\(x_{1}\)
en die andere \(x_{1}\)
verschillend zijn toch? En die lambda's mag ik ook niet bij elkaar optellen omdat ze eigenlijk "anders" zijn toch? Of heb ik het fout?
Wat doet die derde regel hier nog? In de tweede laat je λ opeens vallen...ntstudent schreef:\(3x_{1} = -\lambda - 3\lambda + 1\)\(x_{1} = -\frac{4}{3} +\frac{1}{3}\)\(x_{1} = \frac{1}{3}- \frac{1}{3} \lambda\)
ntstudent schreef:Bij:
\(2x_{1} - x_{2} + 3x_{3} = 1\)Ik heb je andere twee parametervoorstellingen niet nagekeken. Stel dat ze juist zijn: bepaal het snijpunt van twee lijnen en kijk of dit punt ook op de derde lijn ligt.Okay, dank u wel voor het helpen hierbij. Hoe kan ik aantonen dat ze door een punt gaan?
Dit klopt, je weet nu dat de eerste twee lijnen alvast snijdend zijn. Nu kan je omgekeerd werken, dat is gemakkelijker. Gebruik de eerste (of tweede) vergelijking met de hierboven gevonden waarde van λ (of μ) om zo het snijpunt te vinden. Vul dit punt in het stelsel parametervergelijkingen van de derde, overblijvende lijn en kijk of het er aan voldoet.Ik vind voor\(\lambda = \frac{1}{5} \)en voor\(\mu = \frac{8}{5}\). Nu weet ik dat ze beide snijden.