Goede avond iedereen
De complexe getallen 1-J, de tegengestelde van -1+j , z^(j*2pi/3) en de complex toegevoegde van het laatste getal zijn de wortels van een veeltermfunctie. Geef de coëfficiënt van de tweede graadsterm in deze veeltermfunctie, indien de coëfficiënt van de hoogste graad één is.
Dit is een opgave van een voorbeeldexamen, ik wou deze eigelijk vanavond niet meer maken maar toen ik de opgave eens gelezen had vroeg ik mij iets af...
Is deze echt zo simpel als alles gewoon opschrijven als (x-x1)(x-x2)(x-x3)(x-x4) met de x1 tot x4 de wortels uit de opgave, dan alles uitwerken tot je de veeltermfunctie hebt en dan gewoon het antwoord aflezen? Dat kan toch echt niet volgens mij want de rest van de oefeningen zijn stukke moeilijker als deze maar ik weet niet hoe ik de opgave anders moet interpreteren... Sugesties?
Puzzels