Het gaat mij om het Scaliaanse dilemma. Ik ken het zelf niet, maar ik ga af op jouw beschrijving. Die maakt een tegenstelling tussen moderniserend-applicatief of historisch-textualistisch. Mijn punt is dat zon tegenstelling te simpel en te massief is. Dit geldt al voor boeken/teksten die bestaan uit één genre, laat staan voor boeken/teksten die een bibliotheek op zichzelf zijn en stammen uit verschillende tijden en culturen. Het is simpelweg niet een kwestie van of-of.Volgens mij is je kijk op Philipse wat te kort door de bocht. Philipse ziet ook wel dat dingen die in de bijbel als metafoor bedoelt zijn moet opvatten als metafoor.
Overigens heeft Philipse het niet over Philo, dat doe ik, en ik vind de manier waarop bijvoorbeeld kerkvader Augustinus bijbelteksten op de christelijke leer betrekt niet minder willekeurig dan Philo (en zelfs Philo geeft af op mensen die te ver gaan met allogorese).
Philos allegorese was zeker niet volstrekt willekeurig, al komt het op ons zo over. Zijn allegorie waaiert wel breed uit, maar gaat uit van het tekenkarakter van het universum (zie bijv. De specialibus legibus). Dit wereldbeeld waarin alles in elkaar grijpt en naar elkaar verwijst, delen wij niet meer. Augustinus allegorese is veel meer convergerend dan die van Philo, omdat A in feite elke tekst bij Christus of de liefde wilde laten uitkomen (zie bijv. zijn allegorie van de ark in De Civitate Dei). In het algemeen lijkt het me goed om niet te snel dingen te roepen over de vermeende willekeur van mensen als Philo en Augustinus. Zij behoorden toch tot de grootste geesten die de mensheid heeft gekend en het lijkt me raadzaam om eerst goed te kijken welke methodiek zij hanteerden en waarom (lees hierover bijv. Thiselton, New Horizons).
In deze zinnen zitten nogal wat veronderstellingen. Zoals: (1) (natuurwetenschappelijke) kennis is blijkbaar volgens jou iets dat geopenbaard moet worden van bovenaf, ipv ontdekt in een menselijk proces. Waarom zou God onze manier van kennis verwerven en kennis opbouwen niet serieus mogen nemen? Hoe had God bijv. de relativiteitstheorie of de beginselen van de quantummechanica moeten uitleggen aan een middeleeuwse boer?, (2) welke soort natuurwetenschappelijke kennis mogen we van God verwachten? Die van de 16e eeuw, de 19e eeuw, de 21e eeuw of die van de 23e eeuw? De huidige stand van de wetenschap gaat uit van de oerknal en dus van een universum dat een begin kent en een eind, maar tot in de jaren zestig ging men nog uit van een eeuwig universum en daarna waren er nog mensen als Hoyle die daaraan probeerden vast te houden. Ongetwijfeld zullen in de toekomst nog veel dingen veranderen en inzichten wijzigen. Moraal van het verhaal: zelfs basale natuurwetenschappelijke kennis is altijd een momentopname. Kennis verandert. Naar mijn mening hebben verhalen en mythen veel meer universele potentie dan natuurwetenschap, hoe basaal ook, (3) hoe wij de wereld om ons heen zien verschilt nogal per tijdvak en cultuur. Mij treft altijd weer hoe bijv. Afrikaanse christenen moeiteloos een boek als Leviticus omarmen, compleet met alle offertheologie. Idem dito met stamculturen, besnijdenis, eerstgeboorterecht, voorouderproblematiek enz. enz. Punt is: waarom zou de bijbel moeten aansluiten bij de manier waarop wij, 21e-eeuwse Nederlanders, de wereld om ons heen zien?, (4) nogmaals: waarom is het eigenlijk zo belangrijk dat de bijbel correcte info geeft over de ouderdom van de aarde en het ontstaan van de soorten? Is dat het soort kennis dat intrinsiek is aan de betrouwbaarheid van de bijbel, gerelateerd aan zijn functie?Aan een kind van 8 kun je op een basaal niveau ook zaken uit de natuurwetenschap uitleggen, zonder dat ze de fijne kneepjes van de natuurwetenschap moeten beheersen. Ik zou niet inzien waarom een boer uit de middeleeuwen dat niet zou kunnen.
Het gaat erom dat als de bijbel aanspraak wil doen op de term 'betrouwbaarheid' dat dan ook moet kloppen moet hoe we de wereld om ons heen zien. Dat is ook een belangrijke reden dat veel antieke godsdiensten vandaag de dag niet meer aangehangen worden. Het stellen dat Philipse de bijbel als 'wetenschappelijk boek' wil zien is zelf nogal een rhetorische bewering.
Hier houd ik maar even op
Ik weet niet of Gen 1-2 gecombineerd moeten worden met een natuurwetenschappelijk wereldbeeld. Er zijn christenen (en niet alleen moderne, maar ook Origenes, Hiëronymus, Augustinus) die Gen 1-2 vooral symbolisch lezen/lazen. Het gaat meer over waarom en waartoe dan over hoe. De nadruk op een historische zondeval wordt vooral afgeleid uit Paulus spreken in Rom 5. Of dit echt een noodzakelijke lezing is van de tekst, weet ik nog niet. Er zijn uitleggingen die Gen 3 meer zien als een soort Elcerlyc-verhaal. Wat precies de christelijke visie is op dit verhaal, staat niet vast. Een historische zondeval is ook niet opgenomen in de geloofsbelijdenissen van de kerk, althans niet in de oudste.Daarnaast is het christendom een godsdienst die de historiciteit van Gods ingrijpen en van centrale gebeurtenissen benadrukt. Laat ik een belanrijk puntje uitlichten: Als de zondeval geen historische gebeurtenis is het volgens mij nogal problematisch voor het christendom, en veel christenen zullen dat met mij erkennen. Een wereld die in werking gesteld is door principes van 'survival of the fittest' is niet de wereld die beschreven wordt in Genesis 1 en 2.
Christenen die de natuurwetenschappen serieus willen nemen zitten met een probleem, en moeten Genesis 1 en 2 gaan herinterpreteren. Dat is een spannende onderneming, die ik niet bijvoorbaat zou willen afschieten, maar eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik de voorstellen die ik tot nu toe zie om Genesis 1 en 2 met een natuurwetenschappelijke wereldbeeld te combineren nogal vergezocht vind. Ik maak me dan overigens niet druk om de 24 uur dagen of hoe een kangeroe in Australie kan komen. Maar het idee dat de schepping oorspronkelijk naar christelijk maatstaven goed was en dat de wereld door de menselijke schuld slecht is geworden. Dat is een zeer belangrijke dogma, die christen niet zomaar schrappen (als voorbeeld noem ik even de theoloog G. van den Brink). Als je dat namelijk loslaat is God zelf medeverantwoordelijk voor het kwade en is het centrale idee dat God een rechtzaak gaat voeren aan het eind der tijden nogal problematisch.
Verder ben ik er helemaal niet van overtuigd dat een historische zondeval (als moment of als proces) zich niet laat verenigen met een evolutionistische kijk op het ontstaan van mensen en dieren. Het hangt er sterk van af hoe je zonde definieert. C.S. Lewis zei bijv. dat zonde geen groot bewustzijn veronderstelt, in de zin van een helemaal uitontwikkelde homo sapiens. Het veronderstelt ook geen daden, maar vooral een afkering van God, een weigering om zich voor hem open te stellen. Daarvoor is weinig ontwikkeling en bewustzijn nodig en het kan heel goed een innerlijk proces zijn. Anderen, zoals bijv. Conway Morris noemen scenarios waarin een meer historische lezing van Gen 3 wordt verzoend met een evolutionaire ontstaansgeschiedenis van de mens.
Bij het woord goed moet je ook kijken wat ermee bedoeld wordt. De gangbare uitleg van goed in Gen 1 is: geschikt voor zijn doel. Het hoeft niet te betekenen: afwezigheid van dood en lijden. Het is goed denkbaar dat God, wanneer hij dmv evolutionaire processen de wereld liet ontstaan, de wereld ook zoveel vrijheid gaf dat de evolutie zijn gang kon gaan, compleet met de verspilling, wanorde en lijden die daarbij horen.
Ik realiseer me dat dit geen volledig antwoord is en ook nieuwe vragen kan oproepen, maar ik wil aangeven dat het christendom een levende traditie is, waarin voortdurend nieuwe inzichten worden verwerkt en waarin ook niet iedereen hetzelfde hoeft te denken.
Dat is niet precies wat ik zei. Mijn punt is dat iedereen, zowel Herman Philipse als een boer uit de Middeleeuwen, voor de vraag komt te staan: geloof ik de claim dat de bijbel Gods woorden spreekt of bevat? Je kunt dan twee kanten op gaan: van tevoren vaststellen waaraan volgens jou een woord van God moet voldoen (optie Philipse, die daarbij moderne westerse natuurwetenschappelijke criteria hanteert vrij willekeurig als je het mij vraagt) of accepteren dat de claim klopt en van daaruit je wereldbeeld vormgeven? Er zijn geen onafhankelijke argumenten om te besluiten voor het een of het ander. Ten diepste komt het neer op de vraag of je bereid bent jezelf en je culturele en sociale verwachtingen uit het centrum te zetten of niet.Dat is princies het punt. De Bijbel is slechts betrouwbaar voor de mensen die van te voren veronderstellen dat er een God is die door de Bijbel wil spreken (met een bepaalde heilsboodschap). Blijkbaar is God dus niet geinteresseerd in een relatie met Herman Philipse. Want waarom zou Philipse (en met hem tallozen) moeten gaan geloven als hij geen goede reden heeft om de Bijbel als een openbaring van God te zien? Dan pas kun je je overgeven.
Natuurlijk: je kunt zeggen dat je eerst onwrikbaar onafhankelijk bewijs wilt hebben dat God bestaat, voordat je in overweging wilt nemen dat de Bijbel openbaring van God is. Maar wat als God nu eenmaal anders denkt over wat bewijzen zijn dan wij? Waarom is het zo redelijk om aan te nemen dat God zich hierin moet aanpassen bij ons idee van (wetenschappelijke) bewijsvoering? Zelfs in onze eigen westerse cultuur is zon bewijsvoering voor veel mensen niet overtuigend of bevredigend, laat staan voor de overgrote meerderheid van de rest van de mensheid. Misschien moeten we geloven dat God bijzonder bekommerd is om academici in zijn kamp te krijgen en dat hij voor hen wat extra moeite wil doen, maar eerlijk gezegd zie ik niet goed wat daarvoor de argumenten kunnen zijn.
Verder: wat als de Bijbel nu zelf het belangrijkste bewijs is? En dat de waarheid daarvan alleen tot je doordringt als je de claim van de Bijbel aanvaardt? Wat als jezelf uit het centrum zetten en de claim van de Bijbel aanvaarden nu precies de kern van de bewijsvoering is en er geen andere manier is om God te leren kennen? Ik denk dat het redelijk is om aan te nemen dat, als er een God is, deze zich niet zal aanpassen bij de verwachtingen die een 21e-eeuwse atheïstische filosoof heeft van God of een openbaring van God. Hij zal zich waarschijnlijk ook niet speciaal voor hem verbergen, maar waarom zou God Herman Philipse meer gerieven dan de tallozen die wel in hem geloven? Ik denk dat het redelijk is om aan te nemen dat, als er een God is die de moeite van het vereren waard is, wij weinig kans maken om hem te leren kennen als wij ons opstellen als afwachtende beoordelaars. Dan heb ik het nog niet eens over de dingen die de Bijbel zelf zegt over Gods voorkeursoptie voor armen en verdrukten en over de dingen die Jezus zegt over de rijkdom (geld, privileges, aanzien, macht) die kennis van God in de weg staat.
Kortom, ik denk dat God zeer geïnteresseerd is in een relatie met Herman Philipse, maar niet op andere voorwaarden dan die hij stelt aan armen, zwakzinnigen, onderdrukten en kinderen.
Puzzels