Dag,
Ik ben aan het oefenen met sommen waarbij je op voorrang moet letten. Dat lukt aardig, maar bij deze gaat het steeds mis:
3*27-8-7*3-2*11=?
Volgens het oefenboekje is het antwoord 74. Hoe moet ik de haakjes zetten om op dit antwoord uit te komen?
Er geldt dat vermenigvuldigen en delen voorrang heeft boven optellen en aftrekken. Maar tussen vermenigvuldigen en delen onderling alsmede tussen optellen en aftekken onderling bestaat geen voorrangsregel. Dat gaat van links naar rechts.
Mij leek dit juist:
(3*27)-8-(7*3)-(2*11)
Maar dan misken je denk ik de regel dat optellen en aftrekken onderling (-8-7) gewoon van links naar rechts gaat. Heeft iemand een idee?
Puzzels