Hallo,
Zou iemand me misschien kunnen helpen met deze vraagstukken?
4. Van op een hoogte van 750 m boven de grond valt een steen naar beneden.
10,0 s nadat de steen begon te vallen gooit iemand van op de grond een tweede
steen verticaal de hoogte in met een beginsnelheid van 50 m/s. Ga na of de
beide stenen zich op een bepaald ogenblik op dezelfde hoogte bevinden.
Wanneer en op welke hoogte is dat dan?
(ja; 11,8 s; 72,8 m)
5. Een eerste voorwerp valt van op 100 m hoogte met een beginsnelheid van
20,0 m/s. Een tweede voorwerp wordt dan verticaal de hoogte ingegooid met een
beginsnelheid van 15,0 m/s.
- Wanneer bereikt het eerste voorwerp de grond?
- Wanneer bereikt het tweede voorwerp de grond?
- Kruisen de twee voorwerpen elkaar? Zo ja, op welke hoogte en na hoeveel
seconden?
(2,92 s; 3,06 s; ja; 2,75 m; 2,86 s)
6. Een steen wordt verticaal opgeworpen met een beginsnelheid van 25,0 m/s.
Tegelijk laat iemand van op een toren een tweede steen vallen. De tweede steen
kruist de eerste als die op zijn maximale hoogte is. Wanneer gebeurt dit, en welke
hoogte heeft de toren? Wanneer is de eerste steen terug op de grond? En de
tweede?
(2,55 s; 63,8 m; 5,10 s; 3,61 s)
Puzzels