broamel schreef:Wij zijn op onze opleiding bezig met het maken van de slinger van Foucault en stuitten voor het berekenen van de breedtegraad uit op de volgende formule:
aantal graden per 24 uur = 360xsinα , waarbij α de breedtegraad is.
waarom geldt deze formule? met andere woorden: waarom maakt de slinger in Nederland binnen 24 uur geen hoek van 360 graden maar van slechts 270 graden.
Wij weten waarom hij op de noordpool wel een hoek van 360 graden maakt en op de evenaar geen. Dit kunnen wij ook visualiseren.
Maar het probleem ligt echt bij Nederland of een andere breedtegraad en het duidelijk uitleggen hiervan.
De slinger van foucault zou op de evenaar (als je hem er evenijdig aan opstelt) niet het gewenste effect geven toch?
En on naarmate je dichterbij de polen komt hoe sneller het effect te meten is.
Dus je moet het op de evenaar met factor nul vermenigvuldigen
Als je op 1 van de polen zit is de uitslag miximaal, en moet je met de verhouding die je gebruikt (hoeveel rondjes per dag) dus maal 1 doen(je hebt 1 ronje per dag)
Als je na de pool weer door loopt neemt het effect weer af, en zo kom je van zelf weer bij de evenaar uit.
Er is maar 1 standaard funtie(met de juiste eigenschappen) van de nul, naar 1 loopt en weer terug.
En dat is de sinus funtie.
Vandaar dat gebruikt