De aarde is het product van condensatie, vergelijkbaar met het condenseren van waterdamp tot een regendruppel. Dat laatste gebeurt wanneer waterdamp in de vorm van een wolk in koude lucht komt. De warmte van de wolk vindt zijn weg naar de koude lucht en de damp die achter blijft vormt een bolletje. Ik verklaar dit verschijnsel met het bestaan van warmte als deeltjes, ofwel warmtedeeltjes en dat is nieuw, dus niet schrikken. Die deeltjes onttrekken zich in twee richtingen van het gasbolletje dat daardoor ook gevormd wordt. In de richting van de kleinste dichtheid en in de tegenovergestelde richting van de grootste dichtheid. Enerzijds omdat de kans op borsing het geringst is, anderzijds juist omdat de kans op botsing het grootst is en het is in die richting dat de warmtedeeltjes zich ophopen. Dat is dus in de richting van het centrum van de gasbol. Het is dan nog geen water. Als gevolg van deze beweging van de warmtedeeltjes worden de watermoleculen naar het centrum gedrukt of meegesleurd, wat een verdichting of condensatie tot gevolg heeft: regendruppel. Bolvormig, net zoals de aarde.
Wat we aantreffen bij planeten die om de zon draaien is van een geheel andere orde, het is een heel ander fenomeen. We zien hier niets van een gecondenseerde bolvorm. Het gaat daarbij om snelheid, massa en een radius die, volgens mijn idee naar een evenwicht zoeken of gaan. Zouden we de snelheid vergroten, dan wordt de radius groter en omgekeerd. Er spelen dan heel andere krachten dan bij condensatie.
We moeten daarom beide fenomenen goed van elkaar onderscheiden, bv. wanneer we een steen in de lucht gooien, dan keert de steen terug als gevolg van een vermindering in snelheid. De radius wordt kleiner. Rolt er een rotsblok van een berg, dan komt dat door de krachten die een rol spelen bij condensatie.
Graag Uw reacties, antoon
Puzzels