@Evert: als ik je goed begrijp teken je nu niet punten, mar verticale lijnstukjes en je wil dat de grafiek van je functie f door de lijnstukjes snijdt? In jouw voorbeeld zijn de lijnstukjes boven x = 1, 2, ..., 32 op hoogte 1 t/m 2, die voor x = 33, ..., 64 op hoogte 2 t/m 3, etc. Volgens mij voldoet dan zelfs een rechte lijn met helling 1/32 die door het punt (0, 63/64) gaat.
Ik denk niet dat je begrijpt wat ik bedoel.
Ik wil met een formule met zo min mogelijk termen toch zoveel mogelijk goede "punten" krijgen.
En die punten die gaan van 1=1 t/m 32; 2=33 t/m 64; enzovoorts.
Dus stel ik wil deze 8 punten krijgen:
- 3
- 6
- 7
- 5
- 8
- 1
- 2
- 4
Dan zou een grafiek die door de volgende punten goed zijn:
(1, 65); (2, 161); (3, 193); (4, 129); (5, 225); (6, 1); (7, 33); (8, 97)
Maar een grafiek die door de volgende punten gaat zou ook goed zijn:
(1, 96); (2, 192); (3, 224); (4, 160); (5, 256); (6, 32); (7, 64); (8, 128)
Er zit dus een onnauwkeurigheidsmarge in, omdat TD zei dat als je punten niet nauwkeurig hoeven te zijn dat je dan niet per se n aantal termen nodig hebt elke keer, maar dat je soms ook een grafiek kan hebben met minder termen die heel toevallig in dat gebied kan komen.
Ik hoop dat het duidelijker is nu. En ik hoop dat ik TD niet verkeerd begrepen heb
