Puzzel Puzzels
Crossword
Artikelen: 0
Berichten: 138
Lid geworden op: di 02 dec 2008, 22:21

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Volgens mij is je kijk op Philipse wat te kort door de bocht. Philipse ziet ook wel dat dingen die in de bijbel als metafoor bedoelt zijn moet opvatten als metafoor.

Overigens heeft Philipse het niet over Philo, dat doe ik, en ik vind de manier waarop bijvoorbeeld kerkvader Augustinus bijbelteksten op de christelijke leer betrekt niet minder willekeurig dan Philo (en zelfs Philo geeft af op mensen die te ver gaan met allogorese).
Het gaat mij om het Scaliaanse dilemma. Ik ken het zelf niet, maar ik ga af op jouw beschrijving. Die maakt een tegenstelling tussen ‘moderniserend-applicatief’ of ‘historisch-textualistisch’. Mijn punt is dat zo’n tegenstelling te simpel en te massief is. Dit geldt al voor boeken/teksten die bestaan uit één genre, laat staan voor boeken/teksten die een bibliotheek op zichzelf zijn en stammen uit verschillende tijden en culturen. Het is simpelweg niet een kwestie van of-of.

Philo’s allegorese was zeker niet volstrekt willekeurig, al komt het op ons zo over. Zijn allegorie waaiert wel breed uit, maar gaat uit van het tekenkarakter van het universum (zie bijv. De specialibus legibus). Dit wereldbeeld waarin alles in elkaar grijpt en naar elkaar verwijst, delen wij niet meer. Augustinus’ allegorese is veel meer convergerend dan die van Philo, omdat A in feite elke tekst bij Christus of de liefde wilde laten uitkomen (zie bijv. zijn allegorie van de ark in De Civitate Dei). In het algemeen lijkt het me goed om niet te snel dingen te roepen over de vermeende willekeur van mensen als Philo en Augustinus. Zij behoorden toch tot de grootste geesten die de mensheid heeft gekend en het lijkt me raadzaam om eerst goed te kijken welke methodiek zij hanteerden en waarom (lees hierover bijv. Thiselton, New Horizons).
Aan een kind van 8 kun je op een basaal niveau ook zaken uit de natuurwetenschap uitleggen, zonder dat ze de fijne kneepjes van de natuurwetenschap moeten beheersen. Ik zou niet inzien waarom een boer uit de middeleeuwen dat niet zou kunnen.

Het gaat erom dat als de bijbel aanspraak wil doen op de term 'betrouwbaarheid' dat dan ook moet kloppen moet hoe we de wereld om ons heen zien. Dat is ook een belangrijke reden dat veel antieke godsdiensten vandaag de dag niet meer aangehangen worden. Het stellen dat Philipse de bijbel als 'wetenschappelijk boek' wil zien is zelf nogal een rhetorische bewering.
In deze zinnen zitten nogal wat veronderstellingen. Zoals: (1) (natuurwetenschappelijke) kennis is blijkbaar volgens jou iets dat geopenbaard moet worden van bovenaf, ipv ontdekt in een menselijk proces. Waarom zou God onze manier van kennis verwerven en kennis opbouwen niet serieus mogen nemen? Hoe had God bijv. de relativiteitstheorie of de beginselen van de quantummechanica moeten uitleggen aan een middeleeuwse boer?, (2) welke soort natuurwetenschappelijke kennis mogen we van God verwachten? Die van de 16e eeuw, de 19e eeuw, de 21e eeuw of die van de 23e eeuw? De huidige stand van de wetenschap gaat uit van de oerknal en dus van een universum dat een begin kent en een eind, maar tot in de jaren zestig ging men nog uit van een eeuwig universum en daarna waren er nog mensen als Hoyle die daaraan probeerden vast te houden. Ongetwijfeld zullen in de toekomst nog veel dingen veranderen en inzichten wijzigen. Moraal van het verhaal: zelfs basale natuurwetenschappelijke kennis is altijd een momentopname. Kennis verandert. Naar mijn mening hebben verhalen en mythen veel meer universele potentie dan natuurwetenschap, hoe basaal ook, (3) ‘hoe wij de wereld om ons heen zien’ verschilt nogal per tijdvak en cultuur. Mij treft altijd weer hoe bijv. Afrikaanse christenen moeiteloos een boek als Leviticus omarmen, compleet met alle offertheologie. Idem dito met stamculturen, besnijdenis, eerstgeboorterecht, voorouderproblematiek enz. enz. Punt is: waarom zou de bijbel moeten aansluiten bij de manier waarop wij, 21e-eeuwse Nederlanders, de wereld om ons heen zien?, (4) nogmaals: waarom is het eigenlijk zo belangrijk dat de bijbel correcte info geeft over de ouderdom van de aarde en het ontstaan van de soorten? Is dat het soort kennis dat intrinsiek is aan de betrouwbaarheid van de bijbel, gerelateerd aan zijn functie?

Hier houd ik maar even op :D
Daarnaast is het christendom een godsdienst die de historiciteit van Gods ingrijpen en van centrale gebeurtenissen benadrukt. Laat ik een belanrijk puntje uitlichten: Als de zondeval geen historische gebeurtenis is het volgens mij nogal problematisch voor het christendom, en veel christenen zullen dat met mij erkennen. Een wereld die in werking gesteld is door principes van 'survival of the fittest' is niet de wereld die beschreven wordt in Genesis 1 en 2.

Christenen die de natuurwetenschappen serieus willen nemen zitten met een probleem, en moeten Genesis 1 en 2 gaan herinterpreteren. Dat is een spannende onderneming, die ik niet bijvoorbaat zou willen afschieten, maar eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik de voorstellen die ik tot nu toe zie om Genesis 1 en 2 met een natuurwetenschappelijke wereldbeeld te combineren nogal vergezocht vind. Ik maak me dan overigens niet druk om de 24 uur dagen of hoe een kangeroe in Australie kan komen. Maar het idee dat de schepping oorspronkelijk naar christelijk maatstaven goed was en dat de wereld door de menselijke schuld slecht is geworden. Dat is een zeer belangrijke dogma, die christen niet zomaar schrappen (als voorbeeld noem ik even de theoloog G. van den Brink). Als je dat namelijk loslaat is God zelf medeverantwoordelijk voor het kwade en is het centrale idee dat God een rechtzaak gaat voeren aan het eind der tijden nogal problematisch.
Ik weet niet of Gen 1-2 gecombineerd moeten worden met een natuurwetenschappelijk wereldbeeld. Er zijn christenen (en niet alleen moderne, maar ook Origenes, Hiëronymus, Augustinus) die Gen 1-2 vooral symbolisch lezen/lazen. Het gaat meer over ‘waarom’ en ‘waartoe’ dan over ‘hoe’. De nadruk op een historische zondeval wordt vooral afgeleid uit Paulus’ spreken in Rom 5. Of dit echt een noodzakelijke lezing is van de tekst, weet ik nog niet. Er zijn uitleggingen die Gen 3 meer zien als een soort Elcerlyc-verhaal. Wat precies ‘de’ christelijke visie is op dit verhaal, staat niet vast. Een historische zondeval is ook niet opgenomen in de geloofsbelijdenissen van de kerk, althans niet in de oudste.

Verder ben ik er helemaal niet van overtuigd dat een historische zondeval (als moment of als proces) zich niet laat verenigen met een evolutionistische kijk op het ontstaan van mensen en dieren. Het hangt er sterk van af hoe je ‘zonde’ definieert. C.S. Lewis zei bijv. dat zonde geen groot bewustzijn veronderstelt, in de zin van een helemaal uitontwikkelde homo sapiens. Het veronderstelt ook geen daden, maar vooral een afkering van God, een weigering om zich voor hem open te stellen. Daarvoor is weinig ontwikkeling en bewustzijn nodig en het kan heel goed een innerlijk proces zijn. Anderen, zoals bijv. Conway Morris noemen scenario’s waarin een meer historische lezing van Gen 3 wordt verzoend met een evolutionaire ontstaansgeschiedenis van de mens.

Bij het woord ‘goed’ moet je ook kijken wat ermee bedoeld wordt. De gangbare uitleg van ‘goed’ in Gen 1 is: ‘geschikt voor zijn doel’. Het hoeft niet te betekenen: afwezigheid van dood en lijden. Het is goed denkbaar dat God, wanneer hij dmv evolutionaire processen de wereld liet ontstaan, de wereld ook zoveel vrijheid gaf dat de evolutie zijn gang kon gaan, compleet met de verspilling, wanorde en lijden die daarbij horen.

Ik realiseer me dat dit geen volledig antwoord is en ook nieuwe vragen kan oproepen, maar ik wil aangeven dat het christendom een levende traditie is, waarin voortdurend nieuwe inzichten worden verwerkt en waarin ook niet iedereen hetzelfde hoeft te denken.
Dat is princies het punt. De Bijbel is slechts betrouwbaar voor de mensen die van te voren veronderstellen dat er een God is die door de Bijbel wil spreken (met een bepaalde heilsboodschap). Blijkbaar is God dus niet geinteresseerd in een relatie met Herman Philipse. Want waarom zou Philipse (en met hem tallozen) moeten gaan geloven als hij geen goede reden heeft om de Bijbel als een openbaring van God te zien? Dan pas kun je je overgeven.
Dat is niet precies wat ik zei. Mijn punt is dat iedereen, zowel Herman Philipse als een boer uit de Middeleeuwen, voor de vraag komt te staan: geloof ik de claim dat de bijbel Gods woorden spreekt of bevat? Je kunt dan twee kanten op gaan: van tevoren vaststellen waaraan volgens jou een woord van God moet voldoen (optie Philipse, die daarbij moderne westerse natuurwetenschappelijke criteria hanteert – vrij willekeurig als je het mij vraagt) of accepteren dat de claim klopt en van daaruit je wereldbeeld vormgeven? Er zijn geen onafhankelijke argumenten om te besluiten voor het een of het ander. Ten diepste komt het neer op de vraag of je bereid bent jezelf en je culturele en sociale verwachtingen uit het centrum te zetten of niet.

Natuurlijk: je kunt zeggen dat je eerst onwrikbaar onafhankelijk bewijs wilt hebben dat God bestaat, voordat je in overweging wilt nemen dat de Bijbel openbaring van God is. Maar wat als God nu eenmaal anders denkt over wat bewijzen zijn dan wij? Waarom is het zo redelijk om aan te nemen dat God zich hierin moet aanpassen bij ons idee van (wetenschappelijke) bewijsvoering? Zelfs in onze eigen westerse cultuur is zo’n bewijsvoering voor veel mensen niet overtuigend of bevredigend, laat staan voor de overgrote meerderheid van de rest van de mensheid. Misschien moeten we geloven dat God bijzonder bekommerd is om academici in zijn kamp te krijgen en dat hij voor hen wat extra moeite wil doen, maar eerlijk gezegd zie ik niet goed wat daarvoor de argumenten kunnen zijn.

Verder: wat als de Bijbel nu zelf het belangrijkste bewijs is? En dat de waarheid daarvan alleen tot je doordringt als je de claim van de Bijbel aanvaardt? Wat als jezelf uit het centrum zetten en de claim van de Bijbel aanvaarden nu precies de kern van de bewijsvoering is en er geen andere manier is om God te leren kennen? Ik denk dat het redelijk is om aan te nemen dat, als er een God is, deze zich niet zal aanpassen bij de verwachtingen die een 21e-eeuwse atheïstische filosoof heeft van God of een openbaring van God. Hij zal zich waarschijnlijk ook niet speciaal voor hem verbergen, maar waarom zou God Herman Philipse meer gerieven dan de tallozen die wel in hem geloven? Ik denk dat het redelijk is om aan te nemen dat, als er een God is die de moeite van het vereren waard is, wij weinig kans maken om hem te leren kennen als wij ons opstellen als afwachtende beoordelaars. Dan heb ik het nog niet eens over de dingen die de Bijbel zelf zegt over Gods voorkeursoptie voor armen en verdrukten en over de dingen die Jezus zegt over de rijkdom (geld, privileges, aanzien, macht) die kennis van God in de weg staat.

Kortom, ik denk dat God zeer geïnteresseerd is in een relatie met Herman Philipse, maar niet op andere voorwaarden dan die hij stelt aan armen, zwakzinnigen, onderdrukten en kinderen.

ads

Steun Sciencetalk Canon SELPHY QX20 - Mobiele Fotoprinter - Draadloos - Terracotta Rood

Canon SELPHY QX20 - Mobiele Fotoprinter - Draadloos - Terracotta Rood

Bekijk product

Steun Sciencetalk bol cadeaukaart - 100 euro - Voor jou

bol cadeaukaart - 100 euro - Voor jou

Bekijk product

Steun Sciencetalk 50 euro PlayStation Store tegoed - PlayStation Kaart (NL)

50 euro PlayStation Store tegoed - PlayStation Kaart (NL)

Bekijk product

druijf
Artikelen: 0
Berichten: 318
Lid geworden op: ma 28 apr 2008, 10:09

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Over Genesis 1-3 ik wil alleen even kort opmerken dat ik denk dat zoals Genesis 1-2 nu voor ons ligt dit wel degelijk een wereld zonder 'dood en lijden' betekent. Dat baseer ik ten eerste op dat dood pas kwam door de val (in ieder geval voor de mens) en ten tweede dat Genesis 1:30, zeker als je dat naast 9:3 zet, suggereert dat er geen dierenconsumptie was in het paradijs. Dan kunnen we Genesis 1-3 buiten onze weerneembare werkelijkheid plaatsen, maar ik vraag me gezien de geslachtsregisters af of het zo a-historisch bedoeld is als veel christenen zouden willen hebben. Goed, ik stel voor de discussie over Genesis 1-3 hierbij te houden, of anders voort te zetten in een nieuw topic over de interpretatie van het scheppings- en zondevalverhaal, als iemand dat wil. (terzijde: je weet inmiddels dat ik uit oorspronkelijk nogal letterlijk nemend-christendom kom, maar daag me maar uit, heb echter ook wat geduld als ik moeite heb om jouw manier van verstaan te vatten)

Verder over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Zijn we dus in cirkels aan het bewegen die elkaar niet raken? Zou ik het zo kunnen zeggen?: Een rationalistische cirkel (die een (externe) reden wil hebben voordat er sprake kan zijn van geloof in een bepaalde openbaring) en een fideistische cirkel (deze bepaalde openbaring is waar omdat ik geloof dat het waar is).
Verder: wat als de Bijbel nu zelf het belangrijkste bewijs is? En dat de waarheid daarvan alleen tot je doordringt als je de claim van de Bijbel aanvaardt? Wat als jezelf uit het centrum zetten en de claim van de Bijbel aanvaarden nu precies de kern van de bewijsvoering is en er geen andere manier is om God te leren kennen?
Dan heb ik helaas op de verkeerde cirkel gegokt. Toch vind ik dat je beter voor de eerste cirkel kan gaan.

Want cirkel 2 is nogal willekeurig omdat je dan net zo goed een andere fideistische positie in had kunnen nemen (vgl. het bekende: als je als Moslim geboren was ...).

Bovendien sluit cirkel 1 niet uit dat een fideistische cirkel niet waar zou kunnen zijn, maar dat er gewoon geen manier is om dat uit te kunnen maken. Dat is wat ik zou willen noemen een vorm van 'redelijke bescheidenheid'. Cirkel 1 is dus in die zin wat groter dan cirkel 2.

Ik claim geen absolute waarheid, maar wel een waarheid die ik voor mezelf en anderen kan verantwoorden. Stel dat de Bijbel toch op de een of andere manier waar is en dat God mij ter verantwoording roept vanwege mijn ongeloof, dan heb ik het idee dat ik dat beter kan verantwoorden dan wanneer ik een fideistische positie inneem. Natuurlijk kun je discussieren over de vraag wat nu redelijke criteria zijn om aan een openbaring te stellen. Maar ik denk niet dat Philipse zo heel onredelijk is wat dit betreft.
Scispace Scispace

Scispace is dé ai voor wetenschappers en onderzoekers. Ga naar SciSpace en profiteer van één van de beste ai's.

Scispace

Crossword
Artikelen: 0
Berichten: 138
Lid geworden op: di 02 dec 2008, 22:21

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Over Genesis 1-3 ik wil alleen even kort opmerken dat ik denk dat zoals Genesis 1-2 nu voor ons ligt dit wel degelijk een wereld zonder 'dood en lijden' betekent. Dat baseer ik ten eerste op dat dood pas kwam door de val (in ieder geval voor de mens) en ten tweede dat Genesis 1:30, zeker als je dat naast 9:3 zet, suggereert dat er geen dierenconsumptie was in het paradijs. Dan kunnen we Genesis 1-3 buiten onze weerneembare werkelijkheid plaatsen, maar ik vraag me gezien de geslachtsregisters af of het zo a-historisch bedoeld is als veel christenen zouden willen hebben. Goed, ik stel voor de discussie over Genesis 1-3 hierbij te houden, of anders voort te zetten in een nieuw topic over de interpretatie van het scheppings- en zondevalverhaal, als iemand dat wil. (terzijde: je weet inmiddels dat ik uit oorspronkelijk nogal letterlijk nemend-christendom kom, maar daag me maar uit, heb echter ook wat geduld als ik moeite heb om jouw manier van verstaan te vatten)
Nog de beste wensen voor 2009! Alle begrip voor je achtergrond e.d. Let wel: het type 'letterlijk-nemend christendom' dat jij noemt, is vrij modern. Het ontstond in Amerika in de jaren twintig en kreeg in Nederland vooral voet aan de grond vanaf de jaren zeventig, toen ex-gereformeerden evangelisch werden of gereformeerd bleven, maar dan de EO en de EH oprichtten. Je begon deze discussie met een vergelijking tussen de Chicago Statement en de geref belijdenisgeschriften en daar heb ik dat aangestipt. Een discussie als deze kan, met andere woorden, ook een mogelijkheid zijn om een weg terug te vinden naar een vorm van christendom die wat ruimer in het vel steekt en meer in contact staat met de breedte van de traditie. Ik zie nogal eens christenen met een achtergrond als de jouwe regelrecht doorschieten in een volstrekt tegenovergestelde positie (zoals die van Philipse). Die positie heeft echter meer gemeen met het 'fundamentalistische' type christendom dan zo op het oog lijkt, want de manier van bijbellezen is exact hetzelfde. Andersom gebeurt ook: zie bijv. iemand als Lee Strobel, die vanuit een simpel atheïsme doorgeschoten is in een al even simpel 'de-bijbel-heeft-toch-gelijk'-christendom.

Je noemt deze teksten blijkbaar om te stellen dat Gen 1-3 een wereld zonder dood of lijden laten zien. Je voorbeelden vind ik overigens niet zo sterk: als Adam bedreigd werd met de dood, als hij van de boom eten zou, moest hij toch een idee hebben wat 'dood' dan was, lijkt mij. En is vegetarisme hetzelfde als een wereld zonder dood en lijden? Lijkt me niet.

Maar laten we even aannemen dat je gelijk hebt en dat Gen 1-3 een wereld schetsen zonder dood en lijden. Je schakelt dan blijkbaar automatisch door naar de aanname dat dit een soort archeofysisch verslag is van de toestand van de wereld in het jaar X voor Christus. Maar ik gaf al aan dat ik dit soort verhalen beschouw als mythen, verhalen met een ander soort waarheid dan die van natuurkundige verslagen. Wat de verhalen dan wel betekenen, doet er nu even niet toe. Daar zijn boekenkasten over volgeschreven. Mijn punt is hier: op welke manier lees je deze teksten?
Verder over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Zijn we dus in cirkels aan het bewegen die elkaar niet raken? Zou ik het zo kunnen zeggen?: Een rationalistische cirkel (die een (externe) reden wil hebben voordat er sprake kan zijn van geloof in een bepaalde openbaring) en een fideistische cirkel (deze bepaalde openbaring is waar omdat ik geloof dat het waar is).
Dat is te kort door de bocht. De inzet van onze discussie was primair: wat betekent de uitspraak dat de bijbel betrouwbaar is? En ik heb aangegeven dat het antwoord van die vraag afhangt van andere vragen, zoals: wat is de bijbel voor boek en hoe lees je de bijbel? Ik heb gezegd dat ik de tegenstelling tussen letterlijk-historisch vs. allegorisch te simpel en grof vind. Dat heeft allemaal nog niet zoveel te maken met een tegenstelling tussen rationalisme vs. fideïsme. Ik heb redelijke argumenten gegeven, geen fideïstische.

Overigens klopt die tegenstelling zelf al niet, want al onze kennistheoretische posities zijn in zekere zin 'fideïstisch' - zij rechtvaardigen zichzelf vanuit de eigen positie. Kun je een externe reden geven waarom de rationalistische cirkel waar is?

De 'rationalistische cirkel' is zelf niet neutraal of uit de lucht komen vallen. De manier waarop jij hem beschreven hebt, ontleend aan Philipse, stelt de natuurwetenschappelijke manier van kennisvergaring model voor al onze manieren om kennis te vergaren. Dit is een traditie die is opgekomen vanaf de 17e eeuw (denk aan Descartes en Spinoza die de wiskunde model wilden laten staan voor metafysica en ethiek - onbegonnen werk). Dat is helemaal niet vanzelfsprekend of noodzakelijk: waarom zou de natuurkunde model moeten zijn voor alle wetenschap (geschiedschrijving, ethiek, filosofie, theologie, sociologie, biologie, psychologie enz.)? Ik kan je op dit punt de boeken aanraden van wetenschapsfilosofe Mary Midgley. Erg goed, heel nuchter en overigens niet gelovig.

Philipse zelf komt hier overigens ook mee in problemen. In zijn Atheïstisch Manifest zegt hij eerst dat een levensbeschouwing die is gebaseerd op de (natuur)wetenschap beter is dan andere. Vervolgens zegt hij dat de filosofie slechts een zeer magere graad van wetenschappelijkheid bezit. Aangezien hij filosoof is en zijn AM een filosofisch boek, zegt hij dus eigenlijk: mijn boek is een bijzonder laagwaardige vorm van levensbeschouwing. Lees maar na, rondom p. 20-25 (ik heb de derde druk).
Dan heb ik helaas op de verkeerde cirkel gegokt. Toch vind ik dat je beter voor de eerste cirkel kan gaan.

Want cirkel 2 is nogal willekeurig omdat je dan net zo goed een andere fideistische positie in had kunnen nemen (vgl. het bekende: als je als Moslim geboren was ...).

Bovendien sluit cirkel 1 niet uit dat een fideistische cirkel niet waar zou kunnen zijn, maar dat er gewoon geen manier is om dat uit te kunnen maken. Dat is wat ik zou willen noemen een vorm van 'redelijke bescheidenheid'. Cirkel 1 is dus in die zin wat groter dan cirkel 2.
Zie mijn opmerkingen hierboven. Er is geen manier waarop uitgemaakt kan worden of cirkel 1 waar is, behalve door te verwijzen naar zichzelf. En als cirkel 1 (op de manier waarop Philipse hem hanteert) ertoe leidt dat we religieuze boeken, filosofie, literaire werken enz. allemaal moeten beoordelen volgens natuurwetenschappelijke criteria, leidt cirkel 1 tot een ernstige vorm van reductiedenken en is hij dus helemaal niet groter, maar juist veel kleiner en eenvormiger.

De stelling dat je moslim was geweest als je in Marokko was geboren, is niet zozeer een kritiek op fideïsme, maar net zo goed op rationalisme. Philipse was geen rationalist, logisch positivist, sciëntist en atheïst geweest als hij in Marokko was geboren. Dit soort kritiek verraadt al de vervreemdende manier van denken in de rationalistische traditie. Het feit dat wij mensen zijn, met een lichaam en dus onherroepelijk gelocaliseerd en gebonden aan een familie, cultuur, traditie enz. wordt simpelweg ontkend of alleen als probleem gezien. Wij doen al onze overtuigingen - ongeacht welke - op in een context. Wij zouden deze discussie niet voeren als onze achtergronden anders waren geweest dan ze nu zijn.
Ik claim geen absolute waarheid, maar wel een waarheid die ik voor mezelf en anderen kan verantwoorden. Stel dat de Bijbel toch op de een of andere manier waar is en dat God mij ter verantwoording roept vanwege mijn ongeloof, dan heb ik het idee dat ik dat beter kan verantwoorden dan wanneer ik een fideistische positie inneem. Natuurlijk kun je discussieren over de vraag wat nu redelijke criteria zijn om aan een openbaring te stellen. Maar ik denk niet dat Philipse zo heel onredelijk is wat dit betreft.
Wat 'redelijk' is, is niet onomstotelijk vast te stellen, zoals ik hierboven liet zien. Er zijn geen neutrale definities van redelijkheid. Anders gezegd: jouw (voorlopige?) keus voor een type redelijkheid à la Philipse is geen neutrale positie, maar een 'fideïstische'. Verder heb ik laten zien dat Philipses eis (die jij overnam) dat de bijbel toch wel meer natuurwetenschappelijke info had mogen bevatten helemaal niet redelijk is. Zie daarover mijn vorige post.
druijf
Artikelen: 0
Berichten: 318
Lid geworden op: ma 28 apr 2008, 10:09

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Even een opmerking vooraf, ik ben niet Herman Philipse. Hij is een interessant filosoof, hij reikte interessante dingen aan, maar ik vereenzelvig mij niet met hem. Wat ik wel met hem eens ben is dat wetenschappelijke kennisvergaring de meest betrouwbare kennis oplevert. Interessant blijft de vraag of er dan daarbuiten geen kennisverwerving is. Kortom, hoe kan je weten wat je weet? En hoe rechtvaardig je godsdienstige kennis? Deze discussie spitst de vraag toe op: Hoe kun je de Bijbel herkennen als openbaring?
Let wel: het type 'letterlijk-nemend christendom' dat jij noemt, is vrij modern. Het ontstond in Amerika in de jaren twintig en kreeg in Nederland vooral voet aan de grond vanaf de jaren zeventig, toen ex-gereformeerden evangelisch werden of gereformeerd bleven, maar dan de EO en de EH oprichtten. Je begon deze discussie met een vergelijking tussen de Chicago Statement en de geref belijdenisgeschriften en daar heb ik dat aangestipt.
Ik heb zo mijn twijfels over deze analyse: in de gereformeerde traditie speelde discussies over de historiciteit van Adam al eerder. Het zogenaamde Assen-'26, de 'kwestie-Geelkerken'. Bovendien speelt het conflict geloof-wetenschap pas sinds de opkomst van wetenschappelijke theorieen die in strijd zijn met de bijbel. Ik citeer in dit verband even C. Houtman.
Tot in de 17e eeuw was de Schrift de gezaghebbende bron van alle menselijke kennis en inzicht. Beschouwingen op welk terrein van wetenschap ook maar, de kosmologie of de geografie, de geschiedenis of de taalkunde, mochten niet in strijd zijn met de Schrift. De Spraakverwarring te Babel (Gen. 11:1-9) gold als een historisch feit dat de bezinning op het fenomeen taal bepaalde en de basis vormde van het postulaat van het Hebreeuws als oertaal. De wereld geschiedenis nam haar aanvang in de hof van Eden en had als eerste protagonisten Adam en Eva, Kaïn en Abel (Gen. 2 - 4). De Bijbel gaf het kader aan en bevatte de randvoorwaarden voor de wetenschapsbeoefening en de theorievorming.
Mijn punt is hier: op welke manier lees je deze teksten?
Dat heb ik al uitgelegd: een letterlijke (dat is overigens niet hetzelfde als dit ik Genesis natuurwetenschappelijk wil interpreteren). Er is geen enkele aanwijzing in de tekst dat dit verhaal als een verhaal buiten de tijd gelezen wil worden. Die lezing is volgens mij zelf bepaald door het verwerken van de kritiek op grond van natuurwetenschappelijke ontdekkingen. Aangezien men het uitgangspunt hanteert dat de bijbel toch 'waar' is, wordt het verhaal zo geherinterpreteerd dat Adam en Eva niet meer onze eerste voorouders zijn (de geslachtsregisters in Genesis laten hier geen twijfel over!), maar typen. Ook werkt dit destructief voor een belangrijke dogma's, met name die van de erfzonde. En die wortels reiken diep: tot Augustinus en zelfs Paulus toe.

Je kunt niet de kool en de geit sparen, althans je hebt mij nog niet overtuigd hoe. Wie de bevindingen van de natuurwetenschappen omarmt zal het christendom op dit cruciale punt moeten herinterpreteren. Ik betwijfel of het christendom deze operatie nog kan overleven. Kunnen we terug achter Paulus en Augustinus?
Dat heeft allemaal nog niet zoveel te maken met een tegenstelling tussen rationalisme vs. fideïsme. Ik heb redelijke argumenten gegeven, geen fideïstische.
Je hebt een rationele positie a la Philipse aangevallen en geponeerd - zij het in vraagvorm - dat de betrouwbaarheid van de bijbel gebaseerd is op het bij voorbaat accepteren dat dit boek. Dat lijkt mij wel degelijk een vorm van fideistische argumentatie.
Overigens klopt die tegenstelling zelf al niet, want al onze kennistheoretische posities zijn in zekere zin 'fideïstisch' - zij rechtvaardigen zichzelf vanuit de eigen positie. Kun je een externe reden geven waarom de rationalistische cirkel waar is?
Nee, en daarom noem ik het ook een cirkel. Ik geef ook ruiterlijk toe dat irrationele openbaringen mij op dit moment niet zouden kunnen overtuigen, in die zin leg ik mij een beperking op. Ik heb ook al gezegd dat er misschien openbaringen zijn die mij dan ontgaan, maar het punt is dat als ik niet kan weten of een openbaring een openbaring (door hantering van externe criteria) dan kan ik ook beter zeggen dat ik het niet weet. Er is misschien waarheid buiten mijn cirkel, maar ik heb er gewoonweg geen antenne voor en zou het ook niet kunnen verantwoorden als ik dan wel zou gaan geloven. Ik reken me daarom ook meer tot de agnosten dan tot de atheisten.

De keuze voor deze cirkel kan ik wel motiveren, maar niet funderen. Ik kan wijzen op de 'redelijke bescheidenheid', als je geen absolute uitspraken kan doen of verantwoorden over de laatste grond van ons bestaan, doe dat doen ook niet. Bovendien blijkt in de praktijk dat rationeel doordachte keuzes beter werken, dus de keuze om dat bij levensbeschouwing ook te doen is in dat licht niet zo'n slecht idee. En dat is ook precies wat Philipse voorstelt met zijn filosofie als beredeneerde levensbeschouwing, waarbij je voor je kennis een beroep doet op onze meest gefinetunede kennisvergaringsinstrument.

Overigens zou God, als hij zou bestaan, zich ook binnen deze cirkel geopenbaard kunnen hebben, de bijbel had geen tegenstrijdigheden hoeven te bevatten of historische onjuistheden. Dat had de geloofwaardigheid ervan behoorlijk doen stijgen.
Crossword
Artikelen: 0
Berichten: 138
Lid geworden op: di 02 dec 2008, 22:21

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Even een opmerking vooraf, ik ben niet Herman Philipse.
Dat was mij niet ontgaan :D

Maar ja, je beroept je nu eenmaal op hem...
Wat ik wel met hem eens ben is dat wetenschappelijke kennisvergaring de meest betrouwbare kennis oplevert. Interessant blijft de vraag of er dan daarbuiten geen kennisverwerving is. Kortom, hoe kan je weten wat je weet? En hoe rechtvaardig je godsdienstige kennis? Deze discussie spitst de vraag toe op: Hoe kun je de Bijbel herkennen als openbaring?
Deze uitspraken zijn niet zo simpel als ze lijken. Ik houd het kort en verwijs verder naar wetenschapsfilosofen als Midgley:

'Wetenschappelijke kennisvergaring' is vaak steno voor 'natuurwetenschappelijke kennisvergaring'. Hierachter schuilt een normatief ideaal, dat opkwam in de 17e eeuw: het verlangen om te komen tot een onbetwijfeld en door iedereen gedeeld fundament van kennis (begrijpelijk, gezien de godsdienstoorlogen enz.).

Dit leidde in de eerste plaats tot een definitie van 'redelijkheid' als 'datgene dat door iedereen met gezond verstand kan worden ingezien'.

In de tweede plaats leidde dit tot 'funderingsdenken': alleen datgene kan geloofd worden dat onmiddellijk inzichtelijk en aannemelijk is (bijv. dat ik een lichaam heb) of dat gebaseerd is op zulke onmiddelijke waarnemingen en conclusies (Descartes is het grote voorbeeld).

Samengevat: alleen datgene kan worden geloofd dat is gebaseerd op een (universeel) 'redelijk' fundament.

Nu, in elk kennistheoretisch werk kun je vinden dat het funderingsdenken inmiddels achterhaald is. Zelfs Philipse (om hem nog maar eens te noemen) geeft dit toe, al doet hij dat pas nadat hij eerst een funderingsdenken-redenering heeft losgelaten op het geloof in God. Ook hier spreekt hij zichzelf dus tegen. Funderingsdenken is failliet: het blijkt niet mogelijk om onze levensbeschouwelijke overtuigingen te baseren op universeel 'redelijke' fundamenten. Dat vraagt om andere manieren om onze overtuigingen te verantwoorden: bijv. door te wijzen op de morele deugdelijkheid ervan (zoals jij doet met de bescheidenheid van het rationalisme) of door te wijzen op het succes ervan (zoals Philipse doet). De suggestie is dan steeds dat dit ook iets zegt over de waarheid ervan (wat nog te bezien valt).

Verder is ook de definitie van 'redelijkheid' sterk aangevochten in onze tijd. Wat 'redelijk' en 'universeel' is, blijkt helemaal niet zo universeel. Ik herinner me zelf tal van gesprekken met hoogopgeleide Afrikanen (onder wie promovendi in de natuurwetenschappen), die het totaal vanzelfsprekend vonden dat er een God is. Zij vonden het buitengewoon onredelijk dat er mensen zijn die daarin niet geloven. Al met al blijkt onze definitie van redelijkheid sterk bepaald door onze moderne westerse geschiedenis. Er zit veel arrogantie in verstopt. Nu je toch Houtman citeert, kijk bijv. eens op blz. 386, wie Houtman nu bedoelt met 'de 21e-eeuwse mens'. Het gaat hier vooral over de westerse mens, niet over Afrikanen en Aziaten. Die worden gelijkgeschakeld met 'mensen in voorbije tijden'. Ik noem het maar als voorbeeld, omdat het zo typerend is voor de manier waarop westerse geleerden praten.

Iets daarvan is wel doorgedrongen bij westerse denkers. Vandaar dat 'redelijkheid' nu zo nauw wordt verbonden aan natuurwetenschappelijke kennis. Natuurwetenschappen zijn de enige wetenschappen waarbij een vorm van universele conclusies kan worden bereikt. Begrijpelijk genoeg dat we daarom geneigd zijn deze wetenschappen (en dan vooral de 'hardste', dus de natuurkunde en scheikunde) als model te zien voor alle andere. Immers, bij vrijwel alle andere wetenschappen zijn er grote verschillen in opinies, interpretaties, scholen en tradities. Maar het is belangrijk om te zien dat niets ons dwingt tot het aanvaarden van het natuurwetenschappelijk model buiten de natuurkunde zelf, behalve het eerder genoemde normatieve ideaal van universele fundamenten van kennis. De universele conclusies van de natuurkunde worden vooral bereikt door het domein van onderzoekbare kennis zeer sterk af te bakenen en methodologisch strikte afspraken te maken. Zo wordt de activiteit van een God bij voorbaat methodisch (niet ontologisch) uitgesloten.

Maar waarom zouden we dezelfde afspraken hanteren op het gebied van de geschiedschrijving, de psychologie, sociologie, literaire wetenschappen of theologie? Waarom zouden we niet zeggen dat dit andere manieren van kennisvergaring zijn, die zich afspelen op andere (complexere, meer gelaagde) kennisdomeinen, waarin veel meer factoren een rol spelen en die werken met andere methodologische afspraken? Natuurwetenschappelijke idealen hanteren op deze kennisgebieden leidt slechts tot reductie.

Los daarvan moeten we ook het succes van deze natuurwetenschappelijke benadering nuanceren. Door de methodologische reductie blijven zaken buiten beeld, zoals het 1e-persoonsperspectief (Thomas Nagel heeft daarop gewezen). En verder moeten we ook kijken naar de negatieve gevolgen van onze technologische en natuurkundige successen: milieu, ongelijkheid in de wereld enz. Zeggen dat deze vorm van kennisverwerving de meest betrouwbare en succesvolle is die wij kennen, legt sterk de nadruk op de effecten van deze benadering voor verklaring en beheersing van de natuur. Een verklaring en beheersing die overigens vooral ten goede is gekomen aan westerse samenlevingen. Dus ook dit verhaal is genuanceerder.
Ik heb zo mijn twijfels over deze analyse: in de gereformeerde traditie speelde discussies over de historiciteit van Adam al eerder. Het zogenaamde Assen-'26, de 'kwestie-Geelkerken'. Bovendien speelt het conflict geloof-wetenschap pas sinds de opkomst van wetenschappelijke theorieen die in strijd zijn met de bijbel. Ik citeer in dit verband even C. Houtman.
Ja, daarin heb je gelijk. Ik verwees al naar deze ontwikkeling in mijn eerste post. Houtman beschrijft de opkomst van (vooral) protestants rationalisme: een poging om de betrouwbaarheid van de bijbel te verwoorden in termen van een opkomend wetenschappelijk wereldbeeld. Wat Geelkerken betreft: Dirk van Keulen beschrijft die kwestie uitgebreid in zijn dissertatie en voert het vooral terug op de rationalistische en speculatieve lijn van Kuyper (i.t.t. Bavinck), die de synode indertijd bepaalde. Wel grappig dat Kuyper goede contacten had met Amerika en dat aan beide zijden van de oceaan dit fundamentalisme voet aan de grond kreeg in de jaren twintig van de vorige eeuw.
Dat heb ik al uitgelegd: een letterlijke (dat is overigens niet hetzelfde als dit ik Genesis natuurwetenschappelijk wil interpreteren). Er is geen enkele aanwijzing in de tekst dat dit verhaal als een verhaal buiten de tijd gelezen wil worden. Die lezing is volgens mij zelf bepaald door het verwerken van de kritiek op grond van natuurwetenschappelijke ontdekkingen. Aangezien men het uitgangspunt hanteert dat de bijbel toch 'waar' is, wordt het verhaal zo geherinterpreteerd dat Adam en Eva niet meer onze eerste voorouders zijn (de geslachtsregisters in Genesis laten hier geen twijfel over!), maar typen. Ook werkt dit destructief voor een belangrijke dogma's, met name die van de erfzonde. En die wortels reiken diep: tot Augustinus en zelfs Paulus toe.

Je kunt niet de kool en de geit sparen, althans je hebt mij nog niet overtuigd hoe. Wie de bevindingen van de natuurwetenschappen omarmt zal het christendom op dit cruciale punt moeten herinterpreteren. Ik betwijfel of het christendom deze operatie nog kan overleven. Kunnen we terug achter Paulus en Augustinus?
Je lijkt het een probleem te vinden dat mensen de bijbel lezen m.b.v. inzichten uit hun eigen tijd en cultuur enz. Maar waarom? Wij werken altijd met een 'kaart van kennis', waarin wij allerlei inzichten aan elkaar knopen. Hetzelfde doe je als je in de bijbel leest dat God 'de nieren proeft' o.i.d. Elke lezer vanaf oeroude tijden besefte meteen dat dit niet letterlijk bedoeld is. Het gaat hier niet alleen om verwerking van natuurwetenschappelijke inzichten, maar gewoon om het lezen van de bijbel tegen de achtergrond van wat je weet uit andere bronnen. Daarbij vindt een voortdurende afweging plaats over de aard van die bronnen, hun onderlinge verhoudingen en beslissingen over de aard van de bijbel e.d. Zo stelde Augustinus bijv. dat Gen 1 nooit letterlijk bedoeld kon zijn, omdat hier eeuwigheid en tijd op elkaar botsen. Een traditie is altijd een kwestie van voortdurende herinterpretatie, anders zou het geen levende traditie zijn. In zekere zin is het niet anders met de moderne westerse wetenschappelijke traditie: dat is een programma, waarin men trouw is aan zekere beginselen en doelen, maar waarin wel inzichten en de organisatie van informatie voortdurend veranderen. De huidige stand van zaken in de natuurwetenschappen is ook een voorlopige.
Je hebt een rationele positie a la Philipse aangevallen en geponeerd - zij het in vraagvorm - dat de betrouwbaarheid van de bijbel gebaseerd is op het bij voorbaat accepteren dat dit boek. Dat lijkt mij wel degelijk een vorm van fideistische argumentatie.
Philipses positie is rationeel volgens een bepaalde, niet-neutrale opvatting van rationaliteit. Ik heb bovendien meer gedaan dan vragen stellen (zie mijn voorvorige post).

Een beroep op de bijbel is alleen fideïstisch inzoverre een beroep op de bijbel als bron van gezag en inspiratie niet verder te funderen is op nog dieper gelegen bronnen van gezag. Maar dat is een oninteressante waarneming, want hetzelfde geldt ook voor rationalisme enz. Zie het lot van funderingsdenken.

De betrouwbaarheid van de bijbel moet uiteraard gezien worden binnen de context waarvoor de bijbel bedoeld is (heil en zin) en daarin is hij succesvol gebleken - althans, zo is de claim van velen. Zoals de wetenschap succesvol is op andere gebieden en via andere methodologieën. Methodologisch atheïsme is bijv. geen goede beginhouding bij het lezen van de bijbel, maar bij bepaalde natuurwetenschappelijke vragen wel. Er is niets dat ons dwingt dit methodologisch atheïsme te hanteren bij het lezen van de bijbel.
Nee, en daarom noem ik het ook een cirkel. Ik geef ook ruiterlijk toe dat irrationele openbaringen mij op dit moment niet zouden kunnen overtuigen, in die zin leg ik mij een beperking op. Ik heb ook al gezegd dat er misschien openbaringen zijn die mij dan ontgaan, maar het punt is dat als ik niet kan weten of een openbaring een openbaring (door hantering van externe criteria) dan kan ik ook beter zeggen dat ik het niet weet. Er is misschien waarheid buiten mijn cirkel, maar ik heb er gewoonweg geen antenne voor en zou het ook niet kunnen verantwoorden als ik dan wel zou gaan geloven. Ik reken me daarom ook meer tot de agnosten dan tot de atheisten.
Wat je zegt is: binnen de kennistheoretische beperkingen die ik mezelf opleg, is er geen ruimte voor de idee dat er een God is die zich openbaart. Dat kan. Binnen dit kennistheoretisch kader is sowieso geen ruimte voor goddelijke activiteit, gezien de vooronderstelling van methodologisch atheïsme. Ik weet niet of dit hetzelfde is als ergens geen antenne voor hebben. Dat klinkt meer als een noodlot dan een keus. Misschien is dat inderdaad zo. Alleen zie ik wel dat allerlei typen mensen gelovig kunnen zijn, dus wat die 'antenne' dan precies inhoudt, weet ik niet.
De keuze voor deze cirkel kan ik wel motiveren, maar niet funderen. Ik kan wijzen op de 'redelijke bescheidenheid', als je geen absolute uitspraken kan doen of verantwoorden over de laatste grond van ons bestaan, doe dat doen ook niet. Bovendien blijkt in de praktijk dat rationeel doordachte keuzes beter werken, dus de keuze om dat bij levensbeschouwing ook te doen is in dat licht niet zo'n slecht idee. En dat is ook precies wat Philipse voorstelt met zijn filosofie als beredeneerde levensbeschouwing, waarbij je voor je kennis een beroep doet op onze meest gefinetunede kennisvergaringsinstrument.
Motivering van onze levensbeschouwingen gebeurt inderdaad niet door een beroep op onbetwistbare fundamenten maar door een beroep op de verklarende kracht, de zingevende kracht, de existentiële bevrediging, de karakterologische gevolgen of in het algemeen het 'succes' ervan. Philipse doet een beroep op de (natuur)wetenschap en de verklarende kracht ervan als het gaat om de fysische aard van onze werkelijkheid. Ik heb al gezegd dat dit succes slaat op een beperkt deel van onze werkelijkheid en bovendien dat dit succes ambivalent is. Een gelovige kan een beroep doen op de zingevende kracht van de bijbel en de morele verdieping of de troost die het oplevert bij het sterven o.i.d. (een andere vorm van succes, maar wel één waarnaar buitengewoon veel mensen op zoek zijn). Waarom zouden we het één uitspelen tegen het andere?
Overigens zou God, als hij zou bestaan, zich ook binnen deze cirkel geopenbaard kunnen hebben, de bijbel had geen tegenstrijdigheden hoeven te bevatten of historische onjuistheden. Dat had de geloofwaardigheid ervan behoorlijk doen stijgen.
Dit punt heb ik al besproken. Het is niet redelijk om dit te verwachten.
druijf
Artikelen: 0
Berichten: 318
Lid geworden op: ma 28 apr 2008, 10:09

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Weer genoeg stof tot nadenken zo. Ik ben blij dat je mijn eigen criteria zo fundamenteel bevraagd. Sta me toe nog even wat verduidelijking te vragen omtrent het volgende punt.
De betrouwbaarheid van de bijbel moet uiteraard gezien worden binnen de context waarvoor de bijbel bedoeld is (heil en zin) en daarin is hij succesvol gebleken - althans, zo is de claim van velen. Zoals de wetenschap succesvol is op andere gebieden en via andere methodologieën. Methodologisch atheïsme is bijv. geen goede beginhouding bij het lezen van de bijbel, maar bij bepaalde natuurwetenschappelijke vragen wel. Er is niets dat ons dwingt dit methodologisch atheïsme te hanteren bij het lezen van de bijbel.
Nu ben ik laatst een beetje bezig geweest met historische-kritische bijbellezing (waar min of meer een methodisch atheisme gehanteerd wordt). Als ik het goed begrijp sta je daar niet direct afwijzend tegenover, maar hoe verhoudt dit dan een gelovige lezing? Kun je daar iets over vertellen?

Als we het dan hebben over de "claims van de Bijbel" zit ik hier namelijk met een probleem. Als twee voorbeelden noem ik het boek Daniël en het evangelie van Johannes. Met een historisch kritsche bril zeg ik dat het tweede deel van het boek Daniel een vaticinium ex eventu is met een eindtijd verwachting die niet is uitgekomen. Het evangelie van Johannes zie ik al een mooi gestylleerd verslag, maar de historiciteit ervan is problematisch. Een eenvoudige vergelijking met de synoptici leidt al tot conflicterende waarheidsclaims. Ik denk aan het verschil in de chronologiche plaatsing van de tempelreiniging, de alternatieve kalenderdag in Johannes en het feit dat Jezus' openhartige uiteenzettingen over zichzelf als de Mensenzoon nogal moeilijk passen in het beeld dat we in de synoptici krijgen dat Jezus zijn eigen identiteit verborgen houdt. In het historische Jezus onderzoek heeft het Johannes-evangelie daarom een wat ondergeschikte rol t.o.v. de andere drie. En terecht, denk ik tenminste.

Hoe ga jij hier dan mee om? Hoe leest gij?
Gebruikersavatar
nabob
Artikelen: 0
Berichten: 470
Lid geworden op: do 11 okt 2007, 21:02

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Zelfs Philipse (om hem nog maar eens te noemen) geeft dit toe, al doet hij dat pas nadat hij eerst een funderingsdenken-redenering heeft losgelaten op het geloof in God. Ook hier spreekt hij zichzelf dus tegen.
Wanneer ik het goed begrijp is Philipse zich er niet geheel van bewust dat het argument van het anti-foundationalisme een tweesnijdend zwaard is?
Wetenschap is geen geschiedenis van idealen maar van successen.
Gebruikersavatar
bobbyjong
Artikelen: 0
Berichten: 376
Lid geworden op: za 02 aug 2008, 22:29

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Philipse is iets wat te beurs genoteerd
Gebruikersavatar
ypsilon
Artikelen: 0
Berichten: 11.076
Lid geworden op: za 30 dec 2006, 18:03

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Philipse is iets wat te beurs genoteerd
Euh... :D
Gebruikersavatar
bobbyjong
Artikelen: 0
Berichten: 376
Lid geworden op: za 02 aug 2008, 22:29

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Je hebt filosofen die naar mijn idee teveel zweven, Herman Philipse is deze kunst wel erg verleerd als je het mij vraagt :D overigens mag ik hem graag hoor, ondanks zijn irritante trekjes om zichzelf als interlectueel te verkondigen. Zijn audiocolleges luister ik graag, behalve als ie weer met zijn interlect probeert te strelen, door duits en franse teksten vertaalloos te verkondigen. en daarmee het publiek ik-versta-er-geen-reet-van-ben-ik-nu-dom? gevoel probeert aan te praten :P
druijf
Artikelen: 0
Berichten: 318
Lid geworden op: ma 28 apr 2008, 10:09

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Gelukkig maakt hij met het Latijn een keer een grammaticaal foutje, dus dat relativeert wel weer ;-)
Gebruikersavatar
bobbyjong
Artikelen: 0
Berichten: 376
Lid geworden op: za 02 aug 2008, 22:29

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Maar reagerend ontopic: over de onjuistheid van de bijbel zal denk ik eerder gedacht moeten worden aan de invloeden die ludwig wittgenstein op de taal hebben gehad (die Philipse overigens in een van zijn colleges ook aanhaalt) ik ben momenteel zelf aan het kijken welke invloed Wittgenstein's werk als geheel zou kunnen zijn op de criteria om geschriften in een context te plaatsen.
Crossword
Artikelen: 0
Berichten: 138
Lid geworden op: di 02 dec 2008, 22:21

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Nu ben ik laatst een beetje bezig geweest met historische-kritische bijbellezing (waar min of meer een methodisch atheisme gehanteerd wordt). Als ik het goed begrijp sta je daar niet direct afwijzend tegenover, maar hoe verhoudt dit dan een gelovige lezing? Kun je daar iets over vertellen?
Een boeiende en belangrijke vraag, waar ik best op in wil gaan. Maar we betreden dan wel een heel complex terrein. Ik vraag me af hoe geschikt een webforum is om dat terrein goed in kaart te brengen. Laat ik in elk geval een paar vragen en suggesties noemen, die voor mij belangrijk zijn bij dat ‘in kaart brengen’:

1. Ik ga ervan uit dat een wetenschappelijke en gelovige lezing van de bijbel verschillende praktijken zijn, die verschillende doelen nastreven. Een wetenschappelijke lezing van de bijbel bestaat uit een aantal disciplines, zoals literaire analyse, afbakening van pericopen, vormkritiek, redactiekritiek enzomeer. Voor het gemak houd ik me in het vervolg alleen bezig met vragen rondom de historische betrouwbaarheid van de bijbel (en dus niet literaire structuur, retorische analyse e.d.). Het gaat dan dus vooral om argumenten rondom literaire kritiek en redactiekritiek.

2. Een gelovige lezing houdt zich bezig met de bijbel als openbaringsbron, bron voor de liturgie, pastoraat e.d. Het gaat hier om het gebruik dat de kerk door de eeuwen heen heeft gemaakt van de bijbel. Dit onderscheid tussen een wetenschappelijke en een gelovige lezing heeft analogieën op veel terreinen. Een kroket eten is iets anders dan zijn bestanddelen analyseren (en je kunt het beter niet tegelijkertijd doen). ‘Een blonde vrouw aan je zij voeren’ (Marsman) is iets anders dan het lijk van die vrouw op de snijtafel leggen. Wetenschappelijk onderzoek van een bepaalde materie of een fenomeen is iets anders dan omgang daarmee of genieten daarvan. ‘We murder to dissect’, of m.a.w. het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om op één en hetzelfde moment de bijbel wetenschappelijk te analyseren en gelovig te lezen (bijv. met het verlangen dat God tot je spreekt, dat je wijsheid of troost ontvangt, om een preek te maken enz.). Dat is niet uniek voor de bijbel; het is simpelweg een bestaansgegeven, dat op allerlei terreinen van toepassing is.

3. Het is volgens mij duidelijk dat je, om een kroket te eten of met een geliefde om te gaan weinig kennis hoeft te hebben van voedingstechnologie of biologie. Wel iets, maar niet veel en zeker geen specialistische kennis. Ik zie dus niet in waarom je gelovigen lastig moet vallen met historisch-kritische studies (zie ook hieronder). Tegelijk is er natuurlijk wel enige relatie tussen de wetenschappelijke kennis van het fenomeen en de ‘gewone’ of gelovige omgang ermee. Als je hoort dat kroketten slecht voor je zijn, zal dat je eetgedrag mogelijk beïnvloeden (in elk geval heb je er dan goede redenen voor). Het lijkt me dus dat er wel enig verband moet zijn tussen wetenschappelijke kennis van de historische betrouwbaarheid van de bijbel (nogmaals: om me daartoe te beperken) en een gelovige lezing van de bijbel. De vraag is hoe sterk dit verband is.

4. Om die vraag te beantwoorden, zijn twee andere vragen belangrijk: (a) wat is eigenlijk de status van wetenschappelijke (literair-kritische, redactiekritische) uitspraken over de historische betrouwbaarheid van bijv. de Evangeliën?, (b) in hoeverre is een gelovige lezing van bijv. de Evangeliën afhankelijk van hun historische betrouwbaarheid?

5. Wat (4a) betreft: mijn indruk is dat de status van kritische studies van het NT t.a.v. historische betrouwbaarheid erg zacht is. Voor vrijwel elk standpunt is wel een wetenschapper die het ondersteunt. Conclusies berusten vaak op een optelsom van subconclusies die elk op zichzelf niet overtuigend zijn (maar cumulatief overtuigend zouden moeten zijn: statistisch is dat echter erg twijfelachtig). Modes en paradigma’s veranderen nogal eens. Ik heb me bijv. laten vertellen door Bas van Os, univ docent NT aan de UU, dat de historische betrouwbaarheid van het Evangelie naar Johannes een comeback beleeft. En zelfs de prioriteit van Marcus, iets wat bijna common sense is onder nieuwtestamentici, wordt door sommige vakgenoten bestreden. En het gaat hier steeds over mensen die specialist zijn, die elkaars argumenten kennen en, mag ik aannemen, ook de beschikbare data kennen. Maar zij verschillen desondanks over de interpretatie ervan. Hoe zou een niet-specialist hierover dan ooit een beredeneerd standpunt kunnen innemen? De grote plaats die interpretaties, duiding e.d. innemen bij dit soort literaire studies, maken het tot een zeer zachte wetenschap. Kortom, ik vraag me af hoe druk gelovigen zich nu eigenlijk moeten maken over uitspraken van nieuwtestamentici over de historische Jezus, over wat Paulus nu wel of niet gezegd kan hebben e.d. Dat zijn boeiende discussies (in elk geval voor vakgenoten) en ze hebben vast ook een eigen belang, maar voor de gemiddelde gelovige lezer zijn ze volgens mij niet zo heel relevant.

6. Wat (4b) betreft: ik denk dat we hier een zekere bandbreedte hebben, die tussen extremen in zit. Aan de ene kant zit de gedachte dat de vier Evangeliën (om me daartoe te beperken) een nauwkeurig historisch verslag bieden van wat Jezus heeft gezegd en gedaan. Wat mij betreft, is het duidelijk dat de vier Evangeliën, als ze allemaal bedoeld zouden zijn als het ultieme historische verslag over Jezus, elkaar op punten tegenspreken. Aangenomen dat er een historische Jezus is geweest en aangenomen dat de vier canonieke Evangeliën berusten op tradities over hem, neem ik aan dat het in theorie mogelijk zou moeten zijn ze te harmoniseren. Maar in de praktijk blijkt dat niet mogelijk, ongetwijfeld omdat dit geen historische verslagen zijn in onze betekenis van het woord. De schrijvers hebben geselecteerd, feiten gerangschikt (zie reeds Papias’ opmerkingen over het gebrek aan volgorde in Marcus), ze hebben gebeurtenissen opgesplitst en opnieuw met elkaar verbonden, ze hebben gestileerd, vermoedelijk hebben ze ook verhalen verzonnen e.d.

Aan de andere kant zit een ander extreem: dat de vier Evangeliën historisch totaal onbetrouwbaar zijn, hetgeen kan leiden tot de conclusie dat er geen historische Jezus is geweest of dat er niets over hem te zeggen valt. Mijn indruk is dat een gelovige lezing zich weliswaar wel laat verzoenen met het eerste extreem (ook al is dat niet mijn opvatting), maar niet met het tweede extreem. Er moet een zekere historische betrouwbaarheid van de Evangeliën zijn, wil een gelovige lezing gerechtvaardigd zijn.

7. Wat die historische betrouwbaarheid dan inhoudt, is denk ik ongeveer dit: een gelovige lezing van de bijbel (in de kerk en door individuele gelovigen) veronderstelt op z’n minst dat er een historische Jezus was en dat hij ongeveer heeft gezegd en gedaan wat we in de bijbel vinden. Wat hier over Jezus wordt gezegd, moet een betrouwbaar beeld geven van de historische Jezus. Dat betekent dat woorden of daden die verzonnen zijn of gestileerd wel in de geest van Jezus moeten zijn. Het betekent ook dat een tamelijk groot deel van wat we in de Evangeliën vinden daadwerkelijk moet teruggaan op (het optreden van) de historische Jezus. Hoe zouden de schrijvers anders kunnen bepalen of datgene wat ze toevoegden of stileerden of veranderden inderdaad in de geest van Jezus was / bleef? Kortom, de vraag bij een gelovige lezing is: hoeveel historische betrouwbaarheid is nodig om de manier waarop de kerk de bijbel leest en gebruikt te rechtvaardigen? Daarvoor is het bijv. niet nodig dat Jezus de Bergrede in Matteüs zo uitgesproken moet hebben, bij één gelegenheid en zo mooi gestileerd. Maar het lijkt me wel nodig dat Mat 5-7 tamelijk veel echte woorden van Jezus bevat (niet noodzakelijk in dictaatvorm) en dat de rest heel goed door hem gezegd had kunnen zijn – m.a.w. trouw is aan zijn bedoelingen.

Ongeveer zo zou mijn poging eruit zien om het wat in kaart te brengen. Verheldert dit iets?
Gebruikersavatar
qrnlk
Lorentziaan
Artikelen: 0
Berichten: 5.079
Lid geworden op: vr 14 jul 2006, 14:35

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Stel er is een misdrijf begaan en er zijn verschillende getuigen. De politie ondervraagt deze getuigen.

Scenario 1: De getuigen vertellen allemaal exact hetzelfde verhaal, in dezelfde volgorde, met dezelfde details. De overlap is vrijwel 100%.

Scenario 2: De getuigen vertellen allemaal hun eigen verhaal, zoals ze het zelf hebben mee ervaren en zich kunnen herinneren. De politie kan aan de hand van de overlappingen tussen de verschillende verhalen en de aanvullende details een vrij compleet beeld samenstellen van wat er werkelijk heeft plaatsgevonden.

Q: In welk scenario is het redelijk om een samenzwering om te misleiden te veronderstellen?

Q: In welk scenario zijn de verslagen het meest geloofwaardig?

Lang niet elke getuige verteld het in de correcte volgorde, bijvoorbeeld omdat hij toevallig op dat moment niet aanwezig was maar er later wel over verteld is, in zijn herinnering kan het dan lijken alsof het iets later gebeurt is. Ook details zoals de namen kunnen verschillen als mensen bijvoorbeeld door familie en vrienden met de ene naam wordt aangesproken maar door anderen met een andere naam.
Any sufficiently analyzed magic is indistinguishable from science.

Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic.



There is no theory of protecting content other than keeping secrets – Steve Jobs

ads

Steun Sciencetalk Canon PIXMA TS5350i - All-In-One Inkjetprinter - Zwart

Canon PIXMA TS5350i - All-In-One Inkjetprinter - Zwart

Bekijk product

Steun Sciencetalk 25 euro PlayStation Store tegoed - PlayStation Kaart (NL)

25 euro PlayStation Store tegoed - PlayStation Kaart (NL)

Bekijk product

Steun Sciencetalk Double A Premium printpapier ft A4, 80 g, pak van 250 vel

Double A Premium printpapier ft A4, 80 g, pak van 250 vel

Bekijk product

druijf
Artikelen: 0
Berichten: 318
Lid geworden op: ma 28 apr 2008, 10:09

Re: Betrouwbaarheid van de bijbel

Ik kan begrijpen dat je die analogie op brengt, maar het probleem met de auteurs van het NT is dat ze zelf theologische belangen hebben bij hun weergave en dat ze getuigen zijn van het gebeurde valt zeer te betwijfelen.

Plaats een reactie

Je mail wordt niet openbaar getoond. Het wordt enkel gebruik voor contact of notificatie vanuit het beheer.

🗨️ Wat vind jij? Stel direct je vraag of geef je mening – zonder registratie. Je reactie zet het topic weer bovenaan bij 'Laatste posts' en trekt snel nieuwe reacties aan🔥. Mocht je als vaste bezoeker willen reageren, dan kun je je ook registreren.

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vragen te beantwoorden.

Noor heeft 10 knikkers. Ze verliest er 4 in het gras. Hoeveel heeft ze er nog?

Antwoord: (vul een getal in)

Er zitten 5 vogels op een hek. Twee vliegen weg. Hoeveel blijven er zitten?

Antwoord: (vul een getal in)

Terug naar “Religiewetenschappen en Theologie”

Sciencetalk: Leer, deel of groei. Volg of geef een cursus op Sciencetalk!