De snaartheorie...
Theorie van alles of niets
Snaartheorie is een religie, zegt Nobelprijswinnaar natuurkunde Martinus Veltman. Theoretisch fysicus Robbert Dijkgraaf
vindt snaartheorie echter onvermijdelijk volgend uit de historische ontwikkeling van de theoretische natuurkunde. Ik voel dat het wiskundig bouwwerk van snaartheorie te degelijk in elkaar zit om uiteindelijk in elkaar te donderen. We kunnen er vragen over ruimte, tijd, zwarte gaten en oerknal in stellen die we in geen enkele andere theorie kunnen stellen.
Public relations. Dat noemt de theoretisch fysicus Peter Woit in String Theory: An evaluation het grootste succes van de snaartheorie. Een hard oordeel over een fundamentele natuurkundige theorie, waar inmiddels wereldwijd al meer dan twintig jaar aan wordt gewerkt. Toch staat hij in zijn kritiek verre van alleen. De Nederlandse Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft schrijft in zijn boek De bouwstenen van de schepping over snaartheorie: Wat we nu hebben is een soort toverboek, en je moet een magiër zijn om er orakelachtige uitspraken mee te kunnen doen. Zo kan de natuur niet echt in elkaar zitten. Zijn collega-Nobelprijswinnaar Martinus Veltman vertelt dat hij het snaartheoreten kwalijk neemt dat ze decennia doorrommelen met een theorie die geen contact maakt met de werkelijke wereld.
Tegenover de criticasters staan uiteraard de snaartheoreten zelf. Volgens Edward Witten, winnaar van de Fields-medal (een soort Nobelprijs voor wiskunde), is het feit dat de zwaartekracht logisch volgt uit de snaartheorie één van de grootste theoretische vondsten ooit gedaan. En Cumrun Vafa van Harvard University vindt snaartheorie het beste inzicht in het heelal dat we ooit hebben gehad.
Snaartheorie kwam halverwege jaren tachtig serieus van de grond als dé nieuwe natuurkundige theorie.
De fundamentele aanname was dat puntdeeltjes zoals quarks en elektronen opgevat moesten worden als minuscule, eendimensionale trillende snaartjes. Een snaar is gemiddeld ongeveer zo lang als de Plancklengte, de kleinste ruimte-eenheid. De manier waarop een snaar trilt bepaalt de massa en de lading van een reëel deeltje. Ook de bijzondere deeltjes die fundamentele krachten overbrengen gravitonen voor de zwaartekracht, gluonen voor de sterke kernkracht, fotonen voor de elektromagnetisch kracht en vectorbosonen voor de zwakke kernkracht hangen samen met bijzondere trillingspatronen van de snaren.
Alle natuurkrachten en alle materie zouden moeten volgen uit eigenschappen van trillende snaren. Door deze snaaraanname blijken kwantummechanica en algemene relativiteitstheorie (de theorie voor de zwaartekracht). Een voor iedere fysicus aantrekkelijk idee. Dé grote uitdaging in de theoretische fysica is namelijk om de theorie van het hele kleine, kwantummechanica, te verenigen met de theorie van het hele grote, zwaartekracht.
Snaartheorie is volgens velen momenteel de enige realistische theorie die zwaartekracht kwantummechanisch kan behandelen.
Nadat er in eerste instantie vijf verschillende snaartheorieën leken te bestaan, ontdekte men in 1995 dat die vijf theorieën onderdeel waren van één grotere theorie. Deze zogeheten M-theorie bevat behalve eendimensionale snaren ook nog tweedimensionale frisbees (tweebranen) en driedimensionale klonten (driebranen). M-theorie is een elfdimensionale snaartheorie die tien ruimtedimensies bevat en één tijddimensie. Maar de theorie staat nog geheel in de steigers. Niemand die nog weet hoe de tien ruimtedimensies oprollen tot onze bekende drie. Niemand kan zelfs de exacte vergelijkingen van de theorie opschrijven. Er bestaan alleen maar benaderende vergelijkingen, die bovendien zo moeilijk zijn dat ze pas gedeeltelijk zijn opgelost. Nederlandse onderzoekers zoals Robbert Dijkgraaf, Jan de Boer en de tweelingbroers Erik en Herman Verlinde spelen een vooraanstaande rol binnen de snaartheorie.
Uitdijen zonder verbetering
Gezeten in de tuin van zijn Bilthovense woning legt emeritus hoogleraar Veltman zijn bezwaren tegen snaarheorie uit.
Hoe kun je merken of iets goed is of niet? Iets dat goed is, wordt voortdurend beter. Dat is bij snaartheorie niet het geval. Ik heb in veertig jaar al zo vaak theorieën voorbij zien komen die in de loop van de tijd alleen maar slechter werden. Steeds moeten wiskundige capriolen de theorie redden. Dat is ook het geval met snaartheorie.
Het belangrijkste bezwaar dat tegenstanders tegen snaartheorie aanvoeren is dat ze nog geen enkele experimentele voorspelling heeft gedaan. De energieën nodig voor een serieuze test zijn bovendien zo groot dat we met de huidige techniek een deeltjesversneller nodig hebben ter grootte van de melkweg.
zie het hele artikel...
http://www.kennislink.nl/web/show?id=105560
BRON: kennislink