Dat is mij allemaal bekend. Wat ik stelde m.b.t. het bedoelde geval is overigens juist. Mutaties en/of selectie door omgevingsfactoren leiden tot variatie maar deze overschreiden nooit de grenzen die er kennelijk aan zijn gesteld. Eenvoudig gezegd, er kan nooit meer uitkomen dan er in is gestopt.
Welke en wat voor grenzen? Gesteld op basis van wat en door wie? Research s.v.p? Overschrijd het leven dan ook die grenzen? Wat meer duidelijkheid zou fijn zijn.
Ik ben anders duidelijk genoeg. Wat ik stel is op basis van waarneming, niet op basis van een theorie die allang bewezen had moeten worden met keiharde feiten. Zijn er tegenwoordig overgangsvormen aan te wijzen? Onderzoekgegevens a.u.b.?
De darwinist heeft alleen bewijs in handen v.w.b. de mogelijkheid tot variatie binnen gestelde grenzen.
Zie boven.
Zie boven
Hier begin je het doolhof van speculatieve argumenten en tegenargumenten te betreden. Dat heeft qua bewijsvoering niet veel nut. Het feit dat het evolutieverhaal steeds ingewikkelder moet worden om het darwinistisch gebouw overeind te houden is mijns inziens een veeg teken.
Of het laat zien dat je eigenlijk niet weet waar je over praat. Immers, hoe kun je een mening formuleren over de ET als je niet eens het hele eieren eten kent? En het is ook nonsens dat dat "moet" gebeuren om het "darwinistische gebouw" overeind te houden. Naar mate we meer weten, we meer dingen ontdekken en er meer data beschikbaar komt, verfijnt de wetenschap theorieën en dat gaat maar door en door. Zo werkt wetenschap, dus ook de ET.
Kennelijk denk jij kennis te bezitten die ik mis. Ik heb het aan je bijdragen nog niet gemerkt. Je vraagt aan niet-darwinisten teksten te presenteren waarin hun mening wetenschappelijk wordt onderbouwd. Maar wacht even, heb jij ook maar één keer een bewijs gegeven voor de juistheid van de theorie waar jij zoveel waarde aan hecht?
Zien prokaryoten er tegenwoordig zo anders uit dan vroeger? Het komt me voor dat zij allen gedurende de 2 miljard jaar dat ze nu bestaan één heel belangrijk kenmerk met elkaar gemeen hebben gehad: het missen van een celkern.
Dus? Wat wil je daarmee zeggen?
Zie daarvoor de bijdrage van Klintersaas waarop bovenstaande tekst een antwoord was. Hij stelt dat de prokaryoten waaruit de eukaryoten geëvolueerd zouden zijn er heel anders uitzagen dan de prokaryoten van tegenwoordig. Prokaryoten zijn echter op één heel wezenlijk punt in het geheel niet veranderd: ze hebben nog steeds geen celkern.
Zowel Zwam als jij redeneren op dit punt verkeerd. Ik heb het over 'aanzet tot' gehad'. Het is helemaal niet raar te veronderstellen dat, als een bacteriestam na tienduizenden delingen door mutaties opeens citroenzuur blijkt te kunnen verwerken, er ook mag worden verwacht dat bij een prokaryoot minieme veranderingen kunnen worden waargenomen die je zou kunnen interpreteren als een eerste aanzet tot het verkrijgen van een celkern. Je kunt je niet achter het tijdargument verschuilen. Honderden miljoenen jaren gebruiken om de onaannemelijkheid van het veronderstelde gebeuren aannemelijk te maken is te makkelijk. Waarom niet verschillende prokaryoten bij elkaar gestopt en kijken of er na tientallen jaren aanwijzingen zijn voor endosymbiose? Het 'ingevangen' worden van een bacterie door een andere hoeft echt geen honderden miljoenen jaren te nemen. En dan bij succes gewoon eens kijken of het allemaal wel zo harmonieus verloopt tussen 'gast' en 'gastheer'.
Het toverwoord is selectiedruk, een vitaal onderdeel van de ET, die ken je toch wel? (je hebt immers je mening over de ET al klaarliggen, zo lijkt het)
Het zelfde kan natuurlijk van jou worden gezegd. Heb jij het idee dat selectiedruk bij het voorbeeld dat ik gaf geen rol speelt? Juist wel, dacht ik zo. Hoe verklaar je overigens die E coli variant die opeens citroenzuur kan verwerken? Daar heeft selectiedruk geen enkele rol bij gespeeld. Hoezo evolutionaire reuzensprong?
Dat is het dus niet. We hebben hier alleen maar van doen met vormvariaties binnen een geslacht. De rest wordt er bij gefantaseerd.
A die grens heb ik vaker gehoord (en er kwam bar weinig verduidelijking, maar goed). Maar ehhh, erbij gefantaseerd zeg je, waar haal je dat vandaag mag ik vragen?
Nou, gewoon even de link volgen die Klintersaas gegeven heeft. Dan zul je constateren dat het Cichliden van het geslacht Haplochromis betreft die sinds ongeveer 1300 jaar stevig aan soortvorming (vormvariatie) doen. Er wordt niets toegevoegd.
Men komt niet verder dan het aandragen van indirecte aanwijzingen die vervolgens in de theorie worden 'hineininterpretiert'.
En waar basseer je dat op?
Op basis van waarneming. Sla de literatuur er maar op na: géén directe bewijzen maar aannames. Dat is al honderdvijftig jaar zo.
Het plaatje zegt alleen iets over de moeilijkheid die evolutionisten hebben met een beeld dat steeds complexer (moet) word(t)(en). Zou men denken het uiteindelijk sluitend te hebben gekregen dan is het nog een aanname en geen feitelijk bewijs.
Waar basseer je dat op? Niets "moet" complexer worden, het draait om 1 ding: voordelen. Als een versimpeling meer voordelen bied, so be it. Als meer complexiteit meer voordelen bied, so be it.
Grotere complexiteit maakt altijd kwetsbaarder, in elk opzicht. Geen wonder dat bacteriën - ongeacht de omstandigheden - zich al twee miljard jaar uitstekend vermaken op aarde. In de tussentijd hebben zeer veel ingewikkelder levensvormen het loodje moeten leggen.
De juiste vraag is de vraag die uit objectiviteit geboren wordt.