De tafel draait niet, om geen enkel punt, dus de som van alle momenten rond elk denkbaar punt is gelijk aan nul.
De zwaartekracht op de meloen is 5 x -9,81 = -49,05 N (laten we naar beneden eventjes "min" noemen)
nemen we het draaipunt rond de linker tafelpoot (rood bolletje)
Het moment van de meloen om dat punt is M=F·l = -49,05 x 0,70 = -34,335 Nm
de som van alle momenten rond elk denkbaar punt is gelijk aan nul
ofwel moment rechter tafelpoten + moment meloen = 0 , dus moment tafelpoten =
- moment meloen
Dat wil zeggen dat de rechtertafelpoten óók een moment van 34,335 N moeten leveren, maar in tegengestelde richting. Want beide krachten zitten aan dezelfde kant van het draaipunt.
-M=F·l --> F=-M/l =-(-34,335)/0,60 = +57,225 N.
Een linksdraaiend moment moet worden uitgeoefend dus.
We hadden eerder al beredeneerd dat het gewicht van de tafel gelijkelijk over de vier poten verdeeld zou worden.
Op de rechtertafelpoten dus 10 x 9,81 = 98,1 N.
totaal 57,225 + 98,1 = 155,325. Per rechtertafelpoot dus 155,325 / 2 = 77,7 N
Probeer het nu zelf voor de kracht op de linkertafelpoten. Hou in de gaten dat meloenkracht en pootkracht zich aan tegengestelde zijden van het draaipunt (blauwe punt) bevinden. Voor evenwicht heb je dus een wipsituatie, als de ene kracht naar beneden wijst zal de andere dat ook doen. De poot moet dus een kracht naar beneden uitoefenen. Dat betekent dat de meloen probeert de poot op te tillen, als het goed is komt de kracht die de poot op de grond uitoefent dus ónder de 49 N uit.