hier komt ie
Van op een zekere hoogte laat men dus een wagentje langs (van uit rust) een helling naar beneden rollen.
Op deze wijze wint het wagentje aan snelheid!
Op zeker ogenblik krult de baan zich terug naar boven. De krul blijkt een volledige cirkel (met straal r) te zijn.
Het wagentje rolt dus aan de binnen zijde van de cirkel.
Als de snelheid voldoende is blijft het wagentje (over de volledige cirkelboog) op de baan. Zo niet zal het tijdens het stijgen in de cirkelboog ergens van de baan af donderen.
Na het maken van een geslagde cikelboog loop de baan horizontaal verder.
let op: h is de hoogte boven de lus (de cirkel).
Het punt B is het punt waar het risico om van de baan te vallen het grootst is.
Gevraagd is dus: 1) bepaal de hoogte h boven punt B uitgedrukt in een aantal maal de straal r.
ik heb al gedacht om dit te berekenen met de Energievergelijking maar kom dan nergens verder
De tip van de leerkracht was, dat het niet gelijk was of je dit op de polen gebruikte of bv op de evenaar
waar hij dus mee wilt zeggen dat het moet bereknd worden met de factor g (9,81m/s²)
iemand raad ???
Puzzels