Ten eerste zei ze dat de waterdeeltjes in de zee alleen op en af ging, en dat je dus op eenzelfde plaats blijft drijven als je je niet beweegt. Nochthans ben ik er vrij zeker van dat je bij het golfje springen wel eens een meter of 10 weggesmeten kunt worden. Ze haalde daarna ook de opgewekte golven in een subtropisch zwembad als voorbeeld. Als je daarop drijft met luchtmatras, zou je boven dezelfde tegel blijven hangen. Is de zee hierbij een slecht voorbeeld, omdat er nog factoren meespelen als stroming, wind,... en klopt het dus wel voor het zwembad? Of is mijn leerkracht hier gewoon iets vergeten te vermelden?
Het tweede puntje is iets moeilijker. Stel dat je in een vliegtuig zit, vliegend met de snelheid van het geluid. De motor van het vliegtuig, die zich buiten de cabine bevindt, hoor je dan niet (?), want de geluidsgolven kunnen je niet bereiken. Hierbij nemen we aan dat het geluid zich niet voortplant door het vliegtuig zelf, maar enkel door de lucht. Dit alles klinkt vrij logisch, maar...
De speciale relativiteitstheorie zegt "Alle waarnemers die met constante snelheid ten opzichte van elkaar bewegen, observeren dezelfde fysische wetten." Dit zou betekenen dat een waarnemer die achter de motor zit, hetzelfde moet horen als deze in de cabine, want ze hebben dezelfde snelheid.
Waar zit de fout in deze paradox?
Ik ben u bij voorbaat dankbaar
Puzzels
