BDE schreef:Je probeert recht te praten wat krom is !
Het geloof in een God is niet wetenschappelijk en de ditjes en datjes in de bijbel doet daar niets aan af.
Onze hele maatschappij leert ons dat de wetenschap waar is. Er staat nergens in de leerboeken we denken dat het zo is, nee, er staat in alle leerboeken dat het zo is. Ook wordt er nooit een tegenwicht gegeven tegen wat we verkondigen. Laatst was er een mevrouw (wetenschapper van beroep) bij de wereld draait door die zei "Zodra wetenschap bij de niet wetenschapper aankomt dan wordt het beschouwd als waar".
Dagelijks worden we of we het willen of niet met heel veel ongevraagde informatie overspoeld en dat heeft invloed op ons. En onderschat niet wat je mee krijgt uit je opvoeding en via school. Ik schrik af en toe van de verhalen waarmee mijn kinderen thuis komen. Je kan het niet voorkomen.
En je eigen gezonde verstand wordt mede bepaalt door "indoctrinatie's" uit het verleden.
Ik ben ervan overtuigd dat die wetenschappers geen probleem hebben met hun geloof maar dat ze bang zijn om voor gek te worden verklaart door hun mede wetenschappers. Iets wat jij ook laat door schemeren in jou stukje tekst.
Van Dale zegt over het woord indoctrinatie: systematisch onderricht in bepaalde (politieke) leerstellingen om ze kritiekloos te doen aanvaarden
Wetenschap staat bloot aan nimmer aflatende zelfkritiek, wat een voorwaarde is voor de voortgang van de wetenschap.
Eén van de belangrijkste punten in de wetenschap, het geloof en deze discussie is, dat je het eens bent over de terminologie. Liever dan het nogal bot overkomende gezegde, dat wetenschap waar is, zou ik willen spreken over de immanentie van de wetenschap, d.w.z. dat wetenschap een ideeënstelsel is binnen de begrenzing van de ervaring. Daar kunnen we de Poppertoets op loslaten. In vele gevallen gebruiken we axioma's, stellingen die we gebruiken als grondregels welke niet bewezen kunnen worden, maar aanvaard worden, omdat de toepassing daarvan leidt tot een toetsbare oplossing of verklaring. Als er een begaanbare derde weg zou zijn tussen geloven en ontkennen, dan moet die gevonden worden in het gebied der axioma's.
Het tegenovergestelde van immanent is transcendent, een veelgebruikt begrip in de theologie en daar geeft Van Dale een aardig artikeltje over:
Onder de hoofdbetekenis
uitstijgend boven een zekere grens worden de volgende meer preciese betekenissen gegegeven:
1a in de platonische opvatting: buitenaards
1b in de scholastiek: alle categorieën te boven gaand
1c in de leer van Kant: buiten elke ervaring vallend, boven- of buitenzintuiglijk
1d (oosterse filosofie) transcendente meditatie meditatie over bovenzinnelijke zaken
1e onkenbaar, onvatbaar
1f (in zwakkere opvatting) on- of bovenaards
Een speciale betekenis, nog steeds volgens Van Dale, heeft het begrip transcendent in de theologie, n.l. boven en buiten de wereld staande
Dan wordt het ineens niet meer hanteerbaar, want - zo voegt Van Dale toe - God is zowel transcendent als immanent.
Kijk, dat kan niet, hè?
Hoe komt Van Dale daar dan aan? Eenvoudig opgepikt uit het spraakgebruik. Als het maar vaak genoeg gezegd wordt, komt het vanzelf in het woordenboek. Je kunt het zeggen, je kunt het heel vaak zeggen, maar daarmee wordt het nog niet waar. Je kunt wel zo veel zeggen.
De grens ligt bij immanent en transcendent in het waarneembare. Immanent blijft binnen dat domein van het waarneembare en transcendent blijft buiten het domein van het waarneembare. Er is geen overlapping. Je kunt niet waarnemen wat niet waar te nemen is.
Van Dale geeft als hoofsdbetekenissen van immanent 1. in zichzelf besloten; 2. niet bovenzinnelijk. Als antoniem wordt dan transcendent gegeven.
Het zal dus duidelijk zijn dat god niet immanent is, omdat god zich aan de waarneming onttrekt.
Dit toegevende, zijn er gelovigen die zeggen wel een gewaarwording van god te hebben. Soms wordt daar een zekere inspiratie mee bedoeld, bijv. vervuld zijn van de heilige geest en soms bedoelt men een gevoelsmatige zekerheid van gods existentie, dus een geloof. Beide toestanden heb ik zelf gekend, in het domein van de jeugdzonden, zeg maar. Het is natuurlijk interessant om na te gaan hoe zo'n gewaarwording ontstaat, teweeg gebracht wordt, maar daar heb ik het nu niet over.
Met de transcendentie van god komen we in het domein van de metafysica; ta meta la phusika - wat na de fysieke zaken komt.
Van Dale zegt over de metafysica: deel van de wijsbegeerte dat zich bezighoudt met de laatste, bovenzinnelijke gronden van de dingen en werkingen; het omvat de ontologie, de kosmologie en de theodicee.
Over de theodicee zegt Van Dale:
1· rechtvaardiging van God, verdediging der Voorzienigheid ten opzichte van het in de wereld bestaande kwaad (oorspr. titel van een bekend boek van Leibniz)
2· (bij uitbreiding) leer over het bestaan en de macht van God voor zover die bewezen kan worden d.m.v. de natuurlijke rede
De tweede betekenis kunnen we m.i. meteen afserveren. Feitelijk blijft alleen over dat metafysica door de transcendente aard ervan, onstoffelijk en onkenbaar is. Alleen door god een metafysische statuur te geven, zou een derde weg redelijk aanvaardbaar zijn, omdat god zich dan aan iedere bewijsvoering, negatief of positief, onttrekt.
Dan sta ik echter meteen klaar om te vragen, maar waarom zou god zijn? Verklaart het zijn van god iets? Hebben we het zijn van god nodig? Is het ergens goed, noodzakelijk of gewenst voor? Het antwoord is doorgaans dat het zijn van god staat voor zingeving in ons leven, maar ik kan zelf ook zin geven aan mijn leven. Dat doe ik graag, want dan leef je lekkerder. Dan heb je er meer zin in.
Gelovigen hebben echter de neiging in god zelf de enige zin van het bestaan - hun bestaan - te zien.
Dan heb je daar een sterkere gewaarwording bij nodig en daarom is er in de Abrahammietische religie zoiets als een openbaring van god.
Dat vloekt met alle transcendentie en metafysica, omdat openbaring gelijkstaat met ervaring en waarneembaarheid, terwijl we net vastgesteld hadden dat god metafysisch en transcendent is. Vandaar dus dat je 180° moet draaien in de begripsvorming en zodoende is god zowel transcendent als immanent. Dan is de rede zoek en is dat echt wel noodzakelijk?
De godsopenbaring zou nodig zijn - zo heet het - om ons gods wil te doen kennen. Een andere bestaansrede voor zo'n openbaring is niet te bedenken. Maar het onkenbare (van de metafysica) dat zich aan de ervaring onttrekt (zoals het transcendente) doet dan iets van zichzelf kennen, namelijk
het willen en het is niet mogelijk daar enig nut in te zien, behalve dat het metafysische daardoor zichzelf ontkent. Voor een atheist als ik is het dus wel handig dat god met zichzelf in tegenspraak is, zichzelf ontkent, maar hoe je daar als gelovige nog uitkomt, is me een raadsel.
Dit klemt temeer, daar er in feite een heleboel godsideeën zijn en de meeste daarvan zijn makkelijker te accepteren en staan minder ver van ons af dan de Abrahammitische godsideeën, omdat ze niet metafysisch zijn. Bijvoorbeeld: de zon als god en de aarde als godin, daar heb je echt wat aan. Dat is een goed koppel, wat uitstekend voor ons zorgt en voorzien is van een oppermacht die de onze ver te boven gaat. Wie gelovig is ten aanzien van de Abrahammitische religie, is echter ongelovig ten aanzien van dit wonderbaarlijk geschikte godenpaar met zulke voortreffelijke eigenschappen. Theïsten kunnen moeilijk in alle goden geloven en zeker niet in één onder vele, als die ene het alleenrecht van bestaan als god voor zichzelf opeist. Je moet dus als theïst tevens atheïst zijn en dat is lastiger, dan alleen maar atheïst en dus volstrekt godloos zijn.
Waarom zou je met god moeilijk doen, als het zonder god ook makkelijk kan?