spanningswet in de bovenste kring levert: i = 6/12 ? (geen rekening gehouden met de stroombron) dus enkel het bovenste netwerk met alleen de weerstanden in serie dit levert dan toch 0.5 A op , onafhankelijk van de waarde van de stroombron...
dit levert dan al op: 0.5A*6ohm = 3V
dan moet er gekeken worden naar de invloed van de stroombron, er staat een pijl boven de 6 ohm weerstand (deze komt dan van de stroombron,
dus weet he ook dat de stroom door 2 ohm gelijk is aan i (de stroomwet nagaan levert dit resultaat)
door 5 ohm gaat dan 2i
de spanningswet zegt dan dat 2*i=5*2i, er moet toch enkel gekeken worden naar deze 2 weerstanden...
ligt de oorzaak van mijn fout mss dat ik deze stroombron bekijk als een 'gewone' stroombron...
verder kom ik ook niet to de waarde van de weerstand, Rth bepalen moet door :
4 ohm in serie met 2 ohm => 6 ohm , parallel met 6 ohm =>3ohm op , serie met 5 ohm levert slechts 8 ohm op...
vage oefening, ik vind ze allesbehalve duidelijk...
dankuwel voor de hulp
Puzzels