Het is inderdaad een zeer ingewikkelde materie.
De hele 'Jehanne la Pucelle-hype', als ik een modern woord mag gebruiken, is ontstaan na de catastrofe van 1870. Bismarck stond met zijn leger aan de poorten van Parijs, waar bovendien een opstand was uitgebroken: de 'commune'.
Uiteindelijk richtte het Franse leger de kanonnen op het eigen volk en verdronk de Parijse commune in bloed.
De toenmalige regeringsleider, Thiers, had geen andere keuze. Het alternatief dat Bismarck hem liet was Duitse troepen in Parijs en de totale verwoesting van de stad.
Duitsland trok zich uit Frankrijk terug tegen betaling van een enorm bedrag. Frankrijk was totaal vernederd. een ware 'debellatio'.
Toen bedacht Thiers, zoals dat wel vaker gebeurt, enkele stunts om het nationaal bewustzijn op te krikken. Hij bekwam van Engeland het 'gebeente' van Napoleon, dat met veel praal in le Dôme des Invalides werd herbegraven.
(Men is tot op heden niet zeker dat het wel het gebeente van Napo is!!!)
En dan kwam hij met het heldenverhaal van Jeanne d'Arc.
In de reeks 'Les ombres de l'histoire' (uitg. Robert Lafont), heeft de historicus Pierre de Sermoise 'Les missions secrètes de Jehanne la Pucelle' laten verschijnen (1970).
Het boek is in Frankrijk zowat verketterd en niet zonder reden.
Met veel zin voor detail ontwikkelt de Sermoise volgende theorie: Jeanne is het overlevende deel van een tweeling, geboren uit de overspelige praktijken van de hertog van Orleans met de koningin Isabeau de Bavière, ook de Beierse **** genoemd.
Het dode deel is in Saint Denis begraven en Jehanne is toevertrouwd aan een van de hofdames van Isabeau, Jeanne d'Arc, dochter van een welstellende grootgrondbezitter uit Domrémy. Daar is ze opgegroeid als een weinig stabiel kind, dat voortdurend 'visioenen' kreeg. Waarschijnlijk een ziekte die haar deed hallucineren. Daarvan hebben de d'Arc's gebruik gemaakt om haar 'stemmen' voor te liegen, die geleid hebben tot wat iedereen kent.
de Sermoise stelt dat :
1. Jehanne, geen vrouw was, maar een jongen met een uiterst klein geslacht. Hij leidt dat af uit de getuigenis van een bewaker, die naar goede gewoonte uit die tijd, zich van de vrouwelijke gevangenen 'bediende' en dat dus ook met la Pucelle wou proberen.
2. Jehanne is NIET gestorven op de brandstapel in Rouen. De auteur is daar nogal formeel in, wegens weer een getuigenis van een cipier. De man, namelijk, die de veroordeelde 'gereed maakte' voor de brandstapel. Dat 'gereedmaken' bestond er in de veroordeelde naakt uit te kleren en met een in een soort olie gedrenkt habijt te hullen.
Welnu, die man spreekt van een struise vrouw, met een lichaam zonder afwijkende tekenen of sporen van wonden. Toch werd La Pucelle tijdens haar veldtochten tweemaal zwaar gekwetst. Zo werd bv. haar zij doorboord met een lans, een wonde die zonder enige twijfel littekens moet hebben nagelaten. Bovendien was Jehanne frele en dus helemaal geen struise vrouw, zoals die werd beschreven.
de Sermoise heeft het ook moeilijk met het hele verhaal over de 'valse' Pucelle, die na de dood van Jehanne opduikt en verder oolog voert. Dat is voor hem een 19de eeuwse verdraaiïng van de feiten en is het de échte Pucelle die haar wanhopige strijd verder zet.
Tenslotte stelt de auteur dat Jehanne later is getrouwd en natuurlijk geen kinderen had, zij was immers mannelijk. Het was een huwelijk om het bezit van de d'Arc's in een bepaalde richting te doen overerven. Hij duidt zelfs de grafsteen van Jeanne d'Arc aan en publiceert er zelfs een foto van.
Boeiende lectuur dus!
Maar zoals altijd, ieder denke er hetzijne over!

"God is een door de mens gemaakt wezen, waarop de mens omwille van eigen geluk en genotsverhoging zijn menselijke idealen, noden en wensen projecteert."
- L. Feuerbach