In welke omstandigheden zou een substraat sneller denatureren dan een enzym?
We hebben nodig: een substraat dat kan denatureren (bv een proteïne) en een enzyme dat vrij goed tegen denaturatie bestand is (laag pH optimum).
Neem nu een enzym met een extreem zuur pH optimum: pepsine in de maag. In een normaal functionerende menselijke maag is de pH zo tussen 1 en 2. Pepsine heeft een optimum van ongeveer 1,5, dus denatureren gebeurt alvast onder de 1,5.
Pepsine is een endopeptidase, het "verknipt" proteïnen in peptiden. Dat wil zeggen dat de proteïnen tot op het niveau van hun secundaire structuur gebracht worden.
Denaturatie van proteïnes vindt plaats bij lage pH. Het evenwicht tussen de zure en basische R-groepen wordt verstoord. Veel geprotoneerde groepen (+ladingen zoals bv op NH
3+) stoten elkaar af, waardoor tertiaire structuren verbroken worden en de proteïnen dus ook tot op hun secundaire structuur gebracht worden.
Het lijkt er dus op dat de zure pH hetzelfde effect heeft als de endopeptidasen. De vraag is dan waarom de maag pepsine zou aanmaken, als de zure pH al al het werk zou opknappen? Werken ze elkaar in de hand? (ik denk van wel) Is de maag zuur omdat het optimum van pepsine een extreem lage pH is? (ik denk van niet, want er bestaan even goed endopeptidasen met een neutraal-basisch optimum)
Iemand een idee?
Ik denk dat in dit voorbeeld het best mogelijk zou zijn dat de proteïnes al gedenatureerd worden door de pH en dat dus inderdaad het substraat gedenatureerd wordt, voordat het enzyme aan de beurt is. (In normale fysiologische omstandigheden zullen er volgens mij ook maar weinig enzymen gaan denatureren, dat zou volledig weggesmeten energie zijn.)
Ik brainstorm maar wat he, ik weet niet of ik juist of fout zit, maar ik probeer me maar een situatie voor te stellen waarin eventueel inderdaad denaturatie plaatsvindt van het substraat. Laat nu maar komen die commentaar
