Jona444 schreef:Heb dit jaar al heel wat stoten gehoord:
In de klas microbiologie:
Docent: Deze bacterie heeft een polaire zweepdraad
Student: Bestaan er dan ook apolaire zweepdraden?
In de klas chemie:
Docent: "toont tekening" dit is de structuur van HClO3
Student: Is dat nu een molecule?
Na het examen chemie:
Zij er een student tegen mij: Ik begreep die vraag niet over Z en E naamgeving, Z staat toch voor "zwichen", en de atomen stonden boven de twee koolstoffen en niet ertussen?
1) Bacterien kunnen naargelang de soort polaire (1 zweepdraad) lofotrische (2 bundels aan elke kant) of amfitrische (rondom de bacterie hebben) hebben. De persoon verwarde met oplosbaarheid (polair/apolair)
2) 2 dezelfde atomen aan dezelfde kant van een koolstofatoom zijn zusammen (Z), verschillende kant gebonden entgehen (E)
De persoon verwarde Z met zwischen (duits voor tussen)