Omdat ik niet al te goede punten haal voor wiskunde (zeker het deel goniometrie), heeft mijn broer mij aangeraden om extra oefeningen te maken en deze dan hier te posten ter controle.
Ik zou het ten zeerste appriciëren moest iemand deze oefeningen controleren en mij kunnen vertellen waar mijn fouten liggen.
Oefening 1:
Toon aan: tan(Π/4) - sin2(Π-a) = cos2(a)
tan(Π/4) - sin2(Π - a) = 1 - sin2(a) = cos2(a)
Oefening 2:
Los de vergelijking op naar x. Druk de oplossing(en) uit in radialen: cot(2a) = 1/6
cot(2a) = 1/6
2a = cot-1(1/6) + kΠ
2a = 8.380 + kΠ
a = 4.190 + (kΠ)/2
Oefening 3:
Los de vergelijking op naar x: tan[(-x/3)-40°] = tan(45°)
tan[(-x/3) - 40°] = tan(45°)
tan[(-x/3) - 40°] = 1
(-x/3) - 40° = 45° + k180°
(-x/3) = 85° + k180°
x = -255° + k540
Oefening 4:
Los de vergelijking op naar x: -cos[4x - (Π/2)] = sin[(Π/2) - 2x]
-cos[4x - (Π/2)] = sin[(Π/2) - 2x]
-cos[4x - (Π/2)] = cos(2x)
-4x + (Π/2) = 2x
6x = (Π/2) + k2Π
x = (Π/12) + (kΠ/3)
of
cos[4x - (Π/2)] = sin[(Π/2) - 2x]
cos[4x - (Π/2)] = cos(2x)
4x - (Π/2) = 2x
2x = (Π/2) + k2Π
x = (Π/4) + kΠ
Oefening 5:
Bepaal het domein, het bereik en de periode van de volgende functie: f(x) = 5tan[(-4x/7) + (2Π/7)] + 1
f(x) = 5tan[(-4x/7) + (2Π/7)] + 1
f(x) = 5tan[(-4/7)(x - (Π/14)) + 1
Dom: R\{(-2Π/7) - (k7Π/4)}
Ber: R
Periode: (7Π/4)
Oefening 6:
Bij een volwassene in rust pompt het hart bloed in de grote bloedsomloop. De bloedstroomsnelheid kan benaderd worden door het positieve deel van de sinusoïde.
a1 = [plusmin]250
periode = 1
b1 = 2Π
c = 0
d = 0
Bij inspanning verdubbelt de frequentie van de cuclus en wordt de bloedstroomsnelheid vier keer zo groot. Bij welke van de volgende sinusoïden is het positieve deel de beste benadering van de bloedstroomsnelheid bij inspanning?
A) 1000sin(2Πt)
B) 1000sin(4Πt)
C) 1000sin(8Πt)
D) 2000sin(Πt)
Volgens mij is het antwoord B sinds b2 = 2b1 en a2 = 4a1
Alvast bedankt
Maxime Hoste
Puzzels