Zoals gezegd in #119: er is geen 'perspectief van het licht'. Fysica beschrijft de werkelijkheid zoals ze zich aan ons manifesteert. Dat een coördinaattransformatie naar een waarnemer die zich beweegt aan de snelheid van het licht leidt tot contradicties is algemeen bekend (er zijn heel wat serieuzere problemen dan wat jij aanstipt), en is geen probleem voor fysica.
Maar sommige dingen worden duidelijk wanneer men eenvoudige voorbeelden bestudeert. Misschien kan jij mij uitleggen wat de breedtegraad is van de noordpool. Wat besluit je hieruit in verband met coördinaten: kan men een coördinaat zien als een probleemloze manier om iets te beschrijven? Nu meer analoog aan jouw vraag: beschouw een waarnemer met een constante versnelling. Er is een deel van de Minkowski ruimtetijd die hij niet ziet (google Rindler wedge). Nu mag jij het uitleggen waarom daar wel degelijk objecten bestaan. We merken dus op dat door een bepaalde coördinaattransformatie uit te voeren een deel van de werkelijkheid niet meer kan worden beschreven. Bij een coördinaattransformatie naar een ruststelsel dat t.o.v. waarnemers in vrije val groter dan of gelijk aan de lichtsnelheid beweegt is het nog problematischer: de transformatie kan niet worden uitgevoerd (en dat is geen probleem, want geen enkele waarnemer zal deze coördinaattransformatie moeten uitvoeren om de gebeurtenissen te beschrijven zoals ze in zijn stelsel optreden).
Puzzels