Als ik me niet vergis praat je over de hoeken die ik heb aangeduid in bovenstaande figuur. Links zijn 2 Z-hoeken, rechts de hoek die hoort bij het snijden van de 2 niet-evenwijdige lijnstukken. Zoals je zegt, als je de aangeduide hoek linksboven kent en de hoek rechts, dan kun je de andere aangeduide hoek berekenen.
Je weet dat de som van alle hoeken in een driehoek 180° moet zijn, dus kan je met behulp van de 2 gekende hoeken, de derde in de driehoek berekenen. Vervolgens schrijf je op dat ook de som van de 2 hoeken linksonder (de aangeduide en niet-aangeduide) 180° moet zijn.