
2 opdrachten en ook 2 tekeningen:
1) Een zak cement met massa m hangt aan drie touwen zoals weergegeven op de figuur. Twee van de drie touwen maken een hoek A, respectievelijk B met de horizontale. Het geheel is in rust.
- Bewijs dat de grootte van de spankracht in het linkertouw te berekenen is uit:
\(F1 = \frac{m*g*\cos(B)}{\sin(A + B)} \)
- Als de massa van de cement 20,4kg bedraagt, A= 10,0° en B= 25,0° hoe groot zijn dan de spankrachten in drie touwen? (oplossing: F1=200; F2=316; F3=343)2) Berekend de spannings-en drukkrachten, die de aangeduide kracht op staaf AB en kabel AC uitoefent. (Oplossing: F1=3,0 * 10³N; F2 = 2,6 * 10³N)
Gelieve de uitkomsen te verklaren hoe je eraan komt, want momenteel is het me een raadsel :S
Puzzels
