Hallo iedereen,
Ik hoorde vroeger altijd dat het idee van parallelle universa eruit bestond dat er een splitsing in de tijdlijn zogezegd optrad bij elke keuze. Dus een tijdlijn voor de ene keuze, en een tijdlijn waar je de andere nam.
Nu ik probeer steeds de menselijke pretentie wat voorbij te kijken, ik bedoel, waarom zou een bal die ik laat rollen naar de muur zowiezo tegen de muur kletsen, maar ik de perfecte vrije wil hebben om een keuze te maken en in staat zijn om beide opties te kiezen.
Toen dacht ik dat het misschien te maken had met het verschijnsel dat er op zeer kleine schaal quantumeffecten optreden, namelijk dat een elektron op 2 plaatsen tegelijk verkeert. Dus dat er een splitsing zou zijn in oneindig veel parallelle universa waar dat elektron telkens op een andere plaats hangt, en die dan zo voor totaal andere scenarios op lange termijn kunnen zorgen dankzij het vlindereffect. Houdt dit steek? Tussendoor: kan het ook zijn dat de werking van de hersenen op voldoende kleine schaal is om een belangrijke invloed te ondervinden van quantumeffecten?
Nu is mijn probleem met dit alles: men heeft het idee van een elektron op 2 plaatsen tegelijk bedacht door experimenten waarbij 1 elektron via 2 spleten uitgestrooid werd en toch een interferentiepatroon teweegbracht, wijzende op dat die ene elektron door de 2 spleten tegelijk ging (sorry als zit niet correct is, ik heb het zo gelezen). Aangezien dat interferentiepatroon ontstaat wil dat zeggen dat dat ene elektron een beetje overal tegelijk is in ons universum alleen, dus niet eentje hier in dit universum, en eentje daar in een ander, dus mijn zevering hierboven kan eigenlijk niet echt kloppen.
Kan iemand me vertellen hoe dat dan zit?
Puzzels