Vaak hoor ik dat de lichtsnelheid nooit gehaald kan worden.
Dat het oneindig veel energie zou kosten enz.
Ik denk daar anders over.
Ik denk dat het heelal groter wordt met de snelheid van het licht.
Alle kanten op.
Het heelal kun je je dus voorstellen als een bol.
De sterren gaan ook steeds verder uit elkaar staan als de tijd verstrekt.
Ik denk dat de sterren in het heelal netjes zijn verdeeld.
In de oorsprong van het heelal zijn naar verhouding veel sterren die een lage snelheid hebben vanuit de oorsprong.
Hoe verder je naar de buitenkant van het heelal gaat hoe minder sterren er zijn, die hebben wel een hogere snelheid ten opzichte van de oorsprong.
Een voorbeeld:
Je laat een granaat ontploffen, na één seconden laat je de tijd stoppen en bekijkt hoe de granaatscherven zijn verdeeld.
Op een afstand van één meter, dat is dus dicht bij de oorsprong, zijn relatief veel scherven die op dat moment niet een hele hoge snelheid hebben.
Op 5 meter afstand zijn in verhouding minder scherven, maar deze hebben een hogere snelheid op dat moment.
Stel je voor dat een granaatscherf een ster is.
De ruimte dijt uit met de snelheid van het licht c.
De sterren dijen ook uit en gaan steeds verder van elkaar af staan.
Een ster dicht bij de rand van het heelal heeft een hoge snelheid.
Anders kan die de uitdijing van het heelal niet bijhouden. En zit die niet dicht bij de rand van het heelal.
Dus laten we zeggen dat ster1 met een snelheid van 0,9 c vanaf de oorsprong reist.
Okee dat kan he?
Maar nu is er ook een ster2 aan de andere kant van het heelal.
Ster2 bevindt zicht ook heel dicht bij de rand van het heelal. Heeft ook een snelheid van 0,9 c maar totaal de andere kant op als ster1.
Ik woon op ster1. Ster 2 heeft een snelheid van 1,8 c van mij vandaan.
Dat is sneller als de lichtsnelheid als je het mij vraagt. Kan iemand mij vertellen waar mijn fout zit aangezien dit onmogelijk is?
Puzzels