Hallo tezaam,
ik heb zojuist een kleine - akademische - schok gehad. Voor zover ik me bewust was, wordt de door de mens waargenomen kleur van een object veroorzaakt door het licht dat dat object weerkaatst (van het opvallende licht). Dat weerkaatste licht valt dan in het oog en veroorzaakt kleurwaarneming. Een groen object weerkaatst dus die golflengte(n) licht, die als groen wordt/en waargenomen, zou je zeggen (bv rond 530 nm).
Dat is ook de officiele versie van bv wikipedia, ik citeer:
"De kleur van een oppervlak wordt bepaald door het deel van het licht dat door dat oppervlak wordt weerkaatst."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kleur
Tot zover dus: weerkaatsing.
Nu lees ik een Duits boekje "Kompakt Wissen Abitur Chemie", ook niet de eerste de beste. Hier staat in het stuk over Verfstoffen en pigmenten (let op: Duits):
"Farbe entsteht, wenn ein Stoff elektromagnetische Wellen aus einem Bereich des sichtbaren Lichtes absorbiert. Voraussetzung ist, dass die Teilchen des Stoffes Elektronen besitzen, die durch das relativ energie-arme sichtbare Licht angeregt werden können. Unser Sehsystem registriert die Komplementärfarbe zur Farbe des absorbierten Lichtes. (...) Farbe entsteht durch Absorption bestimmter Wellenlängen aus dem sichtbaren Bereich des elektromagnetischen Spektrums".
Het gaat mij om de tegenpolen: lichtweerkaatsing, en lichtabsorptie, om hetzelfde fenomeen (de waargenomen kleur) uit te leggen. In de weerkaatsingstheorie, die mij aan deeltjes doet denken, krijg ik de indruk dat van alle opvallende licht alleen de waargenomen kleur(en) wordt/en weerkaatst van het opvallende licht. In de absorptietheorie (golven) wordt de waargenomen kleur (indirect) veroorzaakt door de golflengte van het geabsorbeerde licht. Zo wordt volgens het boekje de kleurindruk blauw veroorzaakt door absorptie van de kleur oranje (595-610 nm).
Ik heb Moleculaire Wetenschappen gestudeerd, dus wie mij deze discrepantie kan uitleggen, kom maar op met de termen! Intuitief is de absorptietheorie volgens mij wel dichter bij de microscopische werkelijkheid, een molecuul kan helemaal geen foton "weerkaatsen" (onder gelijke hoek?), het kan het absorberen en via allerlei processen weer terugvallen in zijn oude energieniveau (fluorescentie etc buiten beschouwing).
Ik probeer het mezelf ook zo voor te stellen: Stel ik heb mijn kommode geel geverfd (d.i. waarnemingskleur) met een anilineverfstof. Daar valt zonlicht = complete spectrum op. Aangezien de verf slechts dat ene type molecuul bevat, zou het wel wat vreemd zijn dat dat ene type analinemolecuul ALLE golflengten uit het zichtbare zonnespectrum absorbeert BEHALVE de weerkaatste. Dat zou alleen een mengsel van moleculen kunnen met zorgvuldig afgewogen absorptiemaxima etc.
Denk ik nou helemaal verkeerd, of zit de absorptietheorie toch echt dichter bij de waarheid dan de weerkaatsingstheorie. Indien dat zo is, waarom wordt dan wel de kort-door-de-bocht weerkaatsingstheorie dan nog zo stellig onderwezen?
Dank voor uw bijval!
Puzzels