Volgens mij is de houding van een hoogbegaafde ten opzichte van anderen (en hun omgang met zijn/haar hoogbegaafdheid) deels ook gerelateerd aan het feit dat die persoon zelf, zich al dan niet op heeft weten te aanvaarden waar hij/zij voor staat, los van een maatschappelijke norm of wat dan ook. Deze stelling is eigenlijk niet alleen toepasbaar op hoogbegaafden maar op alle homo sapiens sapiens op deze aardbol, oliedom of geniaal.
Voor hoogbegaafden echter zal het probleem van maatschappelijke integratie enzovoort meestal rapper tot problemen en conflicten leiden omdat zij over het algemeen sneller denken. Ze komen rapper tot bepaalde conclusies en slaan in hun ogen logische denkstappen over. Als ze dan hun mening over iets zeggen lijkt het voor minderbegaafden raar en niet direct te begrijpen waar ze (HB) naartoe willen....
Ik denk dat vanuit dit voorbeeldje en heel wat andere dus mag geconcludeerd worden dat er inderdaad zeker problemen zijn maar het is dan aan de hoogbegaafde zelf om daar mee (leren) om te gaan.
Ik zeg eigenlijk: hoogbegaafde , wees creatief en zoek oplossingen met dat creatief brein van u
enkele mogelijke routes zijn:
*bedenken dat ieder mens sowieso geconfronteerd wordt met onbegrip, het is eigen aan de mens dat we niet in andermans hoofd kunnen kijken en tot 100% consensus kunnen komen over iets
*soortgenoten (andere hoogbegaafden) leren kennen, wat heel bevrijdend kan werken omdat de hoogbegaafde zich nu veel minder moet inhouden wat zijn kennis en inzicht betreft.
*zich storten op een bepaalde wetenschap of kunde en daar heel diepe inzichten in verwerven, met als gevolg een gelukkig gevoel en appreciatie van de eigen mogelijkheden, met als meta-gevolg dan weer een betere houding ten opzichte van de andere minder begaafden zoals gesteld in de eerste alinea
*je niet concentreren op het feit dat anderen je niet begrijpen en aldus een gefrustreerd gevoel eraan overhouden maar trachten op een constructieve manier tot begrip te komen. Ook inzien dat hoe slim een mens ook, deze altijd iets kan leren van iemand die als dom bestempeld wordt, vermits het heel onwaarschijnlijk is dat de slimme in werkelijk alles meer weet dan de domme.