GS750, lees de voorgaande posts eens goed door!
Ervaringen hebben weinig bewijskracht omdat er geen sprake is van een onderzoeksopzet.
Er is ook nog zoiets als 'het geloof' dat mensen hebben in een behandeling. Wanneer ze in een alternatieve therapie geloven kan dit zeker de klachten verminderen. Dit kan dan inderdaad te zien bij praktijkwaarnemingen.
Vergelijkt men deze alternatieve therapie echter met een placebo, dan zullen verschillen afwezig zijn. In dat geval helpt alternatieve therapie wel, maar werkt het niet.
Aangezien je dergelijke placebo-gecontroleerde onderzoeken niet kunt overleggen wil ik dat onderwerp in dit topic beeindigen.
Mijn voorstel is om zelf een topic aan te maken waar jij jouw overtuiging kunt voortzetten. Gezien de opzet van dit forum acht ik de kans van slagen niet zo groot.
Nu wil ik graag weer terug naar het onderwerp van mijn eerste post:
In welke hiërarchie moet ik het totaal aan onderzoeken plaatsen om de juiste conclusie te kunnen trekken en te kunnen onderbouwen? Er zijn namelijk redelijk wat onderzoeken tegen de huidige cholesterolopvattingen die ik (nog) niet zomaar naast me neer wil/kan leggen. Zowel op interventie-, als epidemiologisch niveau is er onduidelijkheid.
Wat kan gebruikt worden als tegenargument -onderzoek op de onderstaande onderzoeken (o.a. 27-39), met een zo mogelijk hogere bewijslast? Dit moet mogelijk zijn gezien het huidige algemene standpunt over verzadigd vet en cholesterol als risicofactor voor hart- en vaatziekten.
En een andere, maar eveneens belangrijke vraag voor mij, hoe moet ik de onderstaande onderzoeken interpreteren en uitleggen? Alles bij elkaar heb ik redelijk wat onderzoeken gevonden die de huidige vet/cholesterolopvattingen niet ondersteunen. Als deze onderzoeken correct zijn zou de huidige vet/cholesterolopvatting namelijk herzien moeten worden.
Meta-analyses hebben over het algemeen de hoogste bewijskracht. De Nederlandse Hartstichting gebruikt de volgende meta-analyse om hun standpunt te onderbouwen:
Review of dietary intervention studies: effect on coronary events and on total mortality.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.f...l=pubmed_DocSum
Concensus cholesterol 1998 hierover:
Interventieonderzoeken; voeding
Truswell heeft in een meta-analyse van 17 gerandomiseerde voedingsinterventieonderzoeken met ruim 90.000 personen aangetoond dat een cholesterolverlaging van 10% niet alleen leidde tot reductie in het optreden van CHZ (fataal en niet-fataal, odds-ratio (OR): 0,87; 95%-betrouwbaarheidsinterval (95%-BI): 0,83-0,91), maar ook tot een daling van de totale sterfte (OR: 0,94; 95%-BI: 0,89- 0,99).28 In de interventiegroep waren 2205 (4,8%) personen overleden of getroffen door CHZ en in de controlegroep 2541 (5,5%). Deze dalingen waren nog sterke indien alleen de gegevens geanalyseerd werden van de 5 onderzoeken waarin een gemiddelde cholesteroldaling van 13% werd bereikt (30% minder CHZ en 11% minder sterfte). De voedingsinterventies bestonden vooral uit een vermindering van de consumptie van verzadigd vet en een toename van de consumptie van meervoudig onverzadigd vet. In sommige onderzoeken werden ook gewichtsvermindering en andere veranderingen in de leefstijl geadviseerd. In 4 voedingsonderzoeken bij personen met angina pectoris of een anderszins stabiele vorm van CHZ werd angiografisch enige regressie of minder progressie van vernauwde coronaire arteriën aangetoond.
Daarnaast werd er in onderzoeken gebruik van vis geadviseerd. Visvetzuren zijn los van het cholesterolgehalte negatief geassocieerd met hart- en vaatziekten en mortaliteit.
In mijn ogen gaat deze meta-analyse dus over
voedings/leefstijl-interventies. Hierdoor kan met eventueel uitspraken doen over de gebruikte
voeding/leefstijl, maar niet zozeer over het cholesterolgehalte als risicofactor voor hart- en vaatziekten en mortaliteit.
Mijn conclusie wil ik dus niet van dit onderzoek af laten hangen.
De Nederlandse Hartstichting heeft als volgt gereageerd op mijn vragen:
De gezondheidswetenschap in het algemeen en de voedingswetenschap in het bijzonder blijven in beweging en de in de door u gestuurde literatuur blijkt dat er nog veel onopgehelderde vragen en tegenstrijdigheden zijn op dit terrein. Een duidelijke hiërarchie kunnen wij niet aanbrengen.
Wellicht komen in de (nabije) toekomst wetenschappers tot de conclusie dat de huidige opvattingen over cholesterol en verzadigd vet herzien dienen te worden. De Nederlandse Hartstichting volgt de ontwikkelingen en publicaties op dit terrein nauwgezet. Als de wetenschappelijke opvattingen veranderen, passen wij uiteraard onze voorlichting aan.
Geen duidelijk antwoord dus.
Vreemd, aangezien bijna iedereen ervan overtuigd is dat het cholesterolgehalte een risicofactor is voor hart- en vaatziekten...
Het is dus niet zozeer dat ik onderzoeken vraag die de huidige cholesterol-opvattingen bevestigen of tegenspreken. Deze zijn voldoende aanwezig.
Graag wil ik weten hoe ik al deze onderzoeken moet ordenen om een zo goed mogelijke wetenschappelijke conclusie te kunnen trekken.
Zijn er mensen die naar aanleiding van dit topic zijn gaan twijfelen over het cholesterolgehalte als risicofactor voor hart- en vaatziekten?