Hoofd schreef:Als ik dit doe dan krijg ik vaak kippenvel. Alles lijkt me duidelijk, al mijn vragen zijn beantwoord. Het valt niet uit te leggen en klinkt daarom hoogstwaarschijnlijk ook erg stom. Ik wordt vaak erg gelukkig en kan daar uren blijven liggen, soms krijg ik ook het idee dat ik in een dip begin te raken als ik daar buiten zit.
Ik hoorde van iemand die sterk gelovig is, sinds kort, dat hij hetzelfde heeft; sinds hij God 'gevonden' heeft zijn al zijn vragen beantwoord en hij is een stuk emotioneler geworden. De beschrijving die hij gaf over zijn gevoel voldeed precies aan het gevoel wat ik krijg als ik buiten zit.
Nu weet ik het niet; ik vraag me af: Is het heelal mijn God, of is God het heelal? Of is er iets in de hersenen wat dit gevoel geeft, in een bepaalde vorm. Bij sommige mensen in de vorm van God en bij anderen in de vorm van iets anders (groots)?
Soms lijken dingen zo duidelijk, maar op dit moment snap ik er niets van. Wat is dat gevoel? Ben ik toch geen atheist of is het gewoon de grijze massa in mijn hoofd?
Er zijn een aantal facetten waar ik je op wil wijzen. In mijn mening is het zo dat alles onderdeel is van het totaal. We ervaren invloeden van alle onderdelen van het totaal en misschien zelf wel van het totaal an sich. Al dit wat tot ons komt is bijzonder veel. Als wij, mnsen, daadwerkelijk proberen te ervaren wat er allemaal precies tot ons komt zie je dat de meesten zo bang worden dat ze als excuus verzinnen dat er buiten zichzelf helemaal niets anders is en dat ze ook niets kunnen ervaren daarvan. In de psychologie noemt men dit ontkenning.
Wanneer met ervaring of met acceptatie de noodzaak tot dit soort ontkenning verdwijnt zal men weer meer kunnen ervaren. Het is immers zo dat die dwangmatige ontkenning de persoon in kwestie verlaten heeft. Wanneer iemand eenmaal zover gekeken heeft, zal deze persoon onherroepelijk tot de conclusie komen dat zoveel (alles) wat door hem of haar gedacht werd slechts gedacht werd om al al hetgeen waar ik het eerder over had niet te hoeven ervaren. Het was onderdeel van het ontkenningsproces.
Als we het zo bekijken is het niet meer dan logisch dat de dingen zo duidelijk lijken. We zijn immers opgehouden onszelf doelbewust voor de gek te houden (uit angst!). Het is echter niet zo dat daarmee alle raadsels gelijk opgelost zijn; daar begint slechts een nieuwe stap in de oplossing van het raadsel: je staathet jezelf toe om het antwoorde te gaan zoeken. it gevoel kan inderdaad als een soort godsgevoel overkomen, maar uiteindelijk weten we niet wat god is. Sta hiervoor dus open. Wanneer je god voor jezelf wel definieerd ontken je immers de enige waarheid die je wel hebt: dat je het niet zeker weet. Wanneer je dit doet ben je weer terug bij het ontkennen wat je zojuist nog losgelaten had.
Ik hoop dat je hier wat aan hebt.
J. Pechters schreef:Maar dit gevoel, is volgens Schopenhauer de eenheid van de wil die overblijft. Dit betekent dat met de opheffing van de kengrond alleen de pure wil overblijft. En omdat wij daar allemaal onderdeel van zijn (alles is er onderdeel van) voelen wij ons intens verbonden met de wereld en begrijpen wij deze op dat moment gewoon. Uiteraard kunnen wij dit nauwelijks verwoorden omdat dit buiten onze kengrond plaatsvindt, en woorden enkel op het denken in de kengrond slaan.
Deze ontkenning wordt vaak onterecht opgevat alsof de wil ineens verdwenen zou zijn (dit kan niet omdat alles de wil ís). Maar het is de opheffing van onze kengrond die ons de hele tijd onze wil naar honger, troost, sex, concretiseert tot "aardse behoeftes."
Daarom bereiken wij na deze ontkenning ook een ongekend gevoel van rust en sereniteit. Dit komt dus in grote overeenkomst terug bij Maslow. Dus zoals Ypsilon hierboven zegt is opzich goed opgevat maar dit gevoel is géén stilling van de wil; het is de volledige ontkenning van de behoeftes die door deze kengrond ingegeven worden. Voorts wordt dit opnieuw omgedraaid in de zinnen over religie. Religie heft de wil (kengrond) niet op, maar stilt deze, zoals voedsel onze honger stilt. Blijvende stilling (opheffing, in de betekenins van de zin daarvoor) is door religie absoluut niet mogelijk. Het voedt enkel de wil. Religie is géén "hoger bewustzijn." De analogie met het boeddhisme begint dan ook pas echt op te gaan wanneer hij spreekt over de versterving van de wil. Maar dit moet je zelf maar lezen. '
Maar dit gevoel kun je inderdaad met het vinden van God verklaren. Maar ben je ervan bewust dat in welke vorm van godsdienst dan ook dit element van het hogere bewustzijn zit (tijdens massale gebedsbijeenkomsten als duidelijk voorbeeld). Alleen stoelt het in tegenstelling tot Schopenhauer niet grotendeels op wetenschappelijke, logische gronden maar op religieuze gronden. Freud verklaard dit gevoel met het ES, dus als "hersenfunctie." Het is aan jou bij welke verklaring jij je het beste voelt.
Wat je schreef lijkt heel erg op wat ik hierboven schreef. Ik vind het echter bijzonder subjectief. Dat vind ik erg jammer. Het kwalijks vind ik deze opmerking:
Deze ontkenning wordt vaak onterecht opgevat alsof de wil ineens verdwenen zou zijn (dit kan niet omdat alles de wil ís).
In mijn ogen (en dit wil ik voorop stellen) weten we simpelweg niet hoe de werkelijkheid nu echt in elkaar steekt. Wat we echter wel zeker weten is waarom we niet alles tot ons laten komen en dit is door ontkenning (ofewel: predicering). Als je inderdaad spreekt van deze ontkenning die opgeheven wordt (ik vind helaas geen referentie naar welke ontkenning nu eigenlijk opgeheven wordt), dan is het juist de afwezigheid van wil. De afwezigheid van de wil tot ontkenning. Die "goddelijke wil"die hieruit zou blijken heeft veel eerder van doen met het weer terugvinden van de eigen wil. Dit in plaats van een goddelijke wil. Laten we immers niet vergeten dat het de afwezigheid van het hebben van wil was waardoor we onszelf tot dit niveau tilden. Waarom zouden we op dit niveau dan dezelfde ontkenning plaats laten vinden?
Men occasionally stumble over the truth, but most of them pick themselves up and hurry off as if nothing ever happened.
~Sir Winston Churchill