaukaart - 25 euro - Bedankt!

Bekijk product

Steun Sciencetalk Ohuhu Honolulu 216 kleuren Alcohol Art Markers Brush & Chisel

Ohuhu Honolulu 216 kleuren Alcohol Art Markers Brush & Chisel

Bekijk product

Gebruikersavatar
doemdenker
Artikelen: 0
Berichten: 589
Lid geworden op: ma 29 mar 2004, 16:27

Re: [Filosofie] Wat is tijd?

DIMENTIE, dementie is zegmaar Alzheimer enzo.. maar goed


Het is dimenSie. :wink:
How will it end?

Plaats een reactie

Je mail wordt niet openbaar getoond. Het wordt enkel gebruik voor contact of notificatie vanuit het beheer.

🗨️ Wat vind jij? Stel direct je vraag of geef je mening – zonder registratie. Je reactie zet het topic weer bovenaan bij 'Laatste posts' en trekt snel nieuwe reacties aan🔥. Mocht je als vaste bezoeker willen reageren, dan kun je je ook registreren.

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vragen te beantwoorden.

Noor heeft 10 knikkers. Ze verliest er 4 in het gras. Hoeveel heeft ze er nog?

Antwoord: (vul een getal in)

Er zitten 5 vogels op een hek. Twee vliegen weg. Hoeveel blijven er zitten?

Antwoord: (vul een getal in)

Terug naar “Filosofie”

Sciencetalk: Leer, deel of groei. Volg of geef een cursus op Sciencetalk!