Aagje (massa 48,6 kg) komt met snelheid 2,0 m/s verticaal neer op een trampoline, die daardoor 40 cm wordt ingedrukt. Bereken de kracht die door Aagje op de trampoline wordt uitgeoefend.
Ik redeneer, ik moet de kracht op de trampoline berekenen, er werken hier twee krachten. De kracht van Aagje met haar snelheid op de trampoline + de zwaartekracht, dus:
F(a-t) = m*a=m*(v²/r)=49*10 N
Fz = m.g=477 N
=> F(res) = Fz+F(a-t)=97*10 N
Is dit juist?
Puzzels