Vanuit de godsdienstpsychologie is men het er vrijwel unaniem over eens dat de concretisering van het Al in God, die God eigenschappen krijgt toegedicht die wij (de mens) als idealen een plaats in ons leven kunnen geven (Berger en Janssen). Een terugkerende conclusie is telkens weer dat God de mens heeft geschapen maar de mens God (zonder leesteken) heeft geschapen.
De meest voorkomende idealen worden omschreven als vrijheid, eenheid, begrip, harmonie, waarheid, goedheid en schoonheid. Binnen de lappendeken van religie kan men voorts nog onderscheiden kracht, liefde-wijsheid en toewijding.
Deze elementen vormen dan de persoonlijkheidsstructuur van God. Dat kan natuurlijk geen kwaad zolang men het als spiegelbeeld gebruikt. Het is dus een kwestie van smaak om het zo te zeggen in relatie met meer oosters georiënteerde percepties. Het grote verschil is echter dat het begrip vergeving een wezenlijk andere rol speelt.
Waar de een hoopt op clementie zal de ander het alleen moet doen. Het is een nuanceverschil, maar zij bestaat. Immers, eerst bij Jezus wordt die clementie tastbaar terwijl de ander die clementie of absolutie in zichzelf moet vinden.
De vraag die zich dan aandient of deze twee wegen dezelfde uitwerking hebben, dat wil zeggen dat we aan het eind van de rit een goed mens overhouden? Dat lijkt er wel op maar juist op dit punt breekt dat nuanceverschil door.
De een is goed maar is in afwachting van zijn beloning terwijl de ander, ook goed, die beloning onmiddellijk tot zich neemt. De een noemen we een heilige de ander verlicht.
Kan men nu zeggen dat er tussen die twee een wezenlijk kwaliteitsverschil bestaat, waarbij een heilige gedefinieerd wordt als iemand die zich volledig heeft overgeven aan de wil van God, en een verlichte persoonlijkheid iemand is die volledig bevrijd is van alle kwalijke aanvechtingen en één wordt met God in welk geval het Al?
Puzzels