Tijd hangt samen met verandering. Staat de tijd stil, dan staat alles letterlijk stil tot het laatste elementaire deeltje. Omgekeerd zou hetzelfde moeten gelden. Maar de werkelijkheid leert ons dat alles vooruit gaat, maar dat we dat niet kunnen zien aan de tijd.
Als de tijd iets is waarlangs wij ons verplaatsen, komt er een nieuw probleem om de hoek kijken. Omdat de tijd zich uitdrukt in een opeenvolging van situaties, moeten in wat wij de toekomst noemen ook situaties zijn. Wij kunnen enkel verwachtingen doen uit wat er in ons heden en het verleden gebeurt, maar kloppen die ook in de toekomst? Nog belangrijker: alles wat nog bedacht moet worden ìs er al of juist niet.
Een extreem voorbeeld: op een kinderdagverblijf worden een jongetje en meisje vriendjes van elkaar. Tegelijk is twintig jaar later hun huwelijk op de tijdlijn waarneembaar en nog een jaar verder hun eerste kind. Het enige wat die twee kindjes hoeven te doen is de tijdlijn volgen en handelen naar wat ze tegenkomen. Dat roept tevens de vraag op of wij onze toekomst kunnen voorspellen, maar dat is iets van een andere orde.
Een andere vraag is of wij dan wel een keuze hebben. Het antwoord is "ja", omdat de tijd splitsingen heeft, terwijl hij door ons als lineair wordt ervaren. Op zo'n splitsing kan een mens een besluit nemen die de tijdlijn al dan niet radicaal wijzigt. De kinderen uit het voorgaande voorbeeld kunnen dan bijvoorbeeld voor een andere partner kiezen, waardoor het huwelijk en hun kind niet langer in de tijdruimte zullen bestaan. En hier treedt een paradox op waar ik niet uit kom, of we moeten rekening houden met parallelle universa, waarin in één ervan de twee kinderen juist wel trouwen en een kind krijgen.
Puzzels