Dido schreef:Klopt. Eén van de therapieën bij slaapstoornissen (vnl. bij een delayed fase of een advanced fase) is chronotherapie. Iemands moment van slapen geleidelijk aan verschuiven, zeg maar, tot die aan een 'beter' ritme gewoon is. In eerste instantie gaat de cliënt een stuk later slapen dan hij gewoon is, zodat die erg vermoeid is en vaak direct in slaap valt als die dan gaat slapen. Men schuift dat uur van slapengaan steeds wat verder vooruit, zodat men tenslotte een bijna volledige fase vooruit is geschoven en men dus komt aan het gewenste uur van slapengaan.
Er zijn ook andere gelijkaardige methodes waarin men, zoals jijzelf ook al beschreef in een vroeger berichtje, steeds een beetje vroeger gaat slapen.
Ik ben blij dat ik niet de enige ben die er zo over denkt :eusa_whistle: Daarnaast ben ik het met jou en scorching eens dat de biologie een hele grote rol speelt. Uiteindelijk komt het fenomeen slaap tot stand door biologische factoren en niet door psychosociale factoren. Echter ben ik van mening dat deze psychosociale factoren een zeer grote invloed kunnen (dus niet altijd doen) uitoefenen, waardoor de biologie zich aanpast aan het psychosociale. Dat zie je met heel veel biologische fenomenen, neem bijvoorbeeld voortplanting. De mens wordt tijdens de puberteit volledig klaargestoomd om voort te planten, de hormonen gieren door je lijf, en toch valt relatief gezien het aantal tienermoeders wel mee. Het psychosociale (seksuele voorlichting, anticonceptie) werkt het biologische tegen. Hetzelfde geldt in meer of mindere mate voor de factoren (die ik eerder noemde in dit topic) voor pubers en later naar bed gaan.
Puzzels
after breakfast
) for 12 weeks. They completed the self-report habit index (SRHI) each day and recorded whether they carried out the behaviour. The majority (82) of participants provided sufficient data for analysis, and increases in automaticity (calculated with a sub-set of SRHI items) were examined over the study period. Nonlinear regressions fitted an asymptotic curve to each individual's automaticity scores over the 84 days. The model fitted for 62 individuals, of whom 39 showed a good fit. Performing the behaviour more consistently was associated with better model fit. The time it took participants to reach 95% of their asymptote of automaticity ranged from 18 to 254 days; indicating considerable variation in how long it takes people to reach their limit of automaticity and highlighting that it can take a very long time. Missing one opportunity to perform the behaviour did not materially affect the habit formation process. With repetition of a behaviour in a consistent context, automaticity increases following an asymptotic curve which can be modelled at the individual level.