Atlantis schreef:ok maar bij vb 1 zijn de zelfde gegeven opgegeven als bij 2
bij oef 1= s 15m , o=? , 60° hier gebruikt men sin
bij oef 2= s 200m , o=? , 29° hier gebruikt men cos
wat bepaald dit dan?
Ik heb het geleerd met SosCasToa
vb 1:
je wilt de overstaande zijde weten ( ten opzichte van de hoek van 60°)
dus o = ?
Gegeven zijn:
s = 15m
hoek = 60°
Bij de Sinus (Sos) staan de overstaande en de schuine
Bij de Cosinus (Cas) staan de aanliggende en de schuine
aangezien de schuine gegeven is, en je de overstaande wilt weten, gebruik je de Sinus om het probleem op te lossen.
vb 2:
je wilt de aanliggende zijde weten ( ten opzichte van de hoek van 29°)
dus a = ?
Gegeven zijn:
s = 200m
hoek = 29°
Bij de Sinus (Sos) staan de overstaande en de schuine
Bij de Cosinus (Cas) staan de aanliggende en de schuine
aangezien de schuine gegeven is, en je de aanliggende wilt weten, gebruik je de Cosinus om het probleem op te lossen.