Ik zie op dit moment geen enkel bewijs dat het zonder intelligente tussenkomst kan zijn ontstaan. Net zo min als dat ik bijvoorbeeld denk dat het mogelijk is dat er zo maar spontaan een robot zichzelf zou kunnen zijn gaan bouwen.
Waarom zou een organisme vergelijkbaar zijn met een robot? Een robot functioneert op een volstrekt andere manier dan een levend organisme.
Dat eerste is een argument
by lack of imagination. In een gebied waar nog zoveel niet geweten is, lijkt me dat een bijzonder zwakke reden om iets te gaan aannemen.
Bovendien is er geenszins bewijs dat het door intelligente tussenkomst kan ontstaan. Je poneert immers een nooit-geziene entiteit als verklaring: een intelligentie die zonder intelligente tussenkomst kan ontstaan (onder jouw aanname dat leven niet zonder intelligente tussenkomst kan ontstaan).
Kijk naar het leven op dit moment: Het "productie proces" van het leven vereist dat "de productie machines" aanwezig zijn voorzien van het juist "productie programma". In het gebruikelijke jargon kan men zeggen dat intelligentie ingebed is in dit productie proces, in de productie machines en in het productie programma. Dat toevallig het product van dit proces de productie machine zijn veranderd hier niet veel meer aan dan dat product tenminste even intelligent moet zijn.
Ik zie niet hoe dat volgt. Waarom kan het programma niet gewoon gradueel evolueren, waarbij het programma zelf de machines en eindproducten fabriceert - en in het begin geen van beide vereist (bijvoorbeeld ribozymatisch)? Er moet ergens een programma ontstaan zijn, maar als we zo weinig weten van zelf-replicatie lijkt het me voorbarig te zeggen dat dit onmogelijk is, of zelfs onwaarschijnlijk. Gezien de immense variabiliteit van mogelijke omstandigheden is het niet uitgesloten dat het zelfs heel waarschijnlijk is in specifieke omstandigheden.
Ik zie in ieder geval niet in waarom er intelligentie ingebed zou zijn in dat proces. Wetenschappers - en alle mensen trouwens - zijn geneigd dingen te verintelligentiseren. Ze doen dit met de natuur op zich, met virussen (door een doel te plaatsen in hun mechanismes) en met cellulaire levensvormen. Maar natuurlijke selectie en de evolutietheorie geven weer hoe het echt werkt, dus niet met doelen en bedoelingen. De intelligentie is simpelweg dat het geheel goed werkt, in tegenstelling tot de afwezige mogelijke uitingen ervan.
Het heeft natuurlijk ook te maken met hoe men redeneert. Men ziet een input en een output en probeert alles ertussen te verklaren. Daarom gaat men alles bijna automatisch beschouwen als hebbende het doel de output te bereiken.
Indien we een externe intelligentie zouden uitsluiten dan rest ons slechts een beroep te doen op de interne intelligentie van het productie proces. Dit betekend dat we dus verwachten dat het zeer waarschijnlijk is dat er spontaan een behoorlijk intelligent autonoom, automatisch productie proces kan zijn ontstaan, dat vervolgens in staat is om steeds intelligentere autonome, automatisch productie processen voort te brengen.
Als je intelligentie zo ruim definieert, ja.
Waarom moet het echter zeer waarschijnlijk zijn? Zien wij zoveel leven doorheen het universum dan? Op aarde wel, maar de huidige evolutiebiologie leert ons dat dit alles uit een beperkt aantal voorlopers is ontstaan.
Het eerste probleem van het bovenstaande is dat het niet zo heel erg waarschijnlijk kan zijn omdat we het anders al gevonden zouden hebben.
Dat hangt ervan af. Als het ontstaan van aards leven alle molecules in de lange vector
X vereist, een temperatuursinterval [Y;Z] en een druksinterval [Q;P], naast het niet voorkomen van de molecules uit de vector
T, dan maakt dit het ontstaan van leven wel beperkt en lastig. Maar zeker niet onmogelijk, en mogelijk zelfs zèèr waarschijnlijk bij de gegeven omstandigheden. Het blijft dan alleen een kwestie van het voorkomen van dergelijke omstandigheden. Molecules die een bijzonder belangrijke rol zouden kunnen spelen zijn simpele katalysatoren. Stoffen die wel onder mogelijke omstandigheden kunnen ontstaan en die een fundamentele rol spelen in het ontstaan van leven. Polyfosfaat wordt bijvoorbeeld in sommige hypotheses hier beschouwd omdat het peptidevorming vergemakkelijkt, dus zonder dat een hele resem complexe enzymen vereist is.
In ieder geval: we hebben het nog niet gevonden dus het zal wel niet bestaan is soms een degelijk argument, als het bijvoorbeeld over iets gaat dat een bestaande, goed ondersteunende theorie tegenspreekt. Maar dat is hier niet het geval. Dit valt onder dezelfde noemer als: we hebben nog geen bacteriën ontdekt die op radioactieve straling kunnen overleven, dus ze zullen wel niet bestaan.
Het tweede probleem is dat we tot nu toe nog nooit een autonoom, automatisch proces hebben kunnen bedenken dat in staat is om een intelligenter autonoom, automatisch proces voort te brengen.
Bliksem die fulgurieten creëert? Het gaat erom wat je intelligentie noemt. Je limiteert hier intelligentie gewoon tot iets wat het vrijwel alleen op leven toepasbaar maakt. Logisch dan dat we het nog niet hebben aanschouwd, dat is net het probleem van de hele kwestie: we waren er niet bij dus we hebben geen rechtstreekse data.
Het derde probleem is dat we ontdekt hebben dat automatische processen inherent beperkt zijn en dat er verdraaid lastig is om een creative intelligentie voort te brengen gegeven de ons bekende natuurwetten. Voor de duidelijkheid: Indien men het eenmaal heeft is reproductie meestal eenvoudig; Het probleem zit hem volledig in de eerste stap.
Men heeft toch onlangs synthetisch een virus geschapen (bacteriofaag Phi X 174) uit nucleotiden. Het scheppen is niet het moeilijkste, het moet er zonder intelligente tussenkomst geraken.
Vrij lastig kan ook te maken hebben met tijd (de beginnende levensvormen kunnen bijvoorbeeld amper waarneembaar zijn en direct afbreken bij een poging ze waar te nemen, waarbij ze pas echt waarneembaar zijn na x aantal jaar) en de aanwezigheid van ongunstige factoren, zoals bacteriën, virussen, schimmels en hogere eukaryoten. Ook temperatuur, druk en elektromagnetische straling spelen mogelijk een rol.
Het algemene punt is: zolang er zo weinig geweten is van de materie is het bijzonder voorbarig te zeggen dat het onmogelijk, onwaarschijnlijk en dergelijke is. Voor zover we weten kan men op dit moment helemaal in de verkeerde richting aan het zoeken zijn.
Hetzelfde probleem hebben ook de vele ID hypothesen: Juist de data die het onderscheid kan maken is tot nu toe nog niet gevonden. De vraag reduceert daarmee tot de vraag welke hypothese is het meest waarschijnlijk en daar lopen de meningen uiteen.
Als dat het geval zou zijn, dan zou de vraag zich niet reduceren tot waarschijnlijkheid. Daar valt wetenschappelijk immers niets over te zeggen. Dan hou je je puur bezig met ideologische metafysica.
Op dit moment zit men wetenschappelijk in de situatie van onwetendheid. Maar dat betekent niet dat ID een wetenschappelijke hypothese is. Ze kan onmogelijk ontkracht worden, wat niet gezegd kan worden van een materialistische hypothese. Het is daarom dat wetenschappers die zich hiermee bezig houden op dit moment zoeken naar materialistische hypotheses, deze toetsen als ze opgesteld zijn en aanpassen of verwerpen zo nodig. Men test niet of de claim van ID waar is (dat het materialistisch onmogelijk is), want deze claim valt onmogelijk wetenschappelijk te bewijzen.
Indien ik dit zou kunnen doen zou ik hebben bewezen dat ID niet nodig is.
Hoezo?
ID noemt in zekere zin wel een essentiele bouwsteen, namelijk creative intelligentie. Het probleem is alleen dat we nog steeds niet begrijpen wat dit is en hoe we dit zouden moeten waarnemen/meten.
En waarom deze bouwsteen essentieel zou zijn, en waarom hij aanwezig zou zijn.
Tenzij je aanneemt dat een computer spontaan uit de onderdelen kan ontstaan is deze analogie niet echt relevant. Ik haal die kat er bij aan om aan te geven dat (nieuw) leven niet spontaan ontstaat als men de onderdelen heeft.
Ik dacht even dat je iets vitalistisch opbracht. Mijn excuses.
De analogie met de kat is echter niet valide. Een kat is een immense factor keer complexer dan eenvoudige bacteriën dat zijn. Bij bacteriën zullen een stapel onderdelen ook geen functioneel organisme opleveren, maar een basisstructuur plus een stapel onderdelen wel. Dit bewijst niet dat ergens lager op de 'ladder' de stapel wel voldoende is, maar het wijst toch in die richting. Te meer omdat een bacterie nog steeds gebaseerd is op een erg lange DNA streng, die zowat de belangrijkste reden is dat de onderdelen het beest niet maken op dat niveau. We kunnen aannemen dat de eerste materialistische levensvormen toch niet rond zo'n complexe DNA keten zouden draaien.
Er is niet dat er op wijs dat leven zomaar kan ontstaan uit simpele bouwstenen en stabiel blijven (ongeacht de omstandigheden).
Er was ook niets dat erop wees dat de mens een verre neef was van de slak en de hooiwagen. Of dat zomaar hitte-afgevende toxische metalen binnen de aarde een belangrijke rol speelden bij het veroorzaken van vulkanisme.
Dat is niet geheel waar lijkt mij. Tenminste, dat is niet wat ik begrepen heb. Mocht dat zo zijn dan laat materialisme namelijk de deur wagenwijd open van ID en sluit zowel ID als materialisme elkaar niet uit.
De kern van mijn uitspraak lag bij de gewone omstandigheden.