Mensen die licht depressief zijn, daarentegen, blijken bij onderzoek een realistischer inschatting te maken van de wereld om zich heen (= realistisch optimisme moet natuurlijk 'depressief realisme' zijn...)
Moderator: Rhiannon
Mensen die licht depressief zijn, daarentegen, blijken bij onderzoek een realistischer inschatting te maken van de wereld om zich heen (= realistisch optimisme moet natuurlijk 'depressief realisme' zijn...)
Stel dat we een experiment opzetten waarbij we nagaan of licht depressieve mensen hun kansen in een kansspel beter inschatten dan anderen. Vind je het dan oninteressant wat daar uit komt, omdat ieder toch zijn eigen waarheid heeft?Elk heeft zijn eigen waarheid. Die is gebaseerd op de ervaring en vergelijkingen die de mens in zijn hoofd heeft. Het gaat vooral over wat die mens in zijn leven gezien heeft.
Het gaat hier niet om 'denken dat het zo of zo is' of geloven dat het zo of zo is, maar wel om experimenteel wetenschappelijk onderzoek dat dit aantoont. Ik kopieer en plak even uit het oorspronkelijk onderzoek:Narizinho schreef:Ik denk niet dat er gezegd mag worden dat de mensen die licht depressief zijn meer gelijk hebben en realistischer het wereld beschouwen.
...
Ik geloof wel dat zo een soort mensen meer verbanden leggen tussen de gebeurtenissen.
uit: Alloy, L. B., & Abramson, L. Y. (1979). Judgment of contingency in depressed and nondepressed students: Sadder but wiser?. Journal of Experimental Psychology: General 108, 441-485.... Depressed students' judgments of contingency were surprisingly accurate in all four experiments. Nondepressed students, on the other hand, overestimated the degree of contingency between their responses and outcomes when noncontingent outcomes were frequent and/or desired and underestimated the degree of contingency when contingent outcomes were undesired. Thus, predictions derived from social psychology concerning the linkage between subjective and objective contingencies were confirmed for nondepressed students but not for depressed students. Further, the predictions of helplessness theory received, at best, minimal support.
The learned helplessness and self-serving motivational bias hypotheses are evaluated as explanations of the results. In addition, parallels are drawn betweenthe present results and phenomena in cognitive psychology, social psychology,
and animal learning. Finally, implications for cognitive illusions in normal people, appetitive helplessness, judgment of contingency between stimuli, and learning theory are discussed....
Ook het zicht op het leven bestaat deels uit fysische feiten inschatten. En keuzes maken is ook wel vaker gebonden aan kansen inschatten: 'waar heb ik de meeste kans op slagen?', 'waar zal ik het meest tevreden mee zijn, kies ik dus voor product A of product B',... Die 'sadder but wiser' (= depressief realisme) bleek ook van toepassing te zijn bij het inschatten van de hoeveelheid controle die je hebt over iets. Vele keuzen gaan ook daarover: 'kan ik dit aan?', 'kan ik er iets aan veranderen en heeft het dus zin dat ik daarvoor kies?'Ik bedoelde eigenlijk geen fysische waarheden(kans spelletjes) maar wel het zicht van de depressieve mensen op het leven. Het is eigenlijk waarmee ik begonnen was.
Ik snap niet goed wat je hiermee bedoelt?Want het is juist de bedoeling dat er geen juiste keuze is.
Het klopt dat we inderdaad vaak de beste keuze maken, als we rekening houden met de kennis de kennis die we op dat moment bezitten. Al zal dit ook dikwijls gebaseerd zijn, in dat geval, op een rationele (of zelfs emotie-gestuurde) keuze, waarbij we zoveel mogelijk proberen rekening te houden met de factoren die er op dat moment zijn.Ieder heeft zijn keuze die hij het beste vind voor de huidige situatie waarin hij zich bevind.
DidoDus, een beetje vervormen, lijkt mij gezonder dan overal en altijd de waarheid te moeten inzien over iets... Maar de voorwaarde is dan wel dat we daarin weer niet mogen overdrijven. Teveel optimisme lijdt tot risicogedrag (zie je wel vaker bij tieners): 'er kan mij toch niets overkomen'. En dan bega én krijg je ongelukken. Dit zou mogelijks ook een rol spelen bij de verspreiding van HIV: 'ik moet niet vrijen met een condoom, AIDS overkomt mij niet, dat overkomt enkel anderen.'
Verder lijkt het me ook een voorwaarde dat we door onze rooskleurige kijk anderen niet teveel gaan benadelen. Als we steeds onze kop in 't zand steken voor de problemen van anderen, dan zijn we ook niet goed bezig, denk ik en dan leidt dat op den duur ook tot problemen.